Stan Van Hissenhoven (18) kroonde zich in de prestigieuze Valromey Tour tot de beste renner van zijn ploeg Crabbé-Dstny en eindigde als 3e Belg in het algemene klassement. De junior uit Mechelen maakte pas afgelopen winter de definitieve overstap van het triatlon naar de koers. In Frankrijk bewees hij meteen over uitzonderlijke klimmersbenen te beschikken, ondanks een aanzienlijk gebrek aan koerservaring in het peloton. Vanuit Portugal blikt een tevreden Van Hissenhoven terug op zijn doorbraak, de materiaalpech die hem teisterde en zijn ambities voor de rest van het koersseizoen.


Strijdlust
De verwachtingen voorafgaand aan de loodzware Franse rittenkoers lagen opvallend laag voor de Mechelaar. Van Hissenhoven trok zonder uitgesproken doelen naar de Valromey Tour, een wedstrijd die bekendstaat als 1 van de zwaarste afspraken op de kalender. “Ik was daar eigenlijk met niet te veel ambitie gestart”, geeft hij eerlijk toe. “Ik had er op voorhand geen woord over gezegd tegen de ploegleiding. Ik wist natuurlijk wel dat ik iets kon laten zien als de benen goed voelden, maar ik had er absoluut geen uitslag op geplakt. Ik ging er gewoon naartoe om te kijken wat er mogelijk was op dat niveau.”
Die attitude bleek al snel terecht toen de openingsrit uitdraaide op een opeenvolging van tegenslagen. Materiaalpech dreigde zijn algemeen klassement al op dag 1 volledig te ruïneren. “Die 1e dag verliep inderdaad wat minder”, zucht de beloftevolle klimmer. “Ik zat nochtans goed vooraan mee tijdens de 2e keer klimmen. Net op het moment dat ik perfect in het wiel zit, krijg ik een klapband vooraan. Ik moest direct van wiel wisselen en belandde in de achtervolging. Uiteindelijk raakte ik nog bij het peloton, maar op 5 km van de meet reed ik opnieuw lek, dit keer achteraan. Ik moest van fiets wisselen, ben nog teruggekeerd en heb zelfs nog een lead-out kunnen doen voor een ploegmaat. Maar ideaal was dat niet.”
Desondanks toonde hij amper 24 uur later meteen zijn enorme veerkracht. Die aanvalslust leverde hem aan het einde van de rit een welverdiend podiumbezoek op. “De 2e dag was de prijs voor de strijdlust voor mij”, legt Van Hissenhoven uit. “Die etappe ging heel goed, ik kon altijd makkelijk meeschuiven vooraan. Maar op een bepaald moment bots je toch op je eigen limieten qua koersinzicht. Dit is nog maar mijn 1e seizoen dat ik volledig op het wielrennen inzet. Ik mis nog dat tikkeltje ervaring in het peloton. Ook op het vlak van tactiek is er nog heel wat werk aan de winkel, dat besef ik maar al te goed.”


Bevestiging op de Grand Colombier
Zijn beperkte koerservaring is een direct gevolg van zijn recente overstap uit het triatlon. “Pas vanaf augustus ben ik toen meer beginnen koersen. Pas afgelopen winter heb ik de definitieve switch gemaakt om me volledig op de wielersport te focussen. Ik wilde graag een nieuwe uitdaging aangaan. Ik voelde gewoon dat er meer in dat wielrennen zat en ik wilde uittesten tot hoever ik precies kon geraken. Het was een stap in het onbekende, maar ik ben op dit moment heel tevreden dat ik het gewaagd heb.”
Het absolute hoogtepunt van zijn Valromey Tour volgde tijdens de loodzware klimtijdrit naar de top van de mythische Grand Colombier. Daar bewees de Mechelaar dat hij kan wedijveren met de internationale top bij de junioren. “Die klimtijdrit ging zeer goed”, glundert de renner van Crabbé-Dstny. “Ik was redelijk stevig begonnen aan de beklimming. Na 10 minuten dacht ik wel even: oei, als ik dit vermogen moet blijven duwen, wordt het lastig. Maar dat ging eigenlijk verrassend goed. In de finale kon ik nog supersterk doorrijden. Ik had daar een supergoed gevoel en ben dan ook heel tevreden met dat resultaat tussen al die grote mannen.”
Zijn sterke prestatie in de Franse bergen vormt een schril contrast met het seizoensbegin. Het voorjaar verliep voor Van Hissenhoven allesbehalve vlekkeloos door een reeks spijtige valpartijen. “Mijn voorjaar was er eentje met veel ups en downs”, klinkt het. “In eigenlijk al de grote koersen waar ik gestart ben, zoals Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Vlaanderen, ben ik zwaar tegen de grond gegaan. Het was moeilijk, vooral op mentaal vlak, om telkens weer de motivatie te moeten zoeken na een crash. Gelukkig gingen de tijdritten wel altijd heel goed. Daar haalde ik de nodige motivatie uit, omdat ik besefte dat het met de vorm wel goed zat.”


Hoop op een devo team
De Valromey Tour was voor Van Hissenhoven een ontdekkingstocht in het hooggebergte. Het was bovendien zijn absolute debuut in een meerdaagse rittenkoers van dit kaliber. “De 1e keer dat ik echt het grote rondewerk mocht afwerken”, bevestigt hij. “Ik heb mezelf de voorbije week ergens wel verbaasd, ja. Ik wist niet dat ik zo’n uitslagen kon rijden. Anderzijds wist ik wel dat ik de capaciteit heb voor dat klimwerk. Dat ligt me enorm en spreekt me echt aan. Maar om dan zo’n constante week te rijden, dat had ik niet direct verwacht. Dat ik na 4 zware dagen koers nog zo’n sterke klimtijdrit uit mijn benen kon schudden, lag echt buiten de verwachtingen.”
Met deze vertrouwensboost kijkt de Mechelaar vol goede moed naar het verdere verloop van zijn programma. De komende weken staan er nog enkele prestigieuze afspraken in zijn agenda genoteerd. “De volgende koers op de planning is wellicht Aubel-Thimister-Stavelot”, blikt hij vooruit. “Dat is ook weer een grote koers en een heel mooie wedstrijd om te rijden. Daarna gaan we bekijken wat er nog precies op de planning staat. We hebben bij Crabbé-Dstny in ieder geval een heel sterk blok renners. Zeker met de talenten die er nu nog aankomen bij de junioren gaan we als ploeg nog heel mooie dingen kunnen laten zien.”
Wat de rest van zijn carrière betreft, blijft Van Hissenhoven uiterst nuchter. 2 jaar geleden belandde hij bij zijn huidige team na een overwinning op het BK Duatlon, nu droomt hij stiekem van de volgende stap. “Via de Jammaers (zijn ploegmaat Stan Jammaer komt ook uit het triatlon, net als diens vader Bert, red) ben ik destijds bij Crabbé terechtgekomen”, besluit hij. “Wat ik nog verwacht van dit seizoen? Ik hoop dat ik hier en daar nog mooie dingen kan laten zien en af en toe een sterk resultaat kan rijden. Een overstap naar een devo team volgend jaar zou natuurlijk heel mooi zijn. Maar ook daar heb ik geen torenhoge verwachtingen over. Ik laat het allemaal op mij afkomen.”