Elke zomer lopen de Belgische koersen over van de buitenlandse ploegen die naar Vlaanderen komen om het vak te leren. Anno 2026 vormt daarop geen uitzondering. Diverse Australische, Britse, Canadese en Scandinavische rensters staken hun neus de afgelopen weken al nadrukkelijk aan het venster. Onze redacteur volgde met het Amerikaanse CCB p/b Levine Law Group 1 van deze leergierige opleidingsploegen tijdens de Grote Prijs CHW in Beveren. Een verhaal over cultuurverschillen, sprinten tussen de volgwagens en de zoektocht naar een toilet.


Dan maar in de bosjes
Omstreeks 11u30 druppelt de parking van het sportcomplex in Beveren vol voor de plaatselijke GP, een vlakke 1.2 UCI-koers van 140 km. Naast grote profploegen als VolkerWessels, Cofidis en AG Insurance-Soudal staan er ook diverse bescheiden clubteams aan de start. Voor hen is dit de uitgelezen kans om de nodige ervaring op te doen in het Europese peloton.
1 van die clubteams is het Amerikaanse CCB p/b Levine Law. Deze formatie richt zich sinds 2021 op het opleiden van vrouwen, voornamelijk in de beloftecategorie, al rijden er ook enkele 1e en 2e jaars eliterensters in de ploeg. Koersen in België is een essentieel onderdeel van hun traject, vertelt Tim Mitchell, 1 van de 2 ploegmanagers. “We zijn deze zomer 7 weken in België, langer dan voorheen dankzij extra toezeggingen van onze sponsoren. Deze koersen zijn ontzettend belangrijk in de vorming van deze meiden, hier leren ze het spelletje pas echt spelen. Dit jaar zijn we voor een aantal UCI-koersen uitgenodigd, waarvan dit er ene is,” vertelt hij, voordat hij zich excuseert om de teambriefing te doen.
De 7 in het roze-paars gehulde rensters luisteren aandachtig naar Mitchell terwijl hij nog een keer de belangrijkste punten overloopt. “Vooral goed drinken, goed vooraan rijden en jezelf absoluut niet laten intimideren.” De meiden kletsen en dollen wat terwijl ze hun bidons klaarmaken, waarna de zoektocht naar het toilet begint. De sporthal blijkt afgesloten en er is geen dixie voorzien, waardoor het uiteindelijk toch de bosjes worden. “Een standaardprobleem in het vrouwenwielrennen waar de mannen nooit last van hebben”, verzucht 1 van de rensters.


Bridget Ciambotti
Vlak voor vertrek spreekt Mitchell zijn hoop voor de koers uit. “Gisteren reden we de UCI-koers Dwars door Wingene, wat al een enorme ervaring was. Voor sommige meiden was het hun allereerste UCI-koers. 2 van onze rensters haalden daar de finish, en ik hoop dat het er vandaag meer zijn. Niet omdat ik anders ontevreden ben, maar ze willen het zélf zo graag. Ik ben ook realistisch, want het niveau is hier torenhoog. Wij zijn natuurlijk maar een kleine ploeg in vergelijking met al dit geweld.”
Dat contrast tussen CCB en de grote formaties is op de parking inderdaad goed zichtbaar. De ploegbus van AG Insurance torent hoog uit boven het bescheiden busje en de tweedehands ploegauto van de Amerikanen. Toch kunnen ze sportief uitstekend mee. De meeste rensters rijden attent voorin en verteren prima het tempo van 40 km/u. Met temperaturen ruim boven de 30 graden is het vooral zaak om te blijven hydrateren. Ook ondergetekende deelt nog een paar bidons en ijszakjes uit. “Ik doe dit nu al bijna 20 jaar, maar ik heb het nog nooit meegemaakt dat zelfs de volgauto’s bevoorraad moeten worden. Dat is wel hectisch met al die stoppende wagens, maar verder is het een prima dag”, aldus Mitchell.
Niet voor iedereen verloopt de koers vlekkeloos. Bij 1 van de passages wordt Bridget Ciambotti uit koers gehaald vanwege een te grote achterstand. Ondanks de DNF achter haar naam is ze allerminst ontevreden. “Dit zijn mijn eerste echte elitekoersen. Ik ben pas1e jaars U23, dus dit is een groot leerproces”, vertelt ze in de bevoorradingszone. “Ik combineer het fietsen, net als mijn ploeggenoten, met een studie. Ik volg een ingenieursstudie aan de universiteit van Virginia. Later wil ik fietsen of auto’s ontwerpen. Mijn school heeft misschien geen groot fietsteam, maar wel een hoog academisch niveau. Je kunt er overigens prima trainen, beter dan bij veel traditionele fietsuniversiteiten, durf ik wel te zeggen. Alleen is het bij ons altijd klimmen, dus het is soms wel even schrikken hoe extreem vlak de parcoursen hier in België zijn.”


Tussen de auto’s
Voor Lizzy Gunsalus, die uiteindelijk 41e zou finishen, wordt het een bewogen middag. “Op een bepaald moment reed ik lek”, blikt ze terug. “Toen mijn wiel gewisseld was, zaten we dik achter de ambulance. Ik weet dat de jury niet altijd even genadig is, dus ik was bang om uit koers genomen te worden en reed zo hard ik kon”, vertelt ze vol adrenaline over haar achtervolging. “We reden flink boven de 55 per uur, en op een bepaald moment hoorde ik Tim toeteren. Ik keek op en zag hem remmen. Instinctief stuurde ik naar links en schoot zo 15 auto’s voorbij voordat ik de bocht nam. Ik heb al veel gekoerst, maar dit was weer iets compleet nieuws.”
De koers eindigt uiteindelijk in een massasprint, waarin Alyssa Sarkisov als 32e de beste finishster voor de Amerikaanse ploeg is. De 1e jaars belofte is na de streep meteen zelfkritisch. “Ik ben geen sprintster, maar ik heb me toch in het geweld van de treintjes vooraan gemengd. Op een bepaald moment was er een opening op links, maar ik maakte de move niet. Ik had die inspanning gewoon moeten plaatsen”, reflecteert ze hardop, tot Mitchell ingrijpt. “Het is juist heel goed dat je daar nu al zo over nadenkt, maar je hoeft niet altijd zo hard voor jezelf te zijn. Je hebt geweldig gereden. Zonder dit soort fouten kom je nooit vooruit!”
Uiteindelijk weten 5 van de 7 CCB-rensters de finish in het peloton te halen. Naast Ciambotti moest ook Sabrina Hayes eruit na een valpartij, gelukkig zonder al te veel erg. Ploegmanager Mitchell is dan ook een tevreden man. “Beginnen met een dubbel UCI-weekend is zeker niet evident, maar de kop is eraf. We zullen nu vooral kermiskoersen rijden, waarbij de renstersgroep ook wat gaat wisselen. Sommige meiden komen later over, anderen gaan wat eerder naar huis of rijden nog met de nationale ploeg.” Gevraagd naar een renster om in de gaten te houden, tipt hij Lyllie Sonnemann (36e). “Zij zou best wel eens een goede sprintster kunnen worden. Ze boekt veel progressie als 1e jaars, zo bleek ook al uit haar 2e plek op het Amerikaans criteriumkampioenschap. Er zit nog genoeg rek op bij haar!”