
De Oost-Vlaamse gemeente Lede heeft geen 20.000 inwoners maar is qua oppervlakte best groot. De deelgemeenten luisteren naar de welluidende namen Impe, Oordegem, Smetlede en Wanzele. Je kan er prima mountainbiken of gravelen. Wij vertrokken vanuit het aangrenzende Aalst voor een tocht van 40 km die 85% over onverharde wegen leidt.


Vertrekpunt Kerrebroek
We vertrekken in de Aalsterse wijk Kerrebroek, vlakbij het gelijknamige station. Daar vertrekt 1 van de weinige nog niet geëlektrificeerde spoorlijnen van Vlaanderen: Lijn 82 van Aalst, over Burst naar Zottegem. Na een plaatselijk ommetje bereiken we een ander Aalsters gehucht, Sint Apollonia, waar we via een smalle voetweg plots het spoorlijntje 82 kruisen over een onbewaakte overweg. Toch opletten, ook al zou je normaliter een aandravende trein tijdig moeten horen.
Onmogelijk om de hele weg precies te beschrijven, want onze route maakt gebruik van zowel uitgepijlde mountainbikeroutes als wandelwegen, via een constant draaien en keren. Uiteraard hebben we respect voor wandelaars en zeggen beleefd goeiedag aan al wie ons pad kruist. We fietsen langs de Cottemmolen, die het verval van de Molenbeek destijds gebruikte om graan te malen. Deze beek heeft zijn naam niet gestolen. Langs haar loop liggen tal van laatmiddeleeuwse watermolens waar destijds graan werd gemalen.
Via de Krevelhoek en de Pijpweg bereiken we de Overimpestraat, aan de rand van Lede. Daar vinden we een reeks van smalle singletracks in fijne grijze gravel die ons door natuurgebied De Wijmenier brengen. We zijn intussen in het dorpje Impe, de woonplaats van Lucien Van Impe. Da’s handig, zo’n adres met zo’n naam! We crossen opnieuw langs de Molenbeek. Opgelet: dit stuk is absoluut te mijden als het recent geregend heeft. Maar bij ons ligt het keihard bevroren, dus geen probleem voor onze tweewieler.
Wanneer we uit het natuurgebied komen, moeten we goed opletten en een tijdlang de blauwe MTB-route van Lede volgen. Die brengt ons via singletracks en landbouwwegen naar het gehucht Papegem en langs de grens van het Papegembos. We zijn hier vlak bij de atletiekpiste en oude windmolen van Oordegem. We volgen intussen de rode MTB-lus die ons door de velden brengt. Over brede veldwegen bezaaid met grove kiezel, tot we uiteindelijk in Smetlede komen.


Koningsbos
Het vele links en rechts afslaan doet ons het noorden verliezen, maar vertrouw gewoon de GPX, dan kom je er wel. We draaien weer het veld in voor een lastige licht oplopende strook tot een kruispunt van veldwegen waar een kapelletje als herkenningspunt dient. En gaan rechtdoor om immer de rode pijltjes te volgen. We dalen af naar de vallei van de Serskampse beek over een soms heel drassig stuk. Net over de beek draaien we rechts en moeten door een holle weg die uit mul zand bestaat en enigszins helt.
Dat maakt het erg moeilijk om op de fiets te blijven, maar het lukt ons toch. Het pad voert ons door het natuurgebied Koningsbos. Dit is het mooiste stuk van de route. We naderen Serskamp en slaan scherp rechtsaf om nog eens opnieuw langs de andere kant dat natuurgebied van zonet te kruisen. Hier komen we dus even waar we daarstraks ook al waren.
Het Koningsbos achter ons latend, moeten we even de weg op. Maar niet voor lang, want we vinden een nieuw onverhard stuk, het ‘Bruin Kruis’. Via nog meer singletracks komen we in Wanzele. Hier wordt elk jaar de 1e kermiskoers van het land georganiseerd. Inmiddels zitten we weer op het blauwe MTB-parcours. We doorkruisen nu het gehucht ‘Billegem’ – we verzinnen dit niet – en fietsen in noordelijke richting.


Honegem
Na 2 haakse rechtse bossen gaan we weer heel de andere kant op. Even verder moeten we een heel smal padje in, amper een stuur breed. Wat verder wordt het gelukkig wat minder smal en draaien we voorbij de Rabboutsmolen, die uiteraard ook op die Molenbeek ligt. We gaan de spoorweg over en bereiken het Leedse gehucht Heiplas. We steken voorzichtig de drukke N442 over en slaan de heide in, een prachtige gravelweg.
Aan de hoeve waar de mini-windturbine draait, slaan wij rechts het veld in voor een lastig stuk veldweg met diepe groeven. Tot we weer aan Vogelenzang, een ander Leeds gehucht, komen. Daar moeten we even een betonweg op, maar niet veel verder vinden we scherp links weer een weggetje dat ontaardt in een vrij technische singletrack. Via de Bosstraat passeren we aan afspanning ‘De Jaeger’, dat alleen al omwille van het bizarre interieur een bezoekje waard is. En het is er bovendien lekker!
Aan het restaurant kiezen we scherp rechts voor weer nog een blauw lusje tot we aan de spoorlijn komen. Die moeten we over om meteen links een singletrack te nemen. Die brengt ons via natuurgebied ‘Honegem’ terug naar onze eindbestemming en tevens vertrekpunt: het station van Kerrebroek.
Over de 40 km deden we 2 uurtjes en overbrugden we 140 hoogtemeters. Niet lastig dus, maar ook niet biljartvlak!

