
Alfdan De Decker stond ooit te boek als een behoorlijk sprinttalent, iets dat hem in 2019 een transfer opleverde naar Wanty-Gobert. Zeker de 1e maanden wist hij regelmatig te imponeren, maar na een moeizaam 2020 kon hij opkrassen. Bij Tarteletto-Isorex beleefde de Antwerpenaar, 25 intussen, mentaal een lastig jaar. Het noopte hem tot stoppen. Nu is hij werkzaam in een fietsenwinkel en daarnaast eliterenner zonder contract bij Steeds Vooraan Kontich.


Appartement
Met de Omloop van het Waasland reed Alfdan De Decker alweer zijn 3e koers van het jaar. “Ik ben op niveau”, vertelt de 26-jarige renner. “Qua vorm hoef ik niet veel onder te doen voor anderen, hoewel ik tegenwoordig fulltime werk. Het is dat ik richting de sprint ten val kwam, anders had ik meegedaan voor de overwinning.” Bij die val brak De Decker een rib, iets wat hem weinig lijkt te deren. “Ik heb wel wat last, maar het lijkt in orde.”
Na zijn periode bij Wanty degradeerde De Decker als het ware terug naar het continentale niveau. Het ontnam hem beetje bij beetje plezier in het profbestaan. “Metaal was het een lastig jaar. Al snel had ik het idee dat mijn leven als profwielrenner een gedane zaak was. Het gehele jaar liep ik te sukkelen met mijn darmen, ik haalde niet langer het niveau dat ik gewend was te halen. Het niveau dat ik voor ogen had lag niet langer binnen handbereik. Dan is de keuze snel gemaakt, ook al omdat ik met mijn vriendin een appartement gekocht heb. Dan moet er brood op de plank komen.”
“En ook de beleving bij een ploeg als Tarteletto-Isorex was totaal anders dan ik gewend was”, gaat hij verder. “Het materiaal was bijvoorbeeld totaal niet profwaardig. Als je daarmee moet koersen tegen jongens met super fietsen en een hele goede begeleiding, wordt het nog lastiger dan het al is. Aan mijn motivatie heeft het echter niet gelegen. Ik heb mezelf altijd ingezet tot aan mijn laatste koers.”



Moeite met trots
Nu is De Decker volledig werkzaam in fietsenwinkel De Geus in Antwerpen, want de liefde voor de fiets is hij nooit kwijt geweest. Ook niet toen het wat minder ging. “Momenteel verkoop ik fietsen, iets waarin ik mijn beroepservaring kwijt kan. Zo probeer ik mijn liefde voor de fiets over te brengen op geïnteresseerde kopers. Superleuk en ik voel mij van toegevoegde waarde.”
Wanneer De Decker terugkijkt op zijn carrière kost het hem moeite om direct te laten vallen dat hij trots is op wat hij bereikt heeft. “Soms ben ik toch best wel wat ontgoocheld over mijn té korte carrière, al zeggen mijn collega’s hier dat ik net trots moet zijn op wat ik wel bereikt heb. De grote koersen waaraan ik deelnam en de verschillende podia die ik reed bijvoorbeeld. Maar ik had gewoon op wat meer gehoopt, alleen is er dat door omstandigheden niet uitgekomen.”
Onder meer de pandemie lag ten grondslag aan een lastig, en uiteindelijk laatste jaar bij Wanty-Gobert. “Ik kon mezelf amper tonen en voelde me wat in de steek gelaten. Ook door de ploeg, maar soit. Het is wat het is. No hard feelings. Dat is allemaal praat achteraf. Gedane zaken nemen geen keer.”



Tóch ambitie
Wellicht dat de fervente volger van het Belgische wielrennen de Schaal Sels van 2019 nog op het netvlies heeft staan. Daar loodste Alfdan De Decker zijn teamgenoot Timothy Dupont naar de overwinning. Zelf werd hij als lead-out nog knap 2e. “Misschien ben ik toch wel een beetje trots op wat ik bereikt heb”, geeft hij eindelijk toe, na zijn hoogtepunten te hebben opgesomd. “Ik heb toch tussen grote namen gereden, de profkermiskoers van Geraardsbergen gewonnen en tussen mannen als Bouhanni, Jakobsen, Coquard op het podium gestaan. Dat zijn geen kleine jongens.”
“Voor nu probeer ik mijn jongere broer Tijl (Acrog-Tormans BC) te lanceren richting een stap hogerop en blijf ik fietsen voor mijn plezier.” Overigens niet zonder ambitie, zo blijkt. “Het blijft kriebelen, al speelt het zich af in mijn achterhoofd. Ik ga proberen kampioen van Antwerpen te worden en richt me op de tricolore bij het nationaal kampioenschap voor eliterenners zonder contract. Zonder enige druk.”
