Het nationaal kampioenschap is voor veel junioren de grootste wedstrijd van het jaar, zo ook voor Marissa van Putten. De 17-jarige snelde in het Gelderse Laren naar een 21e plek op het NK Tijdrijden voor meisjes junioren. Die discipline heeft een speciaal plekje in haar hart, omdat het na een slepende knieblessure het 1e stukje sport was dat ze weer kon oppikken. Ondergetekende volgde haar een dag, als coach en supportende broer.


Verkenning
Veel hardrijders zullen het Nederlands kampioenschap Tijdrijden in Laren rood omcirkeld hebben in de agenda, zo ook ondergetekende zijn zusje Marissa. De aanloop naar de titelstrijd ziet er voor een middelbare scholier echter net even anders uit dan voor de profs. “Mijn voorbereiding begon afgelopen dinsdag eigenlijk pas nadat ik in de ochtend nog gewoon de lessen had gevolgd”, vertelt ze lachend. “Mijn vriendinnen gingen in de stad afspreken, genieten van de zon op het terras, maar ik laadde met mama de auto in om naar de Achterhoek te gaan. Ik denk niet dat mijn leeftijdsgenoten altijd even goed snappen wat ik doe. Als ik zeg ‘ik ga trainen’ dan is dat niet 2 keer een uur om in een vriendenteam te hockeyen of volleyballen, maar eerder een paar uur. Het is voor niet-fietsers een ongrijpbare wereld, maar ergens dwingt het ook bewondering af.”
Marissa’s vaste voorbereiding de dag voor een tijdrit bestaat uit een uur losrijden met een paar sprintjes, deze keer op het wedstrijdparcours in Laren. “Ik deed 2 rondes over het parcours en lette daarbij goed op de bochten. Ik sneed deze in de 2e ronde bewust met meer snelheid aan”, legt Marissa va Putten uit. “Het was een ontzettend snel rondje met 2 strookjes licht vals plat. Wat me vooral bijbleef, was een oude man die vlaggetjes in zijn heg hing om ons aan te moedigen. Dat was echt schattig.”
Het NK in Laren was Van Puttens grote seizoensdoel. Tijdrijden ligt haar goed, en heeft een speciaal plekje in haar hart vanwege een blessure. “Ik fiets al sinds ik 4 ben. Ik ging altijd naar de wedstrijden van mijn broer, en reed als het kon een dikkebandenrace. Ik kreeg op mijn 5e een B’Twin, en mocht 2 jaar later eindelijk beginnen koersen. Een maand na mijn 7e verjaardag begon ik. Het veldrijden was jaren mijn grote liefde, maar een knieblessure veroorzaakt door groeipijn hield me bijna 3 jaar uit koers. Tijdrijden was 3 jaar geleden de 1e discipline die ik weer kon oppakken. Nu gaat de weg ook goed, en hoop ik deze winter eindelijk weer te kunnen crossen.”


Playlist
Marissa houdt van regelmaat, en zoekt dit ook op rond haar wedstrijden. “De avond voor een koers eet ik eigenlijk altijd pasta, en de ochtend daarna pannenkoeken met jam”, lacht ze. Zenuwachtig was ze op de wedstrijddag niet. “Ik heb inmiddels meer dan 15 keer aan de start van een NK gestaan, dus ik benader het gewoon als een wedstrijd zoals alle andere. Toch weet je dat het wel anders is. We waren er een dag van tevoren, en mijn beide ouders en broer waren er. Het was echt lief dat iedereen een dag vrij had genomen om te kijken. Mijn broer had zelfs een volgauto geregeld via zijn fietsclub.”
De voorkeur voor duidelijkheid en regelmaat keert ook terug in de voorbereidingen op de wedstrijddag. “Ik schrijf mijn schema uit op papier, en plan het tot in de minuut.” Zo werd er, stipt volgens schema, om 7u15 vertrokken. Het beloofde een zeer warme dag te worden, waarbij het om 9 uur al 28 graden was. “Ik houd helemaal niet van de warmte tijdens het fietsen”, zuchtte ze een paar dagen van tevoren al. “We grappen vaak dat dat komt doordat ik in Zweden geboren ben. Met een koelvest, ijssokjes, en zoveel mogelijk drinken probeerde ik de hitte te negeren en mij op de wedstrijd te richten.”
Om zich maximaal op te laden, gaat voor de start de volumeknop flink omhoog op de Tacx. “Ik luister altijd muziek, ook als ik niet aan het fietsen ben. Ik ben normaal best fan van Taylor Swift en Harry Styles, maar tijdens de opwarming schakel ik een tandje hoger”, legt ze uit. “227kg van Pegassi en Thalassophobia van Aphotic zijn vaste nummers tijdens mijn warm-up. Dat laatste nummer ken ik via mijn Amerikaanse vriend Ben Bravman. Hij zette dit op onderweg naar de veldrit van Koksijde, en sindsdien is het een vaste waarde in mijn playlist.”


Flowstate
Na de fietskeuring, toch altijd spannend op een dag als deze, gaf ze haar koelvest af en begon ze aan haar race tegen de klok. De volgauto met ondergetekende en haar vader reed er vlak achter. “Ik reed bewust zonder communicatie”, vertelt ze. “Ik heb dit nog nooit in koers gedaan en wilde nu niet experimenteren. Op de tijdritfiets maak ik mijn hoofd leeg, en probeer ik in de flowstate te komen. Gepraat in mijn oor zou afleiding kunnen zijn. Ik probeer dat een andere keer wel.”
In de 1e km moest de auteur het gaspedaal diep intrappen. “Ik vertrok iets te gek, ja. Ik reed bijna 50 per uur, maar vond bij het uitrijden van het dorp het juiste ritme. Ik probeerde mijn hoofd zoveel mogelijk omlaag te houden. Ik hoorde mijn broer het nog zeggen op alle trainingen die we samen gedaan hadden: hoofd laag. In maart oefenden we hier uren op op de vliegbasis Soesterberg. Hoofd naar beneden, en de lijn blind volgen. Dat kwam uitstekend van pas op de brede provinciale weg.”
De eerste 5 km gingen enkel rechtdoor en Van Putten hield haar tempo boven de 40 per uur. “Na een paar goede bochten begon ik aan de terugweg. Ik hield mijn tempo goed vast, en de bochten gaven een fijne adempauze. Door de trainingen met Twan kon ik een aantal bochten goed in de beugels nemen”, blikt ze terug. Helaas liepen de benen in de slotfase toch vol. “Ik zakte in de laatste 2 km iets te veel in. Er zat niet meer in het vat, waardoor ik wat tijd verloor.” Ze zette aanvankelijk de 4e tijd neer, maar werd uiteindelijk 21e. “Dat was net achter mijn doelstelling van een top 20. Natuurlijk baalde ik hiervan, maar nu kijk ik er meer tevreden op terug. Ik heb alles gegeven, en reed mijn beste tijdrit van het jaar”, klinkt het uiteindelijk toch tevreden.