
Voor Kell O’Brien (27) van Team Jayco AlUla is er niets mooiers dan koersen op eigen bodem. De Australiër, geboren in Melbourne maar opgegroeid in Adelaide, geniet intens van de korte periode waarin hij voor een thuispubliek kan rijden. Het is een speciaal gevoel, wat hem inspireerde om iets terug te doen voor de sport in zijn land. Tijdens het tussenseizoen raakte O’Brien betrokken bij een nieuw project dat jonge renners moet helpen in zijn voetsporen te treden.

Passie voor thuisracen
De band met zijn thuisland is een drijvende kracht voor O’Brien. De waardering die hij voelt van de Australische wielerfans is een belangrijke motivatie. “Ik hou ervan om thuis te racen, en ik hou ervan om in Australië te zijn. Om daar te mogen koersen, zeker als onderdeel van dit team, is behoorlijk speciaal”, bekent O’Brien. Hij benadrukt dat de wielersport in zijn land leeft, meer dan men misschien zou denken.
Volgens de renner is er een trouwe schare fans. “Er zijn veel Aussies die gek zijn op wielrennen. Misschien lijkt dat van buitenaf niet zo, maar er is een behoorlijke niche van wielerliefhebbers in Australië. Zeker met MAAP aan boord hebben we een sterke aanhang. Ze komen massaal opdagen voor events zoals Cadel’s race of de Tour Down Under. Ze tonen zoveel steun voor ons, wat geweldig is.”
Het was die sfeer en de kans om tijdens het tussenseizoen in Australië te zijn, die de weg vrijmaakte voor zijn nieuwe initiatief. Een project dat is gelanceerd om de volgende generatie Australische wielrenners een duidelijker pad naar de top te bieden. Een pad dat hij zelf met vallen en opstaan heeft bewandeld.


Kelland O’Brien Mentorship Programme
Het idee ontstond vorig jaar 2025 toen O’Brien werd benaderd door zijn jarenlange nationale coach, Tim Decker. Decker, die O’Brien naar Olympische medailles coachte en nu het endurance programma van het Victorian Institute of Sport leidt, stelde voor dat de renner een team financieel zou ondersteunen in de Australische Pro Velo League. Maar het plan ging verder dan alleen geld. O’Brien zou ook optreden als mentor voor jonge talenten.
Het doel is om een directe lijn te creëren naar professionele ondersteuning. “Het idee is dat het mentorship een traject wordt naar een beurs”, legt O’Brien uit. “Via Tim’s talentidentificatie sporen we een jonge renner op die iets speciaals heeft. Ik zou hen dan een beetje helpen en er voor hen zijn. Ze krijgen mijn telefoonnummer en als ze vragen hebben of een verblijfplaats in Europa nodig hebben, kan ik helpen om dingen te organiseren.”
Zijn rol als mentor is iets waar O’Brien al langer over nadacht. Hij voelt een sterke drang om zijn ervaring door te geven. De weg naar een profcarrière is volgens hem sinds de coronapandemie alleen maar uitdagender geworden. Met zijn team VIS p/b K.O.M.P. (Kelland O’Brien Mentorship Programme), hoopt hij dat proces te versoepelen. “Sinds 2019 en 2020 is dat duidelijke pad er niet meer geweest. Het is erg zwaar voor jonge Aussies , en ook voor de Kiwi’s. Ik wil echt een grote rol spelen in een nieuw pad creëren en het beter maken dan het ooit was.”


Van de modder naar het velodroom
O’Brien’s liefde voor de fiets was niet vanzelfsprekend. Hij groeide op in een muzikale familie die meer gericht was op country en bluegrass dan op sport. “Vrijwel iedereen in mijn familie, vooral aan mijn vaders kant, is muzikant”, vertelt hij. “Ik was degene die niets voor muziek voelde. Ik genoot meer van fysieke activiteiten buiten dan van stilzitten. Als kind wilde ik gewoon buiten zijn en in de modder spelen.”
Die drang naar buiten leidde hem naar de fiets. Hij probeerde bijna elke discipline die er was. “De enige die ik niet heb gedaan, is veldrijden, wat ik nog wel eens zou willen proberen”, bekent hij. Zijn avontuur begon op de BMX. “Toen ik 4 was, nam mijn vader me mee naar de lokale BMX-baan. Ik hield altijd al van fietsen, maar ik werd echt verliefd op BMX-racen.” Daarna volgden competitief basketbal en mountainbiken, wat hem uiteindelijk naar de weg en de baan bracht.
Toch zag hij wielrennen lange tijd niet als een mogelijke carrière. Zijn droom was aanvankelijk gericht op een andere sport. “Ik wilde naar de NBA”, legt hij uit, “maar het verlangen om naar de Olympische Spelen te gaan, was er altijd.” Toen wielrennen een groter deel van zijn leven werd, verschoof de focus. “Het ging niet zozeer om naar Europa te gaan en profwielrenner te worden; het ging altijd om het winnen van de Ploegenachtervolging op de Spelen.” Pas later, rond zijn 18e, begon hij de mogelijkheden van een professionele wegcarrière te zien. Juist dat gebrek aan een vanzelfsprekend pad in zijn eigen jeugd, motiveert hem nu om het voor de huidige generatie jonge talenten duidelijker en toegankelijker te maken.
