
Jarenlang was koersen in Europa voor Mia Aseltine (22) een garantie op heimwee. Dat veranderde toen ze in Canada haar Nederlandse vriend leerde kennen. Tegenwoordig verdeelt de renster van Competitive Edge Racing haar tijd met plezier tussen het Amerikaanse Colorado en Nederland, waar ze traint op de wegen rondom Arnhem. Hier legt ze de basis voor een ambitieuze crosswinter, terwijl ze de Nederlandse cultuur steeds meer waardeert.


Recht in je gezicht
Een blik op de Strava-heatmap van Mia Aseltine verraadt direct een opvallend patroon. De meest gereden wegen van 2026 zijn rondom haar huis in Colorado, maar ook rond het Nederlandse Arnhem. Het opmerkelijke verhaal hierachter begint, verrassend genoeg, op de mountainbike in Canada. In 2023 nam ze samen met haar ouders deel aan de BC Bike Race, een meerdaagse mountainbiketocht door de Canadese wildernis.
“Tijdens de 3e etappe kregen we een ongelooflijk technische afdaling voor de wielen geschoven, de beruchte Maple Syrup”, herinnert Aseltine zich. “Ik had enorm veel moeite en glibberde naar beneden op mijn SuperCaliber. Ineens vloog Jimmie mij zomaar voorbij. Bij de finish kwam hij naar me toe en begon hij me te plagen met mijn lijnkeuze. Hij reed de meerdaagse samen met zijn vader en broer, ik met mijn ouders. De rest van de race bleven we constant aan de praat. Toen het event erop zat, besloot ik om zijn nummer te vragen. De rest is geschiedenis!”
3 seizoenen later is de vrolijke Amerikaanse geruisloos ingeburgerd op de wegen rondom Arnhem. Gevraagd naar wat ze het meest waardeert aan Nederland, vindt ze het lastig om slechts 1 specifiek aspect te benoemen. “Allereerst is de fietsinfrastructuur hier echt van een ongeëvenaard niveau. Ik ben zo ontzettend dankbaar dat ik tijdens een lange duurtraining op de weg nooit het gevoel heb dat ik van de weg zal worden gereden door een automobilist”, klinkt het. “Daarnaast zijn de lokale bakkers hier echt om over naar huis te schrijven. Ik kan elk moment van de dag wel een vers kaneelbroodje op. Wat ik ook prachtig vind, is die typisch Nederlandse directheid. Als mensen hier iets niet zint, zeggen ze het gewoon recht in je gezicht.”



Trainen op de Veluwe
Hoewel de Nederlandse les nog wat stroef verloopt, maakt ze wel vooruitgang. “Een beetje”, lacht ze wanneer haar taalbeheersing ter sprake komt. “Maar het is écht een lastige taal om goed te spreken. Gelukkig heeft mijn vriend ervoor gezorgd dat ik wat Nederlandse scheldwoorden ken. Dat is grappig en soms best nuttig tijdens de cross. Ze schelden hier overigens met veel heftigere woorden dan in de VS!”
Toch kan Nederland haar Amerikaanse thuis niet helemaal vervangen. “Ik mis mijn ouders en mijn hond Lando”, bekent ze. “Het is fijn om 2 plekken te hebben waar ik me thuis voel, maar soms is het jammer dat mijn familie niet in de buurt is.” Toch is ze vooral positief, omdat haar nieuwe thuishaven het koersen heeft verbeterd. “Tijdens mijn eerste jaren in Europa voelde het hier koud en onbekend. Ik had vaak heimwee en voelde me niet welkom, alles was anders. Nu ik hier deels woon, is het veel makkelijker om te ontspannen. Wielrennen is voor een groot deel mentaal. Als je constant gestrest bent, helpt dat niet.”
De omgeving van Arnhem is een goed trainingsgebied voor Aseltine. “Mijn favoriete routes gaan door de nationale parken, waar ik graag de Schotse Hooglanders zie”, vertelt ze. “Er is veel variatie, en hoewel ik weet dat de Nederlandse amateurs er anders over denken, zijn de wegen hier supervlak, wat goed is voor duurtrainingen. Verder ga ik elke week naar de crosstraining in het bos. Dat is leuk en bereidt me goed voor op de stijl van de Europese parcoursen.”


[ONTDEK ONZE PAGINA FIETSVACATURES]

Grascriteriums
Die Europese parcoursen vormen, net als het niveau van de tegenstand, het grootste verschil met de cross in haar thuisland. “In Europa staan er soms 60 vrouwen aan de start, waarvan er 40 echt sterk zijn. In de VS hebben we vaak maar 20 rensters, waardoor de competitie een stuk minder breed is”, legt Aseltine uit. “De omlopen zijn hier ook technischer. In de VS lijken de crossen vaak meer op snelle grascriteriums. Dat was in het begin echt even wennen. Amerikaanse organisaties zouden eigenlijk meer technische passages moeten toevoegen. Dat bereidt jonge renners veel beter voor op de overstap naar Europa.”
Aseltine regelt nu vooral zelf ondersteuning, maar zal vanaf november door haar ploeg Competitive Edge Racing geholpen worden. “We krijgen als team de beschikking over een huis op het Watersley-complex voor de wedstrijden in november en de kerstperiode. Het team laat ook voldoende mecaniciens overvliegen om ons te helpen. Daarnaast doen we met de ploeg ook een trainingsblok in Spanje”, somt ze op. “Zelfs nu in oktober waren we al voorzien van reserveonderdelen en rollen voor de opwarming. Ik ben erg benieuwd hoe het team zich de komende jaren verder ontwikkelt.”
Met die basis durft ze haar ambities voor deze winter duidelijk uit te spreken. “Dit blok in oktober rijd ik vooral voor mijn plezier, als een soort voorbereiding zonder druk”, legt ze uit. “Daarna wil ik hard fietsen. Mijn doel is een top 10-notering in een wedstrijd van de Superprestige, X2O Trofee of HG Cross, en een aantal top 20-plaatsen in de Wereldbekers. Wat de lange termijn betreft wil ik de weg en de cross blijven combineren. De laatste 2 jaar reed ik het WK op de weg bij de U23, dus ook daar ontwikkel ik mijzelf goed. Die afwisseling houdt het fietsen voor mij juist interessant.”
Met een 12e plek in Overijse zit Aseltine inmiddels al dicht tegen die doelstellingen aan. Ze rijdt nog de Koppenbergcross, voor ze terugkeert naar de VS voor het Pan-Amerikaans kampioenschap.

