
De moeilijkste weken van het seizoen zijn misschien wel aangebroken. Je surft op een vormpiek na die Gran Fondo, Cyclo of Alpenbeklimmingen waar je maanden naar toe hebt gewerkt. Je doet het rustiger aan en voelt je conditie tussen je vingers wegglippen. Mentaal kan dat best lastig zijn. Wat maakt minder fietsen zo moeilijk? En hoe ga je er mee om?


Vooruitgang
Wielrennen is een sport waarin vooruitgang heel zichtbaar is. Denk aan hoeveel trainingskilometers je per jaar maalt, welke wattages je wegtrapt, hoe ver je van je optimale gewicht afstaat. Om nog maar van je PR’s op Strava-segmenten te zwijgen. Door die cijfercultuur leren we vooruitgang bijna automatisch te koppelen aan meer. Meer kilometers. Meer Watts.
Minder trainen voelt daardoor niet neutraal, maar als een stap in de verkeerde richting.
We herkennen het zelf ook: na de Gran Fondo Les Trois Ballons en de Cinglé du Ventoux, volgde de laatste weken een periode van tijdsgebrek en daardoor noodgedwongen rust. Die rust voelt als achteruitgang, ook al weten we dat herstel juist onderdeel is van training.
Je herkent het misschien: onze trainingsapp werkt daarin extra confronterend. Het cijfer dat onze vormcurve moet weergeven, zien we haast in realtime wegzakken. Toch kan je nu eenmaal niet eindeloos hetzelfde trainingsvolume blijven leveren. Opgebouwde fysieke en mentale vermoeidheid komt dan uiteindelijk toch met een prijs.


Denken dat je alleen je training mist
De kunst om hier mee om te gaan? Probeer in de overgang naar een volgend seizoen tijdelijk te veranderen wat je als vooruitgang beschouwt. Probeer jezelf niet langer af te vragen hoeveel conditie je verliest, maar te bekijken waarin je deze periode nog kunt investeren. In herstel bijvoorbeeld. In slaap. In tijd met het gezin. Of in iets waar tijdens het seizoen onvoldoende tijd voor was, zoals rustig werken aan je core stability.
Voor veel wielrenners is training al lang meer dan training. Het geeft structuur, een doel en een gevoel van controle. Voor sommigen betekent dat op dinsdagavond weten dat er een training op de planning staat. Voor anderen is het net het moment waarop ze hun hoofd leegmaken na een werkdag. Voor nog anderen is het de geruststelling dat ze ‘iets gedaan hebben’. Sommigen missen niet eens de training zelf, maar wat eraan vastzat. Denk aan die vaste afspraak met vrienden of de koffie achteraf.
Haal je de trainingen weg, dan verdwijnt er dus meer dan alleen fysieke belasting. Dat verklaart waarom iemand die zich eigenlijk moe voelt toch onrustig kan worden van een vrije avond. Het helpt daarom om niet alleen te vragen wat je mist aan het fietsen, maar vooral wat het fietsen je geeft. Is het structuur? Een moment voor jezelf? Een afspraak met vrienden? Het gevoel dat je ergens naartoe werkt? Zodra je dat onderscheid maakt, wordt ook duidelijker wat je tijdelijk kunt behouden zonder je trainingsschema simpelweg te vervangen door een nieuw schema.


[ONTDEK ONZE PAGINA FIETSVACATURES]
Rust in dienst van het volgende doel stellen
Nog voor het huidige seizoen helemaal voorbij is, kan de volgende uitdaging al klaarstaan. Die cyclo viel zo goed mee dat er volgend jaar nog een extremere op de planning komt. Je reed een persoonlijk record en wilt dat volgend jaar nog wat scherper stellen. Of je ontdekte tijdens die laatste beklimming dat er nog wel wat ‘rek’ op zat. Dat vooruitkijken kan motiveren. Het probleem is niet dat je al nadenkt over volgend seizoen. Het probleem ontstaat wanneer rust alleen nog waarde heeft omdat ze je straks beter moet maken.
Wie onrustig wordt bij een gebrek aan doelen, kan er baat bij hebben om die behoefte niet meteen te beantwoorden. Misschien is het net de moeite waard om te ontdekken hoe het voelt wanneer er even niets moet. Een periode zonder trainingsdoel kan juist helpen om opnieuw te voelen waar je zin in hebt.
Kan je het volgende seizoen nog niet helemaal loslaten? Dat hoeft ook niet. Maar probeer te voorkomen dat elke rustdag meteen in dienst komt te staan van het volgende doel. Niet iedere kilometer hoeft ergens naartoe te leiden. Eerlijk is eerlijk: onze laatste fietstocht was misschien wel de tocht waar we het meest van genoten. Eentje waar niets moest, maar alles mocht. Geen druk van een groot doel waarvoor we scherp moesten staan. Geen cijfers die achteraf moesten bewijzen dat de rit nuttig was. Eentje waar we ons gewoon lieten leiden door de wind. En we opnieuw ontdekten waarom we ooit zijn beginnen fietsen.

