
Een 4e plaats bij de profs op het Belgisch kampioenschap Beachrace 2025. Michiel Hillen kan tevreden zijn met dit realistische resultaat. Na een slopende wedstrijd, waarin hij tot het uiterste moest gaan, strandde hij net naast het profpodium. Hij heeft afgezien in het zand, maar merkte ook de progressie ten opzichte van vorig jaar. De combinatie van topsport met een voltijdse baan in een lijmfabriek lijkt ook niet zo evident.


Stervende zwanen
De wedstrijd was zwaar, loodzwaar. Dat is het 1e wat Michiel Hillen kwijt wil na zijn krachttoer. De omstandigheden maakten er een ware uitputtingsslag van op de stranden van Middelkerke, Westende en Oostende. “Lastig, er is heel hard gereden”, steekt Hillen van wal. “Dat vele zand ben ik niet zo gewend. Het tempo tussen de profs ligt ook hoog, dus ik heb afgezien.”
Een beachrace is een tactisch steekspel, een constante afweging tussen kracht sparen en de juiste positie kiezen. Een plan uitstippelen is 1 ding, het uitvoeren in het heetst van de strijd is iets anders. “Ik probeerde gewoon op de rechte stukken te herstellen van de technische stroken”, legt hij uit. “Dat was broodnodig, want de inspanningen eisten hun tol. Op het einde moest ik een paar keer lossen, maar uiteindelijk kon ik er toch bijblijven.”
Dankzij die veerkracht kon Hillen zich handhaven in de voorste gelederen voor de finale. De beslissende sprint voor de podiumplaatsen diende zich aan. “In de finale, in de eindsprint, zat ik in de 1e groep. De ontsnapte winnaar Samuel Leroux buiten beschouwing gelaten, was alles nog mogelijk. Toch liep het daar net mis voor een podiumplaats. Hillen is eerlijk in zijn analyse. “Ik heb me achteraf gezien eigenlijk te veel laten doen in de spurt, dus was het net niet.”


Lijmfabriek
Zat er meer in? Misschien, maar het lichaam was op. De tank was leeg na een moordende race. “Ik zat echt al op de limiet”, geeft hij grif toe. “Dat zal er waarschijnlijk ook mee te maken hebben, dat je je positionering niet top kunt doen. Maar tussen de profs is dat niet slecht. Natuurlijk had op het podium staan leuk geweest, maar met een 4e plek kan ik thuiskomen”, klinkt het nuchter. Noot: in de daguitslag werd Hillen 6e, na ook de Franse dagwinnaar Samuel Leroux en Elite 2-renner Braam Merlier.
Opvallend is de progressie die Hillen boekt. Vorig jaar eindigde hij op ditzelfde kampioenschap als 10e. “Toen zat ik in de 2e groep, want ik was niet mee.” Die vooruitgang is des te opmerkelijker omdat zijn voorbereiding dit jaar anders was. De focus ligt minder op de winter. “Vorig jaar heb ik wat meer strandraces gereden, nu was het BK pas mijn 2e race. Ik wil in de winter iets minder wedstrijden doen om nog iets meer te focussen in de zomer.” Hij beschouwt het BK dan ook niet als een hoofddoel. “Ik heb nog niet veel op intensiteit getraind. Vorig jaar had ik meer gepiekt richting het BK, nu was het meer gewoon een tussendoortje.”
Die zomerfocus werpt zijn vruchten af. Hillen kijkt tevreden terug op zijn eerste wegseizoen bij zijn huidige ploeg Baloise Glowi Lions, waar hij voor het eerst mocht proeven van het profpeloton. “Dat was een leuke ervaring. Ik heb vooral veel geleerd. Het is toch anders dan de Elite 2 en kermiskoersen. Gewoon het algemeen niveau, het positioneren en de tactiek.”


Werken
Hillen liet zich opmerken en boekte succes. “Ik mag er wel tevreden van zijn. Ik heb mij een paar keer kunnen laten zien in de vroege ontsnapping en ik heb die ene keer de koers in Nevele gewonnen. Ik kan niet klagen.” Ook volgend jaar blijft hij bij de ploeg van Sven Nys. Die prestaties levert hij echter niet als voltijds prof. De realiteit voor veel renners op continentaal niveau is dat er naast de fiets ook gewerkt moet worden. “Ik moet gewoon ook nog werken”, vertelt de renner uit Beerse. “Ik werk in de productie van lijm bij Sadechaf in Turnhout. Gewoon dagwerk.”
