De Grenspalenklassieker Borderride, een ultracyclingtocht door de Benelux-grensstreek, presenteert anno 2026 een grotendeels vernieuwd parcours met een nieuwe start- en finishlocatie. Deelnemers aan de gravelversie worden uitgedaagd met een route van 380 – maar er is ook een roadversie van 402 km. Ondanks de afstanden benadrukt de organisatie dat de sfeer en het avontuur centraal staan. “Het is geen wedstrijd, dat moeten we wel even gezegd hebben”, grijnst Bram Tankink tijdens de voorbereidende webinar.


Nieuwe paden, zelfde karakter
Hoewel de richting vergelijkbaar is met vorig jaar, is de route aanzienlijk anders. “Het zijn ongeveer 80 tot 90% nieuwe paden”, verzekert Tankink. “Dus heb je vorig jaar gereden, maak je geen zorgen. Je gaat een totaal andere belevenis hebben.” De start en finish zijn verplaatst naar een scoutsterrein in Neerharen, waar deelnemers kunnen kamperen. Wie meer luxe wenst, kan terecht in het hotel aan de overkant.
De wegroute telt 402 km met 5.500 hoogtemeters en rijdt dit jaar parallel aan de gravelroute. Na een vlakke aanloop van 65 km langs het kanaal richting Luik, beginnen de Ardennen. “Ik heb echt de mooie klimmetjes in de Ardennen uitgezocht om te rijden”, klinkt het bij de voormalig Jumbo-prof. De gravelvariant is met 380 km en 5.000 hoogtemeters iets korter en heeft minder hoogtemeters dan de vorige editie.
Beide routes kennen een pittig middendeel door Luxemburg en de Eifel, maar de eerste en laatste 60 km zijn relatief vlak en snel. Als verrassing heeft de organisatie een extra uitdaging ingebouwd. “Ik heb er aan het einde een klein finale lusje in gelegd voor de kriebelaars, om nog even een klimmetje te hebben. Dat je niet zo die laatste kilometers gewoon uitbolt naar de finish, maar op het laatst nog een klim op moet ergens in het bos en waar je denkt van: hoezo stuurt hij mij hier omhoog?”

Selfsupported
Het evenement trekt een divers pluimage aan fietsers. “Het is voor iedereen. We hebben een jongen van 18 die mooie uitslagen rijdt in het amateurpeloton en we hebben Bruce, onze Amerikaan van boven de 60 die er gewoon lekker 2 dagen over gaat doen en geniet van de mooie wegen.” Het gaat dan ook over gemoedelijkheid en avontuur, niet over pure competitie.”
Hoewel er geen officieel klassement is, wordt er wel een uitslag opgemaakt voor wie de volledige route en alle checkpoints voltooit. “Mensen houden toch een beetje van een prestatie”, licht de organisatie toe. De eerste 5 finishers per categorie worden gekroond tot ‘grenspaal’ en ontvangen een trofee. Deelnemers kunnen elkaar en zichzelf volgen via een GPS-tracker, wat het sociale aspect versterkt en het voor het thuisfront mogelijk maakt om mee te leven.
De tocht is semi-selfsupported. Vooral in het 1e deel zijn er bemande posten, zoals een koffiestop na 65 km en een volwaardige bevoorrading na 145 km bij Café Coureur in Houffalize. “Eigenlijk wordt het pas na 200 km echt een avontuur, want dan rijd je over de grens door de Eifel en de Ardennen. Dan wordt het wel echt selfsupported”, weet Tankink. Een belangrijk checkpoint bevindt zich rond de 220 km bij een pension in de Eifel. “Op de pasta die je daar krijgt, kan je 200 km fietsen”, lacht Tankink.

Goede voorbereiding is cruciaal
De logistiek rondom het evenement is gericht op het comfort van de deelnemers. Op vrijdagavond wordt een pastabuffet voorzien, waarvan de capaciteit is opgeschroefd na een wat krappe editie vorig jaar. “Iedereen krijgt genoeg te eten”, wordt verzekerd. Voor de kampeerders is er zowel op zaterdagochtend voor de start als bij terugkomst ontbijt geregeld.
De organisatie hamert op de juiste materiaal- en kledingkeuze. Voor de wegfiets wordt minimaal 28 mm bandbreedte aangeraden, voor gravel zo breed mogelijk. Essentieel zijn goede lampjes, ook voor wie hoopt voor het donker binnen te zijn. “Het is mij vorig jaar net niet gelukt om voor het donker binnen te zijn. Ik had geen lamp bij en dat was best wel spannend”, vertelt iemand tijdens de webinar. Ook warme en waterdichte kleding is onmisbaar, aangezien het weer in de Hoge Venen snel kan omslaan.
Misschien wel het belangrijkste advies gaat over voeding. “Het is vooral een eetwedstrijd. Je moet zorgen dat je blijft eten, eten en nog eens eten. Als je dat al in het 1e uur vergeet, dan ga je je dat in het 10e of 11e uur wel bekopen.” De aanbeveling is om minimaal 90 gram koolhydraten per uur te consumeren en een Camelbak te gebruiken om voldoende vocht en voeding mee te nemen. “Je gaat een punt tegenkomen dat het echt heel zwaar wordt. Maar daar kan je echt doorheen komen. Als je zorgt dat je nutritie op peil blijft, kan je je juist weer beter gaan voelen.”