
Droom je ervan om eens een echte col op te fietsen, maar ben je wat bang van het echte hooggebergte? Of wil je tijdens een verlengd weekendje je klimmers- en afdalingscapaciteiten wat bijschaven? Dan vind je in de Vogezen geschikt terrein. Wij nemen je mee naar een weinig bekende kandidaat: Col du Donon. Die ligt op amper 400 km van Brussel.


Col de Hantz
Als vertrekplaats kiezen we Schirmeck-La Broque, een klein stadje met kasteelruïne, historisch museum en openluchtzwembad als voornaamste toeristische trekpleisters. Niets indrukwekkends dus, maar Schirmeck is wel de ideale uitvalsbasis voor verschillende fietstochten, want in een cirkel van 20 km liggen zowel de Col du Donon, de Champ du Feu, Le Hohwald als de Mont Sainte-Odile. Bovendien is er op korte afstand van het stadje veel te zien: het idyllische Château du Nideck en vooral ook Straatsburg, dat op amper 50 km ligt. Onnodig te zeggen dat Straatsburg een prachtige stad is – een uitstap meer dan waard. En vanuit Schirmeck is dat gemakkelijk te doen.
De Col du Donon kan je meteen vanuit Schirmeck via de D392 nemen. Na 10 km aan een gemiddelde stijging van 4% (met 3 km aan bijna 7%) sta je dan op de top. Maar wij willen eerst opwarmen en maken dus een grote lus om ergens halfweg deze klim uit te komen.
We volgen even zuidwaarts de vrij drukke N420 richting Saint-Dié. Na 7 km, in het dorp Saint-Blaisse-la-Roche, slaan we rechtsaf en nemen vervolgens de smalle D424 richting Belval. De weg stijgt meteen, zij het niet al te fors. De opwarming is dus meteen begonnen. We blijven min of meer rechtdoor rijden, ook aan het kruispunt in Champenay, waar het wegdek nog wat slechter wordt. Na 6 km aan gemiddeld 3,5% bereiken we de top van dit ‘voorgerechtcolletje’: de Col du Hantz (637 meter). We hebben nu 215 hoogtemeters te pakken en zijn nog niet buiten adem geweest.


Col de Prayé
We nemen de obligate foto bij het bordje boven op de col en dalen dan maar meteen af. Wel opletten: kort na de top bij de splitsing rechts houden! Bovendien is het wegdek niet best, dus houden we onze vingers goed aan de remgrepen om bij de talloze putten en scheuren de controle over het stuur niet te verliezen. We volgen deze ‘route du col’ – of D424 – en denderen door het kleine Belval om na 8 km afdaling La Petite-Raon te bereiken. Daar slaan we meteen rechts de D49 in.
We fietsen nu door de frisgroene ‘Vallée du Rabodeau’ en hebben nog zo’n 3 km vlak te gaan voor we de klim naar de Col de Prayé aanvangen, een klim van 9,5 km. Die start in Moussey, met eerst 3 km vals plat aan pakweg 3%. In een flauwe linkse bocht draait het smalle asfaltweggetje weg van het beekje Rabodeau. Daar moeten we terugschakelen, want even klimt het aan 9%. Onze hartslag gaat meteen de hoogte in als we even een stukje op de pedalen dansen. Maar na zowat een km houdt de klim wat in en loopt die verder door aan zo’n 5 à 6%. Behapbaar dus, we kunnen weer gaan zitten en een gestaag klimritme aannemen waarbij we vooral vanuit de onderrug de kracht naar onze benen overbrengen. Maar de voorbije 5 km waren toch een 1e conditietest.
We genieten van het dennenwoud waar we door peddelen, terwijl onze ogen spieden naar bonte spechten en distelvinken. Na 5 km klimmen heeft de col er genoeg van en verwordt de weg tot vals plat. Voor we er erg in hebben, bereiken we de 785 meter hoge top van die Col de Prayé. Ons fietscomputertje geeft aan dat we intussen al 650 hoogtemeters achter de kiezen hebben. Mooi, want we hebben nog flink wat reserve overgehouden.


Col de Prayé
We vervolgen ons pad en dalen af richting Schirmeck. Er zitten nauwelijks bochten die naam waard in, dus kunnen we flink wat snelheid maken. Bovendien rijden we nu al een poos in een streek waar nauwelijks verkeer is. Aangekomen in het gehucht Les Minières gaan we links de D392 op, waar we nog 5 km te klimmen hebben tot boven op de Donon. De hoogtemeters die we net zijn kwijtgespeeld, moeten we nu terug inhalen. Want de top van de Donon ligt ongeveer op dezelfde hoogte als die van de Prayé. De weg is breed en in goede staat, wat de 7% helling best draaglijk maakt. En op 2 km van de top neemt deze klim ook weer wat in intensiteit af. Boven op de top blijkt dat we precies 1.000 hoogtemeters op ons conto hebben bijgeschreven over een afstand van een goeie 50 km.
Veel stelt de Col du Donon dus niet voor. Het is geen berg waarmee je bij je vrienden kan uitpakken. Toch staan er echte klimmers op de erelijst van deze col. In de Tour van 1971 kwam Joop Zoetemelk hier als primus boven. In Parijs zou hij 2e worden, op bijna 10 minuten van Eddy Merckx. In ’87 haalde de jonge Raúl Alcalá de volle buit voor de bergtrui binnen. Alcalá was tot voor kort de enige Mexicaanse profrenner die een erelijst kon bijeenfietsen. Hij won zowel in 1989 als in 1990 een lastige etappe in de tour. In 1992 wist hij de Clásica San Sebastián op zijn naam te schrijven. Maar intussen verbleekt zijn erelijst al tegenover die van zijn nog piepjonge landgenoot Isaac Del Toro.
De laatste keer dat deze col in het Tourparcours werd opgenomen, dateert van 2001 toen Laurent Brochard hier als 1e boven kwam. In de 6e etappe trokken de renners door een stukje van de Vogezen om beneden in Strasbourg aan te komen. De snelle Est Jaan Kirsipuu won er de massaspurt.
