WielerVerhaal
  • Disciplines
    • Weg
    • Veld
    • Gravel
    • Mountainbike
    • Baan
    • Para Cycling
    • Vrouwen
    • Mannen
  • Routes en hellingen
    • WielerVerhaal Fietsroutes
    • GPX Fietsroutes
    • Cols en Hellingen
  • Materiaal
    • Materiaal
    • Reviews
  • Nieuwsbrief
  • Leestips
  • Fotospecials
  • Extra
    • Blik onder de motorkap
    • WielerVerhaal Giveaway Winnaars
    • WielerVerhaal team
    • Boekenshop
    • Contact

Beste Fietscontentplatform 2025 – België

WielerVerhaal

Meer resultaten...

Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Post Type Selectors
WielerVerhaal
  • Disciplines
    • Weg
    • Veld
    • Gravel
    • Mountainbike
    • Baan
    • Para Cycling
    • Vrouwen
    • Mannen
  • Routes en hellingen
    • WielerVerhaal Fietsroutes
    • GPX Fietsroutes
    • Cols en Hellingen
  • Materiaal
    • Materiaal
    • Reviews
  • Nieuwsbrief
  • Leestips
  • Fotospecials
  • Extra
    • Blik onder de motorkap
    • WielerVerhaal Giveaway Winnaars
    • WielerVerhaal team
    • Boekenshop
    • Contact
  • Cols en Hellingen
  • Alpe d’Huez
  • Cime de la Bonette
  • Club des Cent Cols
  • Col d’Izoard
  • Col de la Bonette
  • Col de Parpaillon
  • Col de Sarenne
  • Lac de Serre-Ponçon
  • Llanberis Pass
  • Mont Aigoual
  • Mont Ventoux
  • Nant Gwynant Pass
  • Passo dello Stelvio

Onze fietsredacteur werkt al 30 jaar aan zijn vreemde obsessie: nog 45 stuks te gaan!

  • Alex Polfliet
  • oktober 26, 2025
  • 4 minute read

Goed 30 jaar geleden was ik op vakantie in het Franse Embrun, aan de oevers van het Lac de Serre-Ponçon. Ik haalde op de Col d’Izoard een andere wielertoerist in en begon een praatje met hem te slaan. Het was een ‘régional’ die me al snel enkele tips gaf over welke cols in de buurt de moeite waren. Toen hij hoorde dat ik er al een flink aantal had ‘veroverd’, nodigde hij me uit om lid te worden van de ‘Club des Cent Cols’. Dat werd het begin van een vreemde obsessie.

Le Club des Cent Cols

Thuisgekomen nam ik de classeur met Michelin-kaarten van de streken waar ik in het verleden op vakantie was geweest. Ik heb sinds mensenheugenis de gewoonte om vooraf de detailkaart van de streek te memoriseren zodat ik op verlof perfect weet in welk dorpje ik links, dan wel rechts, moet afslaan om deze of gene col op te fietsen. We bevonden ons toen nog in het pre-internet tijdperk. Laat staan dat er al GPX-files zouden bestaan.

De cols die ik al had op gefietst, had ik daarbij telkens met groene fluostift gemarkeerd. Ik maakte een lijstje en kwam al aan meer dan 100. Dus kon ik een brief sturen – zo ging dat toen – naar het secretariaat van de ‘Club des Cent Cols’. Waar ik mits betaling van een paar tientallen Franse Franken en het op erewoord invullen van een lijstje van cols die ik had gedaan, lid kon worden. 5 van die cols moesten wel een top boven de 2.000 meter hebben. Maar met de Izoard, de Galibier, de Lautaret, de Croix de Fer, de Glandon én de Parpaillon, voldeed ik ook aan die eis.

Die Col de Parpaillon is trouwens 1 van de zwaarste cols die ik ooit deed. 2.628 meter hoog, 26,5 km lang, 6,2% gemiddeld, maar met een laatste 12 km aan 8,2% en lange stukken met dubbele cijfers. Dat op zich is al schrikbarend. Maar de laatste 6 km zijn onverhard en helemaal op het eind moest je toen nog 2 onverlichte tunnels door, waar je zowat op de tast verder kroop. Blijkbaar is de weg nu afgesloten vanaf de 1e tunnel….  

Wat is een col?

Toen rijpte het idee om een bucketlist van 250 cols af te vinken. De mezelf opgelegde regel was dat het verschillende cols moesten zijn. Een col 2 keer oprijden, telde slechts als 1 streepje, zelfs als je die van verschillende zijden zou doen. Bovendien is een col een doorgaande pasweg waar boven op de top een naambordje staat met ‘col’, ‘passo’, ‘puerto’ of iets anders waaruit duidelijk wordt dat het een weg is die een dal met een ander dal verbindt. Zo is Alpe d’Huez geen col maar een klim naar een skistation.

Als je echter verder doorklimt, bereik je wel de Col de Sarenne, die telt wél mee. Ook in België vind je wel eens een bordje bovenop een helling met ‘Col de…’. Die tellen evenmin mee. Geen enkele van die hellingen kan je een pasweg noemen terwijl je je gezicht in een ernstige plooi houdt. Zo schreven we al eerder dat de Col de la Charlerie niet veel voorstelt.

Zodra dat doel van 250 cols gesteld was, werden vakanties in grote mate vanuit die ambitie gepland. Ik zocht telkens een centraal punt in een gebergte waarvan ik met zo weinig mogelijk kilometers zoveel mogelijk toppen kon ronden. Mijn wedervaren tijdens veel van die beklimmingen werden te boek gesteld om als gids te gebruiken voor wielertoeristen die mijn gekte wilden overnemen.

‘Fietsen in de Franse Alpen’ (waarvan 19.000 exemplaren werden verkocht), ‘Fietsen in de Pyreneeën’, ‘Fietsen in de Vogezen’, ‘Fietsen nabij de Italiaanse meren’ en ’Fietsen in het Zwarte Woud’. ‘Fietsen in het Centraal Massief’ was nagenoeg klaar toen de uitgever besliste om die niet meer uit te geven. Die vreesde dat er geen markt meer voor was, omdat vele beschrijvingen intussen op internet te vinden waren.

Ambitie en grenzen verleggen

Die eerste 250 cols werden al snel behaald, waarop de lat hoger werd gelegd: 300, dan 400 en finaal 500. Iemand vroeg me eens of er wel zoveel cols in Europa zijn. Waarop ik steevast antwoord: “In Frankrijk alleen al zijn er minstens 500”. Momenteel staat de teller op 455. Opmerkelijk is dat in het lijstje geen enkele Zwitserse of Oostenrijkse klim staat. Wel paswegen in minder voor de hand liggende streken: de Nant Gwynant Pass en de Llanberis Pass in Wales bijvoorbeeld.

Wat dan tot dusver de zwaarste col was? Het antwoord daarop is puur subjectief. Ooit wedde ik in een overmoedige bui dat ik de Mont Ventoux, de Col des Tempêtes dus, op mijn nuchtere maag zou opfietsen. “Langs de kant van Bedoin”, deed ik er nog een schepje bovenop. Dat heb ik me zwaar beklaagd. Aan de gedenksteen van Tom Simpson vreesde ik zelf ook het loodje te leggen en boven aan de top kreeg ik een suikercrisis. Gelukkig kon ik er wat chocoladerepen verorberen.

Over wat de mooiste klim was, moet ik niet lang nadenken. De Mont Aigoual in de Cevennen. Vanuit Valleraugue loopt die 22 km aan 5%. Wat de klim extra leuk maakt, is dat je de hele klim van beneden tot boven ziet liggen en je dus omgekeerd op elk moment de gewonnen hoogtemeters visueel kunt vaststellen.

Nog 45 cols te gaan. Dat moet lukken, al is dat niet vanzelfsprekend. Want nu ik 63 ben, moet ik toch telkens antwoorden met ‘Bij leven en welzijn’ als men mij de vraag naar haalbaarheid stelt. Tegelijk heb ik bovenop dat ‘fietslevensdoel’ nog een extra laagje gelegd. Op mijn 65e wil ik mijn 500e col oprijden. Dat moet tegelijk de hoogste col van Europa worden. De Cime de la Bonette. Eigenlijk is dat geen col. Het verhaal is gekend. De Italianen hadden met de 2.765 meter van de Passo dello Stelvio de hoogste geasfalteerde pasweg van Europa. Dat konden de chauvinistische Fransen niet over hun hart krijgen. Dus legden ze vanaf de 2.711 meter hoge Col de la Bonette een lus aan die een hoger punt van de bergkam rondde: de Cime de la Bonette. 2.803 meter. Voilà.


Lees meer artikels

Gloednieuwe Stelvio Santini Gravel 2026 biedt 2 routes met steile klimmetjes: “Alpine gravel is een andere mindset”
LEES MEER

 

Voormalig proftennisster Elke Clijsters heeft de koersfiets ontdekt: “Mont Ventoux was uit de hand gelopen uitdaging”
LEES MEER

 

VRT-legende Jan Balliauw smijt zich nu helemaal op zijn gravelfiets: “Ik ken niet alleen Moskou maar ook Bédoin”
LEES MEER

 

Share
Tweet
Share
Alex Polfliet

In zijn jeugdjaren (15 -19) was Alex een niet onverdienstelijk coureur. Maar niet goed genoeg om van een profbestaan te dromen. Hij stopte met competitiewielrennen, maar de liefde voor de fiets en de passie voor de koers bleef. Zo probeert hij elk jaar 10.000 km op zijn conto bij te schrijven. Exuberanter is zijn bucketlist: in zijn leven 500 verschillende cols opfietsen. Er resten hem nog 70 bergen om dat ultieme doel te kunnen afvinken. Alex was zowat de 1e die fietsgidsen schreef voor maniakale wielertoeristen die kicken op bergop rijden. Hij is auteur van ‘Fietsen in de Franse Alpen’, ‘Fietsen in de Pyreneeën’, ‘Fietsen in de Vogezen’, ‘Fietsen nabij de Italiaanse Meren’ en ‘Fietsen in het Zwarte Woud’. Ook schreef hij een boek over het veldrijden, ‘Kampioenen van het slijk’.



WielerVerhaal

Input your search keywords and press Enter.