De openingscross 2026-2027 in Kessel, de Grote Prijs Marc Druyts, vormde zondag 6 september het ideale strijdtoneel voor de start van het veldritseizoen. Bij de junioren moest Limburger Jules Van Oirbeek zijn meerdere erkennen in een sterke finale tegen Lander De Feyter. De Limburger van het Woutim Cycling Team wil straks sterk voor de dag komen in de zwaardere UCI-crossen.


Tom Vannoppen
Ploegleider Tom Vannoppen merkt op dat zijn poulain een uitstekende zomer heeft afgewerkt en daardoor fysiek een aanzienlijke stap voorwaarts zet richting de winter. “Jules is een heel talentvolle renner die je elk jaar een beetje ziet groeien binnen de ploeg. Nu heeft hij ook een heel mooi wegseizoen afgewerkt, waarbij hij pas nog een zware Triptyque Ardennais heeft gereden. Hij heeft heel veel op de weg getraind en gekoerst, maar dat was echt specifiek in functie van het veldrijden. Hij wordt er nu eindelijk voor beloond na al het harde werk. Want vorig jaar reed hij hier top 10 en nu pakt hij direct een podiumplaats.”
Het razendsnelle en technische rondje in Kessel is nochtans absoluut niet op het lijf geschreven van de krachtige Van Oirbeek. “Dit is echt niet zijn parcours, want hij is inderdaad heel groot van gestalte en dat vele keren en draaien ligt hem niet zo goed”, analyseert Vannoppen de kwaliteiten van zijn renner. “Vanaf het moment dat de omlopen effectief iets zwaarder worden, komt bij Jules nog veel meer zijn pure kracht en zijn gestalte naar boven. Dat kan hij dan veel meer uitspelen ten opzichte van de concurrentie. Dus ik denk wel dat hij deze winter de stap naar de semi-top moet maken bij de junioren.”
De wedstrijd in Kessel zelf draaide uit op een boeiend secondenspel waarbij een kleine hapering in de slotfase uiteindelijk besliste over de overwinning. “Vanaf de start was ik direct goed weg met een 3e à 4e plaats en vervolgens heb ik 2 of 3 ronden in 2e positie gehangen”, vertelt de renner uit Berloz zelf. “Ik probeerde zo lang mogelijk te wachten om het gat op leider Lander De Feyter dicht te rijden. Omdat ik me absoluut niet wilde opblazen. In de voorlaatste ronde kwam ik bij hem en probeerde ik weg te rijden. Maar hij hield mijn wiel, nam de kop over en bij een foutje van hem in een bocht haakten we in elkaar. Waardoor mijn kans op de winst verkeken was.”


Internationale punten
Ondanks de nipt gemiste zege in de openingscross beseft de jonge renner dat zijn basisniveau momenteel al een stevig pak hoger ligt dan tijdens de voorbije jaren. “Dit was nog maar mijn allereerste crosswedstrijd van het seizoen en ik heb ook nog maar 1 specifieke crosstraining op de fiets gehad. De techniek was daardoor nog niet 100%, maar het ging toch al veel beter dan ik vooraf had verwacht. Fysiek voel ik dat ik op alle vlakken veel sterker ben geworden dan vorig jaar en ook technisch ben ik al een pak beter geworden.”
Om in de grote klassementscrossen niet telkens vanop de achterste rijen te moeten starten, trekt hij de komende weken bewust de grens over. “Nu rijd ik eerst nog de wedstrijd in Rijkevorsel, waarna ik in september naar Duitsland trek om daar 2 internationale C-crossen te betwisten. Daarna volgen er ook nog wedstrijden in Luxemburg en Nederland met als enige doel om zoveel mogelijk UCI-punten te pakken. Op die manier hoop ik in de A-crossen een goede startpositie af te dwingen. Daar zal ik pas echt weten hoe mijn niveau zich verhoudt tot de internationale top.”
Wat de concurrentie in eigen land betreft, kijkt de 2e jaars junior momenteel vooral naar de vertrouwde namen binnen zijn leeftijdscategorie. “Ik beschouw renners zoals Maxime Smits toch als mijn grootste concurrenten voor dit nieuwe seizoen. Er zijn natuurlijk nog andere jongens die momenteel misschien nog iets sterker zijn dan ik. Maar dat niveauverschil zal ik de komende weken wel ontdekken wanneer de grote wedstrijden eraan komen. Ik wil dit seizoen vooral zoveel mogelijk goede resultaten draaien, steevast mikken op de top 5 of het podium en misschien eens proberen om een overwinning te behalen.”


Devo team?
De veelbesproken discussie of hij uiteindelijk een pure veldrijder of een klassieke wegrenner wordt, schuift de ambitieuze Limburger voorlopig nog even tactisch voor zich uit. “Momenteel combineer ik beide disciplines nog volop en dat wil ik ook zo lang mogelijk blijven doen. Na afloop van dit komende crossseizoen ga ik pas echt bekijken wat ik in de zomer op de weg precies zal doen. En of ik alles ga focussen op het veldrijden. Ik wil eerst nationaal zien wat het geeft en daarna kunnen we nog kijken hoever ik internationaal kan geraken.”
Deze winter moet hij zich bovendien in de kijker rijden van andere teams, aangezien het Woutim Cycling Team er na dit seizoen definitief mee ophoudt. “Dit is inderdaad het laatste jaar dat de ploeg van trainer en ploegleider Tom Vannoppen bestaat, dus na dit crossseizoen zie ik wel wat de toekomst brengt. Het zou natuurlijk altijd heel leuk zijn om de overstap te kunnen maken naar een devo team van een grotere structuur. Ik laat het voorlopig gewoon op mij afkomen en focus me volledig op mijn prestaties in het veld.”

