Een zege is een zege, maar de overwinning in de ploegentijdrit van WielerVerhaal Limburg Snelste had voor Kenneth Caethoven (27) een bijzondere glans. Niet in de kleuren van een ambitieuze wielerploeg, maar in het tenue van zijn werkgever Cyclobility, geflankeerd door zijn collega’s. De voormalige coureur, die in 2022 nog op continentaal niveau reed bij het toenmalige Minerva, ruilde de koers voor een nieuw leven met andere prioriteiten. “Het plezier is er nog steeds, maar de focus is verlegd.”


Eenmalige oefenrit was voldoende
De deelname aan de tijdrit was een spontaan idee, zonder al te veel voorbereiding. “Het idee is ontstaan via Gust De Smul, een collega bij Cyclobility, om deel te nemen met een ploeg van het werk”, vertelt Caethoven. “We hebben wat rondgevraagd wie zin had en zo is ons ploegje voor WielerVerhala Limburg Snelste snel tot stand gekomen.”
Veel tijd om op de specifieke discipline te trainen, was er niet. Het gelegenheidsteam reed welgeteld 1 keer samen ter voorbereiding. “We hebben inderdaad 1 keer geoefend”, geeft hij toe. “En dan nog met een man meer, want onze 5e renner is uitgevallen door een sleutelbeenbreuk. Dus eigenlijk hebben we met de ploeg waarmee we uiteindelijk gereden hebben, nooit samen geoefend.”
Dat het toch lukte, heeft hij deels te danken aan zijn verleden. Tijdrijden is hem niet onbekend. “Vroeger in de koers heb ik dat wel vaker gedaan. Ik heb daarnaast een aantal Belgische kampioenschappen ploegentijdrijden gereden. Maar dat is natuurlijk wel al eventjes geleden.”

Verdoemd coronajaar
Die periode als competitief wielrenner lijkt alweer een eeuwigheid achter hem te liggen. De overstap van de beloften van EFC naar het continentale Minerva in 2022 moest een stap vooruit zijn. Maar het draaide anders uit. “Ik heb daar zeker niet mijn beste jaar gehad, absoluut niet”, bekent Caethoven. “Het was eigenlijk al slecht gestart met onze stage op Mallorca, waar ik corona opliep. Doorheen dat hele jaar heb ik daar echt de naweeën van gevoeld.”
Ondanks een goede sfeer in de ploeg, woog het mindere seizoen zwaar. Toen duidelijk werd dat het team zou stoppen, was de keuze snel gemaakt. “Je weet dat de plekjes duur zijn om op dat niveau verder te kunnen rijden, dus dan zet je makkelijker een stap terug.” Die stap bracht hem bij Wielerteam Decock-Van Eyck-Van Mossel-Devos Capoen en later Battaia. “Ik heb daar wel een beetje meer plezier teruggevonden, ja. Ik kwam er in een heel toffe groep terecht. Maar op dat moment heb ik voor mezelf de keuze gemaakt: wil ik hier echt nog vol voor leven of doe ik het als hobby?”
Het antwoord op die vraag was duidelijk. Caethoven koos voor zekerheid en een carrière naast de fiets. “Eigenlijk wist ik al tijdens dat jaar bij Minerva dat ik niet meer op continentaal niveau zou kunnen koersen. Toen ben ik al halftijds beginnen werken. Na mijn periode bij De Cock ben ik fulltime aan de slag gegaan. Vanaf toen is de koers echt een hobby geworden.”

Duatlon
Na een 1e werkervaring bij Decathlon belandde hij bij Cyclobility, waar hij vandaag de serviceplanning verzorgt. “Ik zorg ervoor dat onze techniekers ter plaatse bij bedrijven onderhoud kunnen doen aan de leasefietsen. Mijn specifieke taak is het afhandelen van schade- en diefstalgevallen. Dus ik heb veel contact met verzekeringen en tegenpartijen.”
Vorig jaar reed hij nog enkele kermiskoersen voor Battaia, maar ook dat hoofdstuk is nu afgesloten. “Ik ben sinds juni vorig jaar papa, dus ik ben nu vooral bezig met mijn dochter”, vertelt hij. De competitiedrang is echter niet helemaal verdwenen, die vindt nu een uitlaatklep in een andere sport. “Af en toe pik ik voor de prikkel nog een wedstrijd bij de nevenbonden mee, maar nu doe ik vooral duatlon, samen met de collega’s.”
Zijn fietscapaciteiten komen daar goed van pas, al is er nog werk aan de winkel. “Mijn fietsen is wel in orde, maar mijn lopen kan nog veel verbeteren. Ik ben ook nog maar sinds januari specifiek op het lopen aan het trainen”, lacht hij. “Het is eens iets anders dan koersen en het is heel tof met de collega’s. We trekken ons aan elkaar op, dat is wel nice.”