Kersvers Nederlands kampioen bij de elite zonder contract Rens Vermeulen leeft op een wolk. De Brabantse sprinter bekroonde een tactisch ploegenspel met de overwinning in Oosterwolde. Voor de renner die pas sinds de coronaperiode op de racefiets zit, verandert er veel. Toch blijft hij met beide benen stevig op de fabrieksvloer staan.


Procesgericht werken
De kampioenschapsdag leverde uitersten op voor Vermeulen. Het peloton werd getrakteerd op een spervuur van aanvallen. Een definitieve breuk bleef lang uit. “Met zo’n 60 tot 70 km te gaan reed met Jules de Cock een ploeggenoot van mij weg”, blikt Vermeulen terug. “Vrij snel gingen er 2 renners, met Jos Koop ook een ploeggenoot, mee in de aanval. Het peloton viel stil en de groep kreeg al snel een grote voorsprong. Dat was een gouden kans voor onze ploeg.”
In de slotfase smolt alles samen. Vermeulen werd door zijn ploeg uitstekend naar voren gebracht. “Eenmaal bij de eerste 3 renners van het peloton reed ik Jules voorbij in de laatste kilometer. Ik heb hem nog snel een bedankje geroepen en toen ging ik voor de sprint.” Hij zorgde dat hij niet ingesloten raakte en ging op tijd aan. “In de sprint voelde ik mijn benen niet meer en toen ik omkeek had ik best een aardige voorsprong. Ik ben vroeg gaan juichen en daarom zat ik op de finish nog maar een fietslengte voor.”
De ontlading na de streep was enorm. De overwinning werd gevierd met ploeggenoten, ouders en verzorgers. Het succes past bij de nuchtere visie van Vermeulen. Hij weigert te spreken van zware tegenslagen in zijn carrière. “Sport bestaat uit vele tegenslagen, maar ook uit hele mooie momenten. Dit NK was voor mij zo’n mooi moment. Ik denk dat het belangrijk is om niet resultaatgericht te werken, maar juist procesgericht. Op die manier kan je veel makkelijker omgaan met tegenslagen die er toch zullen zijn.”


Twan van Gestel
Als eliterenner zonder contract is wielrennen slechts een deel van de weekinvulling. “Ik heb inderdaad geen contract en daarom moet er gewerkt worden”, vertelt Vermeulen. Dit doet hij bij Sengers Metaal B.V., een wielerminded bedrijf op een steenworp afstand van zijn huis. “Ik werk daar 20 uur per week. De baas, Henk Sengers, heeft mij een mooie kans aangeboden om daar in de voetsporen van mijn vader werkvoorbereider te worden. Ik vind dit werk goed te combineren met trainen en koersen.”
Een persoonlijke trainer heeft Rens Vermeulen nooit gehad. Wel benut hij zijn woensdagen voor groepstrainingen met het RTC onder leiding van Twan van Gestel en Germon Peeters. “Groepstrainingen zorgen ervoor dat trainingen ook leuk blijven”, stelt hij. Het illustreert de opmars van een atleet met heel andere sportieve roots. “Eerst deed ik altijd veldrijden in Luyksgestel en karate in Bergeijk. Daar ben ik wel allemaal mee gestopt”, lacht hij.
De liefde voor de weg kwam er pas tijdens de pandemie. “Sinds corona ben ik met mijn broer Jordy steeds meer gaan fietsen. Hij is 2 jaar geleden 2e geworden op het NK en is de reden dat ik ben gaan koersen.” De broers trainen nog altijd veel samen. Waar Rens de pure snelheid bezit, blinkt Jordy uit als de weg omhoog loopt. “Ik ben een sprinter, dat is duidelijk. In de vlakke wedstrijden rijd ik ook het beste. Wel vind ik het leuk om in de bergen te trainen met mijn broer, die heel goed kan klimmen.”


nationale driekleur
Sinds zijn overwinning is Vermeulen een opvallende verschijning. Of dit zijn positie in het peloton direct verandert, moet nog blijken. “Ik heb pas 2 wedstrijden gereden sinds het NK, dus dat is lastig zeggen”, merkt hij op. “Wel zullen andere renners mij denk ik niet zomaar laten gaan als ik een demarrage plaats, maar dat zal ik nog moeten zien.”
Ondanks zijn nuchterheid sluit de kampioen een stap naar de profs absoluut niet uit. “Als er een kans is om prof te worden, zal ik die met 2 handen aanpakken. Maar ik besef heel goed dat het lastig is om als sprinter prof te worden tegenwoordig.” Om die professionele sprong te maken kent hij zijn persoonlijke werkpunten. “In buitenlandse wedstrijden moet je ook heel goed kunnen klimmen om mee te doen. Daar moet ik nog een stap zetten en hopelijk lukt dat.”
Voor de korte termijn liggen de doelen echter dichter bij huis. De rood-wit-blauwe trui moet getoond worden aan het eigen publiek. Waar hij het tricot nog eens extra wil laten schitteren, is voor hem direct duidelijk. “Luyksgestel aankomende maandag zal genieten zijn. Dat is mijn thuisdorp waar ik vorig jaar won in de sprint tegen Coen Vermeltfoort. Na Luyksgestel ga ik eerst maar eens gewoon genieten.”
