Jean-Paul Jansen snelde afgelopen weekend op indrukwekkende wijze naar de overwinning in de loodzware Borderride 400. De projectmanager uit Den Bosch kende door een valpartij en kluswerkzaamheden geen optimale voorbereiding, maar een chaotische start speelde hem perfect in de kaart. Na een magistrale solovlucht van ruim 15 uur, waarbij hij zowel de natuurelementen als zichzelf overwon, trok hij aan het langste eind.


Chaotische start
De Borderride 400 is 1 van de meest epische fietsavonturen van de Benelux. Vanuit het Belgische Neerharen, vlakbij Maastricht, vertrokken de deelnemers zaterdag 13 juni 2026 voor een monstertocht van 400 km door 5 landen: Nederland, België, Frankrijk, Luxemburg en Duitsland. Jean-Paul Jansen van de COERS Cycling Club won de wegeditie, ondanks een voorbereiding die verre van vlekkeloos verliep.
De aanloop naar de koers begon voor Jansen namelijk niet op de fiets, maar met een verfroller. “Ik had een mindere voorbereiding omdat ik veel geklust heb in mijn nieuwe huis, wat zorgde voor de nodige rugpijn”, lacht de winnaar. “Bovendien smakte ik in december zwaar tegen het asfalt in Calpe. Ik ben eigenlijk pas sinds half februari weer fysiek aan het fietsen. Dat ik hier nu sta, is voor mij al een overwinning op zich.”
Bij het vertrek ontspon zich direct een merkwaardig tafereel. “Vlak na het startschot reed bijna iedereen verkeerd”, legt hij uit. “Ik zag het gebeuren en was er vroeg bij. Ik draaide om, en dacht: dit is mijn kans.” Jansen dook in de aerohouding en ontwikkelde een moordend tempo. “Het is officieel geen wedstrijd, maar de voorste 20 reden wel voor de eer. Ik knalde daarom met 55 km/u langs het kanaal en haalde al snel de gravelaars in, die eerder gestart waren. Dat gaf me zoveel kippenvel dat ik wist: tot achter Luik ga ik alleen maar boren.”


Overleven in de Luxemburgse heuvels
Waar Jansen in eerdere evenementen van Bram Tankink, zoals de Grenspaalklassieker, vaak geplaagd werd door materiaalpech, bleven de goden hem dit keer goedgezind. “Vorig jaar had ik nog 3 lekke banden en een dubbelgeklapte derailleur. Dat gaf mij vooral motivatie om hiervoor te trainen. Ik ben 20 kilo lichter om beter te klimmen, en eindelijk liep alles een keer vlot”, vertelt hij opgelucht. Het zwaartepunt van de tocht lag volgens hem in Luxemburg. “Dat terrein was echt té taai. Het is daar constant draaien en keren, en met die strakke westenwind op de beklimmingen loop je gewoon helemaal leeg. Dan zijn er ook nog eens overal wegwerkzaamheden. Oké, in het weekend zijn er geen bouwvakkers en kan je erlangs, maar je kan heel makkelijk lek rijden.”
Omdat de tocht volledig unsupported was, was de Brabander enkel op zichzelf aangewezen. “Ik heb onderweg maar 1 stop gehad bij een supermarkt in Luxemburg. Daar heb ik 2 liter water gehaald en mijn bidons afgetopt met cola. Voor de rest probeer je in alle hoekjes en gaatjes vloeistof en voeding te proppen. Ik ben later nog een keer gestopt bij een kraantje voor water, maar verder heb ik zo min mogelijk gedaan. Stoppen voor plassen vind ik onzin, dat kost bij elkaar zo een kwartier over deze afstand. Mijn plan voor de indeling klopte precies.”
Tijdens de eenzame vlucht zocht hij bewust de stilte op om zijn focus te behouden. “Ik heb geen muziek ingedaan. Ik wilde de omgevingsgeluiden horen, de vogels en de natuur. Je komt in een bubbel, een isolement waarin je even alles vergeet”, vertelt de Nederlander. Daarna gaat hij op serieuze toon verder. “Ik ben begonnen bij het fietsteam van Defensie, maar gestopt na een valpartij. Ik liep in 2013 een serieuze rugblessure op tijdens een uitzending van het leger. Ze zeiden dat ik nooit meer zou lopen of fietsen. Gelukkig herstelde ik wel. Aan deze tijd hield ik PTSS over. Fietsen is voor mij een goed medicijn hiertegen, het geeft rust in mijn hoofd. Mijn vrouw vindt dat ik een beter mens ben als ik fiets.”


Avontuur in Namibië
“Rond het 300 kilometerpunt heb ik bewust 50 km gas teruggenomen”, keert Jean-Paul terug naar de ontknoping van de Borderride 400. “Van mijn clubgenoot Dennis, die mij via de tracker volgde en continu tijdsverschillen doorgaf, hoorde ik dat ik daardoor ingelopen kon worden. Maar ik móést echt even inhouden. Er zijn toen wel wat krachttermen gevallen, al was dat puur in de heat of the moment. Zijn digitale ondersteuning en de gedachte aan mijn vrouw bij de finish hielpen mij enorm om dat laatste, zware deel door te komen”, blikt hij terug.
Nadat Jean-Paul Jansen de bokaal kreeg uitgereikt, benadrukte hij nogmaals dat zo’n eenzame tocht weldegelijk een teamprestatie is. “Het thuisfront is alles. Zonder de steun van mijn vrouw en kinderen, en hun begrip voor de vele uren training naast mijn fulltime baan als projectmanager, is dit onmogelijk. Dat zij mij de ruimte geven om zo’n uit de hand gelopen hobby uit te voeren, sterkt me enorm. Ook de gedachten aan onze clubvoorzitter, die mijn passie voor het lange afstandsfietsen ooit heeft aangewakkerd met de 100 Cols Tocht, hebben mij gesterkt. Hij kampt nu met een ontzettend moeilijke thuissituatie vanwege een ernstig zieke zoon van 11. Ik ben hem en de club veel verschuldigd.”
De kersverse Border Koning heeft de smaak in ieder geval stevig te pakken, en overweegt nu een volgend avontuur in Namibië. “Ik heb in het verleden al mooie tochten gemaakt, zoals in 4 dagen van Zwitserland naar Nederland rijden en een eendaagse rit van ruim 500 km als retourtje Roubaix. Binnenkort wil ik het Pieterpad gaan afvinken, een graveltocht van 380 km. Maar er ligt ook nog een heel bijzonder aanbod: paralympisch kampioen Daniel Abraham Gebru heeft me gevraagd om als duo 400 km door de Namibische woestijn te rijden op de mountainbike. Ik moet thuis en op het werk nog wel overleggen, want dan ben je meteen 3 weken weg!”
