
Emma Duchateau (22) straalde op het podium in Opwijk. De renster van Belco/Van Eyck had net de witte jongerentrui veroverd in de openingsklassieker Brussel-Opwijk. Die 2e plaats na Dina Scavone is de bevestiging van haar ambities, die verder reiken dan dit podium. “Ik ben hier heel blij mee”, waren haar eerste woorden na de huldiging. De trui geeft haar ambitie voor de rest van de Women Cycling Series 2026.


Schifting op de kasseien
De wedstrijd zelf was er ene van slijtage, een typische Vlaamse klassieker. Veel informatie drong er tijdens de race niet door tot de buitenwereld, maar Duchateau schetst een duidelijk beeld. “Ik denk eigenlijk dat er op de kasseien een schifting is gebeurd. Het viel wel vaak stil tussen de kasseistroken en de hellingen, maar naar de cruciale punten toe werd er echt wel hard gekoerst.” In die zenuwachtige finale was het vechten voor elke meter en elke positie.
In de strijd om de dagzege moest ze haar meerdere erkennen in Dina Scavone (lees hier). In de laatste meters was het ieder voor zich. “Omdat het de 1e groep was, heeft iedereen z’n eigen ding kunnen en zat ik samen met mijn ploegmate Britt Huybrechts (die 3e wered, red) goed voorin. Ik denk dat we als 3e en 4e de laatste bocht konden indraaien.” Ze probeerde nochtans meermaals om een sprint te ontlopen. “Ik wilde eigenlijk proberen alleen weg te rijden. Ik ben ook wel verschillende keren meegesprongen, maar de aanvallen hielden nooit echt stand.”
Even leek een ontsnapping met een ploeggenote in de slotfase kans op slagen te hebben, maar ook die werd tenietgedaan. “Ze waren weg met een groepje van 6 in de laatste 10 km. Dat werd nog wel spannend, maar uiteindelijk zijn ze ingelopen.” Zelf voelde ze ook dat er iets mogelijk was. “In de voorlaatste ronde was ik wel mee in een aanval, en toen dacht ik ook even dat we misschien wel weggingen blijven.”



Blik op continentale ploeg
De witte trui is een mooie opsteker, maar Duchateau kijkt al verder. Haar ambitie steekt die niet onder stoelen of banken. “Ik zou wel graag een stap hogerop willen naar het continentale niveau.” Die droom is de motor achter haar toewijding. “Ik heb er deze winter hard voor getraind en ik wist dat ik goed was, ik heb goede testen afgelegd. Dus ik had er ook wel vertrouwen in.”
Toch was de gebruikelijke spanning voor de seizoensopener nooit ver weg. “De 1e koers geeft altijd wat stress, want je weet nooit helemaal waar je staat.” Deze podiumplaats en de bijhorende trui nemen die onzekerheid weg. “Dit geeft vertrouwen voor de rest van het seizoen.” Nu de kop eraf is, kunnen de doelen concreter worden.
De Women Cycling Series wordt nu een hoofddoel. “Ergens was dat al wel een doel, maar je moet in de 1e koers al presteren. Dat is dan makkelijker om naar de volgende wedstrijden te gaan.” En natuurlijk is er de trui die ze nu in haar bezit heeft. “Die ga ik wel proberen te verdedigen, daar ga ik alles aan doen”, bevestigt ze met klem.


Wielrennen met de paplepel ingegeven
Dat Emma Duchateau in het peloton rijdt, is geen toeval. De liefde voor de fiets werd haar van kindsbeen af meegegeven. “Mijn papa heeft altijd gekoerst. Eigenlijk ging ik al van baby af aan mee naar de koers.” Haar 2 jaar oudere broer begon ook met wielrennen, en het duurde niet lang voor ook zij de microbe te pakken had. “Op een dag, toen ik 7 jaar was, kwam mijn papa met een koersfiets thuis. En zo ben ik bij de miniemen begonnen.”
Toch kende haar voorbereiding op dit seizoen een zwarte rand. De onzekerheid over haar vorm kwam niet alleen door de seizoensstart, maar ook door een persoonlijk verlies. “Ik wist niet goed waar ik vandaag zou staan, omdat ik 2 weken geleden mijn opa ben verloren. Dat was een superbelangrijke persoon voor mij en dat brengt veel verdriet met zich mee.” De prestatie in Opwijk is dan ook een emotionele opsteker.
Ze voelt dat er nog veel rek op zit. Het klinkt misschien vreemd voor iemand die al zo lang koerst, maar dit was haar beste voorbereiding ooit. “Ik denk dat er nog wel veel marge is, want dit is inderdaad de 1e winter dat ik echt goed heb kunnen trainen, bijna zonder tegenslag. Vorig jaar had ik in het begin van het seizoen mijn hand gebroken en dan heb je meteen een kleine achterstand.” Met een goede winter in de benen en de witte trui om de schouders, lijkt de weg naar een continentaal contract open te liggen. “We zullen zien, het seizoen is net begonnen.”

