In Doha, Qatar 2016 en in Bergen, Noorwegen 2017 gingen de Belgen vol voor de winst. Want het parcours was zogezegd op maat. In Innsbruck, Oostenrijk 2018 zullen de kaarten anders liggen. Er moet geklommen worden in de schaduw van de Alpen, het parcours heet loodzwaar te zijn. Scherprechters die de renners pijn zullen doen: Gnadenwald, Igls en Gramartboden.

Igls en Gramartboden
Het lokale circuit heeft voor de renners en rensters de Igls in petto, een col ten zuidoosten van Innsbruck van 7,9 km aan gemiddeld 5,7%. Niet superzwaar dus, maar wel lang en ook dat begint na een aantal ronden door te wegen. De Igls bouwt de lastigheid langzaam op, met eerst een strook 3,6% klimmen en vervolgens stukken van gemiddeld 5,4% en 6,1%. Daarna is het met 4,9% weer iets gematigder, ter hoogte van Aldrans. De volgende sectie is gemiddeld wel 7,4% en daarin zit een stuk van 400m aan 9,8%. In de volgende zone van 7% is er voorbij Lans weer een kort maar krachtig stukje aan 10%. Daarna gaat het gemoedelijk naar de top met passages van respectievelijk 5,9% en 5%. De mannen elite moeten 6 keer over de Igls, de mannen U23 4 keer, de vrouwen elite 3 keer, de jongens juniores 2 keer en de meisjes juniores 1 keer.

Ploegentijdrit = Axamer Lizum
De renners die de ploegentijdrit rijden, zullen ook kennis maken met een deel van de Axamer Lizum. Die is vanuit Kematen normaal ruim 11 km lang, maar na 4,6 km gaan de renners linksaf. De Axamer begint met 4,3% maar de 2e zone is al gemiddeld 8,3% met op het einde een klein piekje van 13%. De volgende 2 zones zijn 6,3% en 4,8%. Het laatste stukje is vals plat aan 2,8%.
Igls en Gramartboden
Ploegentijdrit = Axamer Lizum