
Het begon ooit met Eric Heiden, een Amerikaanse langebaanschaatser die in 1980 op de Olympische Spelen 5 keer goud haalde maar daarna overstapte naar het wielrennen. Voor het Amerikaanse team, 7 Eleven, reed hij Giro en Tour, evenwel zonder groot succes. Sindsdien zijn vele schaatsers hem gevolgd. In het huidige vrouwenpeloton zijn er minstens 3 actief: de Belgische Sandrine Tas die bij Lotto rijdt, de Nederlandse Sanne van Heel (WV Schijnde) en Eline Jansen van voor VolkerWessels. En dan is er nog Evelien Vijn, die voor het Belgische EGS- Velopro clubteam uitkomt. Ze heeft medio mei de Tour de Féminin in Tsjechië afgewerkt.

Meer intensiteit
“Mijn focus lag tot op heden op het schaatsen”, vertelt Vijn. “Ik woon bovendien in Heerenveen, in de provincie Friesland, dus het uiterste noorden van Nederland. Het is daar waar de bekendste schaatshal van Nederland staat: de Thialf-arena. Ik schurkte altijd tegen de Nederlandse top aan, maar kwam misschien net iets tekort om echt helemaal van een internationale carrière te mogen dromen. In Nederland is de concurrentie in het schaatsen heel groot. Ik kon van het schaatsen dus zeker niet leven en moest een baantje zoeken om rond te komen”, schetst ze haar voorgeschiedenis.
De stap naar de koers was niet zo groot. “De meeste schaatsers fietsen als zomertraining. De spieren die we nodig hebben op het ijs, zijn dezelfde als deze die je op de fiets gebruikt. En ook de trainingsmethodes zijn vergelijkbaar. Ik begon zo’n 2 jaar geleden in de zomer ook wat kleinere wedstrijdjes te rijden om nog wat meer intensiteit te kweken. Ik behaalde meteen wel enkele resultaten: 8e in de Ronde van Peize en 4e in de Ronde van Leek. Maar veel stelt dat niveau niet voor, hoor. In 2025 kwam ik uit voor de Noordelijke Wielervereniging Groningen, een bescheiden Nederlands clubteam.”
“Die ploeg reed voornamelijk nationale wedstrijden, maar gelukkig kregen we vorig jaar ook de kans om in de Tour de Feminin, een hoog aangeschreven rondje in Tsjechië, te rijden. Ook dat ging behoorlijk. Ik merkte dat ik bergop – want er moest flink wat geklommen worden – niet in de problemen kwam”, blikt Vijn terug. In totaal reed ze vorig jaar 2025 een 10-tal koersen van midden april tot midden juli. Daarna ging de focus weer naar het ijs. Maar de fietshonger was gewekt. “Niet dat ik geweldige uitslagen reed in 2025, maar in die 10 wedstrijden kwam ik nooit in de problemen. Sterker nog, ik had het gevoel dat er meer in zat.”


EGS-Velopro
Via haar manager, André Boskamp, kwam ze enkele weken geleden in contact met het Belgische EGS-Velopro. Dat clubteam zag 2 rensters vertrekken naar een profteam en was dus op zoek naar versterking. Hoewel EGS-Velopro een clubteam is, kan het toch een zeer interessant programma rijden met een 25-tal UCI-wedstrijden en interclubs én een paar korte rondjes. Dat trok haar aandacht. Vijn zag het als een kans om een stapje hogerop te komen in de wielerhiërarchie bij de vrouwen. Ze wil nu echt kijken waar ze in het wielrennen kan uitkomen en het schaatsen iets meer op de achtergrond zetten.
Haar 1e wedstrijd voor het nieuwe team was de GP Immo Zone in Schellebelle. Een vluchtkoers over vlakke wegen die tegen hoge snelheid werd afgewerkt. Waardoor er een pak vrouwen de rol dienden te lossen. Maar de toch nog onervaren Vijn gaf geen krimp. Een week later volgde een weekend met dubbele opdracht: de interclub Grote Prijs Steenbergen in Nederland en de Trofee Maarten Wijnants in Houthalen. Ook deze wedstrijden eindigden op een massasprint. “Ik ben zeker niet traag, maar heb het nog moeilijk om me in een peloton te positioneren. In een kleiner groepje kan ik wel een goeie sprint rijden”, aldus de Friese.


Vresse-sur-Semois
Had de frêle Vijn haar nieuwe ploeg al meteen gecharmeerd, dan nam die appreciatie alleen maar toe in Tsjechië. “Evelien is zéér aangenaam in de omgang, zeer toegewijd bezig met haar sport én koerst zeer attent”, vertelt sportdirecteur Klaas Vonck. Want Vijn was in de Tour de Feminin niet uit de eerste rijen van het peloton weg te slaan. Op de beklimmingen ging ze goed mee met de toppers maar miste jammer genoeg enkele keren de goede vlucht. Toch reed ze elke etappe top 20, wat in zo’n zware etappekoers toch opmerkelijk is. Zeker voor een quasi debutante.
“Dit soort wedstrijden ligt me écht”, zegt ze daarover. “Op een selectief parcours kom ik het best uit de verf. Tijdens de koninginnenrit met meer dan 2.300 hoogtemeters zag ik de latere winnares, de Zwitserse Ginia Caluori, wegspringen op een zware klim. Ik zat op het wiel maar blies me op. Mits wat meer ervaring en koersdoorzicht had ik daar iets meer getemporiseerd. Dan was ik mee geweest met 3 rensters die wat verder op diezelfde klim in de achtervolging gingen en later de aansluiting maakten. Ik moet nog veel leren.”
Die kans zal ze in haar nieuwe ploeg zeker krijgen. De volgende wedstrijd die ze in fluo gemarkeerd heeft op de kalender, is de interclub in Vresse-sur-Semois, een Belgische klimkoers.