
Heb je dat ook: telkens als je de naam ‘Jan Balliauw’ hoort, dat je daar automatisch ‘Moskou’ aan toevoegt? Voortaan gaan we daar misschien ook meteen ‘Mont Ventoux’ bij denken. Want de voormalige Oost-Europa correspondent van de VRT-nieuwsdienst blijkt op latere leeftijd ook een fietsfanaat te zijn geworden. En dikwijls in de buurt van de Ventoux te vertoeven. Die kent hij dan ook even goed als het Rode Plein of het Gorky Park…


Lyrisch over de Ventoux
We bellen Jan Balliauw daags na de Tourrit met aankomst op die Ventoux. De journalist heeft een vakantiehuis in de buurt, waar hij zich heeft teruggetrokken om aan een boek te werken. Maar hij was wel 1 van de honderdduizenden die op de flanken van de kale berg de renners stond aan te moedigen. “Ik volg het zeker niet van nabij en ken eigenlijk enkel de toprenners als Pogačar, Vingegaard, Van Aert, en dergelijke. Ik heb ook totaal geen favoriet. Laat staan dat ik Oost-Europese renners specifiek zou volgen”, lacht hij. “Maar als de Tour hier op ‘mijn’ berg finisht, wil ik er wel bij zijn.
Blijkt dat Balliauw de Mont Ventoux intussen al vele tientallen keren heeft beklommen. “De berg heeft iets speciaals. We noemen hem niet voor niets ‘mythisch’. Hij lijkt op te rijzen uit een voor het overige bijna vlak landschap. En ook al is hij met zijn 1.900 meter niet extreem hoog, vanuit Bédoin of Malaucène moet je wel 1.600 hoogtemeters overwinnen. Dat is wel een pak, meer dan vele andere gerenommeerde cols. De laatste kilometers ben je helemaal overgeleverd aan de natuurelementen, want dan rijd je door een desolaat maanlandschap zonder begroeiing. Logisch dat hij de ‘kale berg’ wordt genoemd. Als vrienden me bezoeken, denken ze wel eens dat er sneeuw op de top ligt. Dat lijkt vanop een afstand inderdaad zo, omdat het gesteente zo bleek is. En in de winter ligt er wel degelijk echte sneeuw op.”



Natuur exploreren
Bij het avondgloren kleurt de top dan weer rood. “Ja, ik vind het echt een speciale berg. Al moet ik zeggen dat ik hem het liefst via Sault opfiets. Vanuit Villes-sur-Auzon klim je dan gestaag maar gemodereerd via de prachtige Gorges de la Nesque tot Sault, van waaruit je verder kan naar Chalet Renard om dan de laatste 6 km boven de boomgrens uit te komen. Daar kan de wind, de Mistral, soms hard waaien. Wat de klim dan zeer moeilijk tot zelfs gevaarlijk maakt. Ik heb al een paar keer moeten stoppen omdat het niet te doen was. De naam ‘Mont Ventoux’ zou trouwens afkomstig zijn van ‘wind’ op de berg.”
Fietsen blijkt bij de 65-jarige Balliauw een late roeping. “Als kind fietste ik uiteraard wel regelmatig, net als al mijn leeftijdsgenoten. Maar ik woon in Brussel en toen ik terugkwam uit Moskou was dat niet zo’n fietsvriendelijke stad. Dus raakte ik het een beetje kwijt. Tijdens mijn jaren als Oost-Europa correspondent kwam ik ook nauwelijks aan fietsen toe, want ook Moskou is voor fietsers absoluut geen paradijs. Enkele jaren geleden – maar dat dateert van voor de Oekraïne-oorlog – zijn ze wel gestart met een beperkt fietsdeelsysteem en een begin van een fietspad hier en daar. Fietsen werd trouwens de snelste manier om je te verplaatsen in de door verkeerschaos geteisterde stad, waar je soms letterlijk uren in de file kunt staan.”
“Ik heb eens gefietst van mijn woonst naar het Gorky-park. Eigenlijk ben ik pas echt meer regelmatig gaan fietsen bij mijn terugkeer naar Brussel. Ik trok er toen regelmatig op uit om te gaan mountainbiken in het Zoniënwoud. Ik hou wel van de combinatie fietsen en de natuur exploreren. Het helpt me ook mijn hoofd leeg te maken en te ontspannen van de stress van leven met deadlines, wat voor journalisten toch wel belastend is. Ik ondervond ook al snel dat je op de fiets de beste ingevingen krijgt, zoals bijvoorbeeld de reportagereeks en het boek ‘Back in the USSR’.”



Liever offroad
Een paar jaar geleden kocht Balliauw zich een gravelbike. “De paden in het Zoniënwoud zijn niet zo technisch, dus kan je er met de gravelbike meer snelheid maken en langere afstanden doen. Ook hier in de Provence is het wel leuk om af en toe een stukje offroad te gaan, maar echt mountainbiken doe ik hier dan weer minder. Ik vind het te gevaarlijk om er alleen op uit te trekken. En als je ver van de gewone weg bent en er gebeurt iets – een val of pech – is het niet evident om hulp in te roepen. Ik denk er dan ook steeds meer over na om een koersfiets te kopen voor op de weg. De wegen hier in de streek zijn toch héél rustig.”
Of hij het type wielertoerist is die een bepaald doel of ambitie moet hebben om zich te kunnen opladen? “Nee, niet echt. Ik heb wel mee gefietst met ‘Kom op tegen Kanker’ en reed daarbij 250 km. Ik heb een jaar geleden La Cannibale gereden, een cyclosportieve op de Ventoux. Maar ik heb zo’n doel niet echt nodig. Ik fiets als het me uitkomt en omdat ik het graag doe”, besluit de charmante doch stoïcijnse journalist.
