Eerder gaf voormalig wereldkampioen Kristof Vandewalle al eens een goede les om het ploegentijdrijden onder de knie te krijgen. Omdat ook sprinten een onderdeel is van The Allround Flandrien vroegen we Timothy Dupont (Veranda’s Willems) hoe hij de perfecte sprint rijdt. Tips en trics van dé spurtsensatie van het Vlaamse wielervoorjaar.


Om dat laatste te verwezenlijken, heb je uiteraard die basisvorm nodig, maar er is meer. “Je moet een koers kunnen rijden, ook als sprinter”, beseft Dupont. “Dat betekent dat je een hele middag zo weinig mogelijk wind moet vangen, zo vaak mogelijk blijft hangen in iemand zijn wiel en vlot van wiel naar wiel schuift als dat nodig is. In principe mag je geen trap te veel geven. Dus na een bocht moet je proberen om niet te hard op te trekken, want dan verspil je veel energie. Maar soms heb je natuurlijk geen keuze, dan moet het wel. En wanneer je lek zou rijden, moet je zorgen dat je niet panikeert en zo snel en zuinig mogelijk weer in het peloton komt. Jezelf een hele dag wegsteken, om dan helemaal fris de laatste kilometer te kunnen rijden: dat is de boodschap. Maar het spreekt voor zich dat dat niet altijd een evidente opgave is.”


Natuurlijk moet je ook in de sprint zelf rekening houden met de wind. “Zit de wind op kop, dan moet je zo lang mogelijk wachten om alle registers open te trekken”, verduidelijkt de sprintbom van het continentale team Veranda’s Willems. “Heb je de wind in je voordeel, dan moet je van zo ver mogelijk aangaan. Waarom? Omdat er niemand meer over je heen komt als je goed bent. Maar je moet wel goed zijn natuurlijk. (lacht) Een andere reden om dat te doen is dat de kans te groot is dat je ingesloten raakt in een heel snelle sprint. En als je zelf vroeg aanzet, dan vermijd je dat risico grotendeels.”
Dan is er nog de plaatsing. Hoe bepaal je die in een pelotonsprint? “Probeer altijd in het wiel te zitten van iemand die het type sprint goed ligt”, is geen onnuttige tip. En dan nog het verzet. “Ik ben zelf op mijn best bij 100 cadans”, zegt Dupont. “Meestal is dat toch op 54-11 of 54-12 – tenzij het bergop is. Dan zit je toch aan pakweg 60 km/h. Maar het verzet is voor iedereen anders. Belangrijk is ook het lichaam in goede houding te nemen: lage positie van lichaam en hoofd om zo weinig mogelijk wind te pakken.”

Meer lezen over het voorjaar van Timo Dupont? Klik hier.
Fotomateriaal: social media.