
Opmerkelijke post van Elodie Kuijper, ‘offroad-cyclist’ zoals ze zichzelf noemt, op haar sociale media. In een goed onderbouwde opinie wijst ze erop dat onder de glanslaag van het crosswereldje veel figuurlijke en vooral financiële modder schuilt. Haar alarmkreet bracht heel wat reacties onder haar vele volgers teweeg. Ze had duidelijk een gevoelige snaar geraakt.


Gestopt omwille van financiële onhaalbaarheid
“Ik was professioneel cyclocrosser tot ik in 2022 moest stoppen”, vertelt de Nederlandse die in de Belgische Ardennen woont. “Niet omdat ik het niet meer bij kon houden, maar omdat het financieel niet meer haalbaar was.” Ze windt er geen doekjes om. “Wat veel mensen niet weten, is dat 2/3 van het cyclocrosspeloton alles zelf betaalt. Reizen, campers, uitrusting, begeleiders,…. Alles!”
Meteen ontkracht ze ook de mythe die bij veel toeschouwers leeft. Rensters kunnen immers niet leven van start- en prijzengelden. “Dat geldt misschien voor 10% van het peloton, hooguit, maar het gros van de veldrijders komt niet uit de kosten. Cyclocross is namelijk, meer dan andere disciplines in het wielrennen, een kleine sport met zeer hoge kosten. Als we enkel en alleen al kijken naar het nodige materiaal: je hebt minimaal 3 fietsen nodig, 8 wielsets, reserveframes en onderdelen. Die moeten allemaal uit eigen zak worden betaald. Enkel het handjevol toppers krijgt dat van de ploeg waar ze voor rijden. En dan hebben we het nog niet over een camper, die geen overbodige luxe is om je om te kleden of je na de wedstrijd te wassen”, stelt de 25-jarige Nederlandse terecht.
“Naast het materiaal heb je ook een ruim team van begeleiders nodig. Mecaniciens en soigneurs zijn vaak partners, ouders, vrienden of familieleden. Of een trouwe supporter. Die offeren hun vrije tijd gratis op. Zonder een sterk team kan je het simpelweg niet. En dan kom ik bij m’n punt van kritiek. De globalisering van het veldrijden wordt door de UCI en organisatoren van regelmatigheidscriteriums gepresenteerd als een succesverhaal. Maar laten we eerlijk zijn: wie profiteert hier eigenlijk van? De sport niet. Het jaagt rensters én hun crew nog meer op kosten. En wat is precies de toegevoegde waarde voor Belgische bedrijven die vaak niet eens actief zijn in landen waar die Wereldbekers worden georganiseerd?”


Paywall = uitgestelde dood
“Tot overmaat van ramp zit nu een groot deel van de kalender achter een betaalmuur. Veel van de topwedstrijden als Wereldbekers, X2O Trofee en Superprestige zijn enkel tegen betaling te zien. Wie profiteert daarvan? Niet de fans. Niet de teams. En zeker niet de sponsors. 20 euro per maand betalen om een paar cyclocrosswedstrijden te kunnen bekijken, wanneer bereiken we het punt waarop mensen gewoon wegblijven? En dan is er nog het nieuwste idee van de UCI. Tijdens Wereldbekers en kampioenschappen mogen teams tijdens de race en tot 24 uur daarna geen bewegende beelden meer delen op sociale media. Waarom?”
“Dat is natuurlijk om de fans te dwingen om de wedstrijd via betaal-TV te bekijken. Wat een kortzichtigheid! Want de gevolgen zijn duidelijk: een pak minder kijkers. Dus ook minder bekendheid voor renners en teams en minder zichtbaarheid voor de sport. Bijgevolg ook minder waarde voor sponsors en op de langere termijn meer moeilijkheden voor teams en renners. Zo creëer je een neerwaartse spiraal. Dit is geen groei. Dit is de sport uitmelken en vervolgens langzaam naar het slachthuis duwen.”
Een erg logische gedachtengang van de jonge Nederlandse. Daar valt geen speld tussen te krijgen. Het doet haar duidelijk wat om te zien hoe de sport op die manier de nek wordt omgedraaid. “Ja, dit doet veel pijn. Omdat ik afscheid moest nemen van de mooiste discipline in de wielersport. Een kleine sport hoort niet achter een betaalmuur thuis. Cyclocross verdient beter. Renners verdienen beter. De sport verdient een toekomst, geen kortetermijnwinst.”


Dan maar mountainbiken
Elodie Kuijper stopte begin 2023 ontgoocheld met crossen en stortte zich op het mountainbiken. In de voorgaande jaren was ze een renster die in de topcrossen tot de middenmoot behoorde en telkens wel ergens rond plek 20 eindigde in die belangrijke wedstrijden. Net niet goed genoeg om een goed betaald contract in de wacht te slepen en dus ervaringsdeskundige om haar verhaal te doen.
Stoppen met crossen, betekende voor haar niet ‘stoppen met wielrennen’. Wel integendeel, ze heeft een nieuwe fietsuitdaging gevonden. “Ik doe nu gewoon mountainbike marathons, XCO, XCE,… Omdat je minder mensen nodig hebt om mee naar de wedstrijden te nemen en minder materiaal nodig hebt, wat een pak scheelt in de kosten. Ik heb mijn eigen ‘eenmansploeg’ en privésponsors. Zo lukt het om de reiskosten te dekken en zelfs 1 tot 2 keer per jaar een exotischere uitstap te kunnen doen, zoals onlangs naar Rwanda. Zo heb ik terug plezier in de wielersport gevonden”, besluit de avonturierster in haar.
