
Het stof van het WK 2025 in Rwanda is gaan liggen. Iedereen is het er over eens dat het een schot in de roos bleek op het sportieve vlak. De organisatie kreeg veel lof en Remco Evenepoel noemde een trainingsrit zelfs 1 van zijn mooiste ooit. Over de mensenrechten werd al snel gezwegen en ook een analyse van de toestand van het Afrikaanse wielrennen ontbrak. Hoe gaat het er nu eigenlijk echt structureel met de wielersport?


Onderdelen in de valies
“In 98% van het Afrikaanse continent kan je niet zomaar een fietswinkel binnenstappen. Ze zijn er namelijk helemaal niet. In heel Rwanda is er geloof ik maar ene”, benoemt Jamie Bissell van Africa Rising meteen de harde realiteit. Zijn organisatie staat met de voeten volop in de modder. Op die wankele basis proberen ze structuren op te zetten die de Afrikaanse wielersport van onderuit helpen groeien.
“Distributie is daarin een belangrijke uitdaging. Het is heel mooi dat de wereld heeft gezien dat Afrika een groot event als het WK kan organiseren. Er was veel lof voor de mooie wegen en prachtige omgeving. Maar de eerlijke evaluatie is dat de weg nog lang is”, klinkt het. “Voor de leveranciers van fietsen en fietsonderdelen is er weinig incentive om te investeren in de Afrikaanse markt. Slechts een kleine groep kan zich veroorloven om een dure fiets te kopen. Het is niet rendabel om daarvoor een hele distrubutielijn op te zetten en naservice te verzekeren. Ik weet niet direct een manier om dat te doorbreken”, zucht hij.
Zelfs voor een organisatie als Africa Rising blijft het daarom improviseren. “Er is eigenlijk maar 1 degelijke distributeur in Zuid-Afrika, dat is alles. Wanneer we fietsen aanschaffen, bestellen we daarom meteen containers met reserveonderdelen, maar die raken uiteindelijk uitgeput”, schetst Kimberly Coats, CEO van Africa Rising. “De meeste van onze onderdelen komen dus nog steeds mee in onze valiezen, dat is niet duurzaam”, vult Bissell aan. “Je kan goede fietsen vinden op de Chinese markt, die wel naar het Afrikaanse continent verscheept worden. Maar dan komen ze evengoed met Shimano-onderdelen, die dan weer niet te verkrijgen zijn.”


Satellietcentra UCI
Die situatie maakt het niet evident om iets structureel te veranderen, getuigt hij. “In Benin hebben we bijvoorbeeld een erg goede mecanicien opgeleid, maar als er geen markt of onderdelen bestaat, stopt het nadien. Hij werkt gewoonlijk aan motorfietsen, waar er wel een beetje infrastructuur rond is.”
“Een aantal wielerteams doen heel mooi werk, zoals Team Madar en nu ook Team Amani”, looft Coats. “Toch blijft dat voor een selecte groep. Wij kunnen de talenten wel vinden, maar hebben meer nodig om hen groeikansen te bieden. Vaak is er een federatie, misschien een team, maar wie zal hen betalen? Die cirkel doorbreken, dat is moeilijk.”
“Het nieuws dat de UCI satellietcentra opstart in Afrika is geweldig. We hebben er echter 50 meer nodig om echt iets te veranderen”, benadrukt Coats. “Er bestaat geen goede weg voor de Afrikaanse talenten. Je kan ze niet gewoon in maart in Vlaamse koersen droppen, want dan zullen ze het niet goed doen.”


Enorme groeimarkt
Toch ziet Bissell een enorme kracht in Afrika. “Als je er puur vanuit een economisch perspectief naar kijkt, is het simpel. Er zijn zeker problemen in Afrika, daar mogen we niet naast kijken. Maar die zijn er momenteel ook in Europa. Als we dat even opzij zetten, dan zie je een potentieel van miljoenen mensen. Heel jonge, slimme, enthousiaste mannen en vrouwen die echt willen leren.”
De vreugdetaferelen waarmee de groene Biniam Girmay in 2024 na de Tour onthaald werd, zeggen genoeg over de populariteit van de wielersport. Toch is een culturele omwenteling noodzakelijk voor het wielrennen kan groeien. “Er zijn miljoenen wielerfans, toch associëren mensen de fiets met de armen. Het is best ironisch. Op iemand met een fiets kijken ze neer, zich niet realiserend hoe duur die wel is”, vernemen we van Coats. “Wie een beetje geld heeft, zal een auto kopen als statussymbool. Er is wel een groeiende groep van rijke Nigerianen, die veel interesse hebben in het wielrennen. Maar zij brengen de spullen zelf binnen, dat verandert niets aan de infrastructuur.”
“Zolang in voetbal veel meer geld te verdienen is, zal die piste jonge talenten veel meer aantrekken. We willen een cultuur creëren dat fietsen ook een valabele optie is. Dat is het échte belang van iemand als Girmay”, benadrukt de Amerikaanse. “We hebben nood aan nog meer rolmodellen, die tonen dat de wielersport een pad kan bieden uit de armoede. Pas dan zullen ouders het steunen omdat ze het zien als een weg naar een financiële toekomst.”
