
Amper 68 rensters bereikten op 5 april 2026 de meet in de Ronde van Vlaanderen. Onder hen de 21-jarige Cleo Kiekens, die naar een 41e stek sprintte en zo kostbare UCI-punten binnenhaalde voor haar ploeg Citymesh-Customm. “


Opleven tijdens de klassiekers
Citymesh-Customm Pro Cycling Team kleurt het peloton. De ploeg, bezig aan zijn 2e seizoen op continentaal niveau, doet dat met Belgische en Nederlandse rensters, waaronder Cleo Kiekens (21) uit Lierde. De pittoreske gemeente ligt in de Denderstreek, op een steenworp van Geraardsbergen, een bakermat van het Vlaamse wielrennen. Het voorjaar is voor de inwoners van Lierde dan ook een bijzondere periode.
“Ik kijk zelf altijd super hard uit naar de klassiekers”, vertelt de Oost-Vlaamse. “De renners rijden over wegen waar ik bijna elke dag passeer en dag in dag uit train. Heel veel familie en vrienden wonen hier in de buurt en iedereen leeft op in deze periode, ook ik. Tijdens de klassiekers hangt er een sfeer die maar moeilijk te beschrijven valt. Het zijn ook wedstrijden waarin ik graag nog heel veel stappen zou zetten. Dat is natuurlijk nog een lange weg, maar ik heb het gevoel dat die wedstrijden mij liggen.”
“Iedereen loopt zo goed gezind rond in deze periode, er is veel positiviteit. Het was zondag bij de Ronde van Vlaanderen ook een super mooie dag, de zon scheen heerlijk”, aldus Kiekens, die de nodige zonnestralen ook begin maart in de Vuelta a Extremadura opdeed. Kiekens kwam er uit voor Team Belgium, een kans die ze bij de jeugd al eens kreeg. “Leuk om die erkenning opnieuw te krijgen, natuurlijk. 3 dagen na elkaar koersen was ook exact wat ik nodig had om de goeie vorm te pakken te krijgen.”


Sprint voor plaats 40
Met dat goede gevoel stond de 21-jarige Kiekens op 5 april aan de start van de Ronde van Vlaanderen 2026, voor de 3e keer al in haar nog prille carrière. Ze ondervond die positieve sfeer aan den lijve. “Die geluidsmuur, dat lawaai van de fans toen wij passeerden, dat was ongelooflijk”, weet ze. “Het was dit jaar de 1e keer dat ik de Oude Kwaremont heb beklommen. Je denkt daar niet meer na over je pijnlijke benen. Het enige wat je op dat moment doet, is luisteren en trappen. Een zot gevoel, een beetje overweldigend zelfs.”
Na afloop van de Ronde drukte ze uit hoe dankbaar ze is om op zulke dagen deel uit te maken van het peloton. “Er wordt vaak gezegd: ‘Je mag starten in de Ronde’, maar alleen dat – aan de start staan – van zo’n wedstrijd is al te gek. Het is zot dat wij die kansen krijgen. Daar sta je dan tussen de wereldtop. Dat maakt het enkel mooier. Zeker wanneer je dan over die hellingen gaat en de finish in Oudenaarde haalt, dat doet iets met je.”
Kiekens eindigde op een knappe 41e plaats, als 1e van een groep met onder meer ook Marthe Goossens, Arlenis Sierra en voormalig winnares van Parijs-Roubaix Alison Jackson. “Ik had aan mijn ploegleider gevraagd hoe groot de groep voor ons was. Hij antwoordde dat we reden voor zowat de 40e plaats. Het was het dus zeker waard om nog te sprinten.”


Topsportstatuut
De reden daarvoor: kostbare UCI-punten. “Voor ons als kleiner team is dat cruciaal”, benadrukt Kiekens. “In de meeste wedstrijden verdient enkel de top 20 punten, maar nu was dat de top 60. Tijdens de briefing de avond voor de Ronde zeiden we nog dat we er echt vol voor moesten gaan omdat die punten zo belangrijk zijn voor ons.”
Enkele dagen na die Ronde van Vlaanderen betwistte Kiekens het Oost-Vlaams kampioenschap U23 tegen de klok. “Opnieuw een wedstrijd in mijn achtertuin. Het is al het 3e of 4e jaar hier, dus ik ken het rondje als mijn broekzak”, vertelt ze. “Ik was de voorbije jaren telkens 2e of 3e. Nu wilde ik dus echt die trui bemachtigen, ik was de ereplaatsen wat beu. Dan doet het eens zo veel deugd dat ik daar in geslaagd ben”, klinkt de kersverse provinciaal kampioene.
Haar trainingen en wedstrijden combineert Kiekens bovendien met een studie Rechten, geen gemakkelijke opgave. “Ik heb het topsportstatuut. Daardoor kan ik mijn studie zelf wat meer richting geven. Mijn studies en het wielrennen krijgen echter evenveel prioriteit. Een diploma behalen, ongeacht waar mijn carrière op de fiets naartoe gaat, is echt belangrijk voor mij.”
