
Hoe moeilijker het wordt om wedstrijden te winnen, hoe attractiever Egan Bernal gaat koersen. De Condor van Zipaquirá was met zijn uitmuntende fysieke mogelijkheden, gekoppeld aan uitgesproken technische vaardigheden (als ex-mountainbiker), voorbestemd om op alle terreinen te floreren. Een Tadej Pogačar avant la lettre. Na een horrorcrash moest hij zichzelf compleet heruitvinden. De Bernal anno 2026 gaat op vrijdag als een razende tekeer in de Tour of the Alps en fietst minder dan 48 uur later een hele dag in de aanval tijdens La Doyenne. Een ode is op zijn plaats.

Beste kopgroep ooit
Hij had de Toekomstronde van 2017 gewonnen en reed als 21-jarig broekje een formidabele Tour in 2018. Weldra zou hij de nieuwe maat der dingen worden in de wielersport. Die voorspelling kwam uit. Een jaar later won hij Parijs-Nice, de Ronde van Zwitserland en vervolgens ook de Tour. Als 1e Colombiaan ooit. Het komende decennium zou Egan Bernal de nieuwe patron van het peloton worden.
Maar de frontman van de INEOS Grenadiers kon meer. Aan het eind van zijn wonderjaar 2019 werd hij ook 3e in Lombardije en in 2021 won hij de Giro, maar werd hij ook fraai 3e in de Strade Bianche. Het was die editie van “de beste kopgroep ooit”, waarin ook Mathieu van der Poel, Julian Alaphilippe, Wout van Aert, Tom Pidcock en – een beetje verloren – Michael Gogl vertoefden. En men had gelijk: de toekomstige alleenheerser van het wielrennen zat in die groep. Het was echter niet Bernal.
Het grote keerpunt volgde in de winter van 2021 op 2022. In volle afdaling maakte de Colombiaan een vreselijke smak. Aan hoge snelheid knalde hij op een autobus en liep hij maar liefst 20 breuken op. Na 4 operaties kon zijn revalidatie beginnen en, wonder boven wonder, mocht hij zich nog dat jaar terug wielrenner noemen.


Vergeten overwinning
In 2024 kwam Bernal terug op kruissnelheid. Hij reed ereplaatsen in de rondes van Colombia (5e), O Gran Camiño (3e), Parijs-Nice (7e), Catalonië (3e), Romandië (10e) en Zwitserland (4e). Maar de Tour was er nog een beetje te veel aan. Na 2 weken stond hij in La Grande Boucle nog 13e, uiteindelijk eindigde hij als 29e. Vorig seizoen 2025 slaagde hij er wel weer in om een ereplaats te realiseren in een Grote Ronde, met een 7e plaats in de Giro.
Sinds zijn terugkeer had Bernal wel al 2 Colombiaanse titels vergaard, maar de echte overwinning van de terugkeer kwam er in de Vuelta. Bernal won er een pittig sprintje tegen Mikel Landa, maar de overwinning raakte volledig ondergesneeuwd door het grotere verhaal van de protesten op de slotklim. Daarom werd een nieuwe aankomst geïmproviseerd aan de voet van de Castro de Herville. Een prachtig comebackverhaal ging zo op in de anonimiteit.
In die bewuste Vuelta nam Bernal de handschoen op als aanvaller. Tot dan toe had hij eigenlijk elk klassement gerealiseerd dankzij een defensieve aanpak: volgen tot het echt niet meer gaat en dan op eigen tempo en op wattages naar het einde. De winnaar in hem kreeg er schoon genoeg van. Vervolgens ging hij ook in de Tre Valli Varesine ten aanval en kiest hij vanaf 2026 resoluut voor het offensief.


Aanvaller
Vrijdagnamiddag 24 april 2026 zag de aandachtige kijker de Colombiaanse kampioen strijden voor de eindwinst in de Tour of the Alps tegen uiteindelijke winnaar Giulio Pellizzari. Zijn 2e plaats werd nauwelijks gevierd. Hij trok meteen naar Luik voor het grote Ardennenoffensief. Bernal maakte deel uit van ‘Groep Evenepoel’, die urenlang voor het peloton uitreed. Toen hij eindelijk werd bijgehaald, vond hij nog een vaatje met extra energie. Uiteindelijk sprintte de Colombiaan vanuit het wiel van Remco Evenepoel naar een 5e plaats, straffer nog dan toen hij bij zijn 1e deelname 2 jaar geleden in gelijkaardige omstandigheden 21e werd.
Straks trekt Bernal met ambities naar de Giro. De eindwinnaar van 2021 mikt op het klassement, ook al vergalde een knieblessure zijn voorbereiding. Samen met sportdirecteur Leonard Basso zet hij in op het nieuwe, moderne wielrennen. Door de invoering van de Red Bull Kilometer bereiden ze zich bij INEOS voor op een agressieve koers. De Colombiaan haalt betere waarden dan toen hij de Giro won en lijkt voor het eerst echt terug in staat om een podium te ambiëren. Met dank aan een ijzeren mentaliteit en een attractieve instelling.