Beat Breu, onze vergeten held van vorige week, was niet de enige zotskap van zijn generatie. Ook Gerben Karstens schreef geschiedenis met naast zijn indrukwekkende prestaties ook een aantal even spraakmakende clownerieën. Anders dan Breu, echter, maakte Karstens zijn gekste – en meest gewaardeerde – bokkesprongen tijdens en niet na zijn wielercarrière.


Uitvinder van de ‘Drinking Raids’
Als kind leek Gerben Karstens in de wieg gelegd voor het schaatsen. Hij trainde met schaatslegende Reinier Paping en leek 1 van de speerpunten te gaan worden van zijn schaatsgeneratie. Zoals zoveel topschaatsers hield Karstens in de zomer z’n conditie op peil met wielrennen, en die sport werd al gauw zijn nieuwe passie en zou uiteindelijk het schaatsen overvleugelen. Karstens werd prof in 1965 en zou 1 van de sterkste wielrenners van zijn generatie worden.
Karstens’ prestaties op de fiets zijn ronduit indrukwekkend. Hij won 6 etappes in de Tour de France, waaronder de sprint op de Champs-Elysées, en droeg 2 keer de gele trui. Hij won ook 14 etappes in de Ronde van Spanje en een rit in de Giro. Daarmee maakt Karstens deel uit van een select clubje van Nederlandse renners die ritoverwinningen haalden in de 3 Grote Rondes. Met de kanttekening dat Jeroen Blijlevens, Erik Breukink, Jean-Paul van Poppel en Tom Dumoulin dat deden in modernere tijden, met betere begeleiding, betere voeding, beter materiaal en betere trainingsschema’s.
Karstens werd bekend als een behendige sprinter maar haalde ook als tijdrijder de hoogste sportieve onderscheiding binnen. Op de Spelen van 1964 in Tokio won hij samen met teamgenoten Bart Zoet, Jan Pieterse en Evert Dolman Olympisch goud in de ploegentijdrit. Hij won in zijn debuutjaar ook Parijs-Tours. Karstens was ook een onverbeterlijke practical joker – al zouden een aantal van de ‘grappen’ die toen de rigeur waren in het peloton vandaag niet meer door de beugel kunnen. De ‘drinking raids’, bijvoorbeeld – waarbij renners tijdens de Giro d’Italia afstapten aan een winkel of cafe om zich uitgebreid en onbetaald te laven – waren ooit begonnen als een grap van Karstens, maar draaiden al snel uit op ware plunderingen.



Kwajongensstreken
Qua kwajongensstreken moest Karstens eigenlijk alleen zijn meerdere erkennen in Eric Vanderaerden, die net als hij en ook Beat Breu ook voor Ti-Raleigh (later Panasonic-Raleigh) reed. De deugnieterij zat er blijkbaar ingebakken bij die ploeg. Alleen bleven de grappen van Karstens altijd wel aaibaar, terwijl die van bijvoorbeeld Vanderaerden vaak de grenzen van veiligheid en fatsoen overschreden. Karstens demarreerde al eens uit het peloton, om dan bij het volgende kruispunt zijn fiets aan de kant te leggen en het verkeer te regelen voor zijn collega’s.
Vanderaerden van zijn kant sprong bij wijze van grap weg uit het peloton, keerde aan het volgende kruispunt z’n fiets en sprintte de tegemoet komende groep renners in. Hen allemaal de stuipen op het lijf jagend. Karstens grappen waren smaakvoller, milder en – vooral – grappiger. Dat maakte de Nederlander bijzonder geliefd bij collega’s, pers en publiek. Als Nederlands kampioen en ex-geletruidrager was hij dan ook een vaste naam op de Belgische Na-Tourcriteriums.
Maar achter de innemende lach ging een gevoelige natuur schuil. Gerben Karstens kampte af en toe met een depressie en was daar in 1969 ook enkele maanden mee buiten strijd. Maar Karstens bleek bijna even weerbaar als gevoelig. Hij won bij zijn terugkeer meteen een rit in de 4-daagse van Duinkerke en behaalde ook de – nadien geschrapte – zege in Lombardije.
Een andere keer sprong Karstens op een afgelegen stuk parcours weg uit de groep, nam een minuut voorsprong en verborg zich buiten het zicht van supporters en camera’s in de berm. Om vervolgens weer stiekem aan te sluiten bij het voorbijgesnelde peloton, dat vervolgens z’n kruit zou gaan verschieten in een kilometers lange, absurde chasse patate op de ontsnapte sprinter. Die anekdote zou vele jaren later nog de geweldige Benny Vansteelant inspireren. Tijdens een duatlon zette die op een identieke manier een groepje stayerende achtervolgers een neus.



Controverse
Maar ook controverse was Karstens niet vreemd. Naast de door hem ingeleide franchise van boertige drinking raids, waren er ook dopingperikelen. Zo werden onder meer de 2 overwinningen in de Ronde van Lombardije van zijn palmares geschrapt. In 1969 won hij de Ronde van Lombardije in een sprint tegen Jean-Pierre Monseré en Herman Vanspringel, maar werd later gedeclasseerd vanwege een positieve dopingtest. Meer straf volgde er overigens niet. De Italiaanse wielerbond wilde Karstens 1 maand schorsen, maar de Nederlandse bond tekende beroep aan tegen die schorsing omdat Merckx na zij positieve dopingplas in de Giro ook niet was geschorst. Karstens bleef zijn onschuld staande houden. En toen de familie van de in 1971 verongelukte Monseré hem vroeg om de trofee postuum te overhandigen, weigerde Karstens resoluut. De trofee afgeven stond gelijk met een schuldbekentenis, vond hij.
Gerbens Karstens overleed op 8 oktober 2022. De dag waarop dat jaar de Ronde van Lombardije gereden werd. Zijn overlijden werd op de Nederlandse tv bekendgemaakt tijdens de live-uitzending van ‘Il Lombardia’. Precies een jaar later overhandigde broer Rob Karstens de trofee aan het KOERS-museum in Roeselare, in het bijzijn van de familie van Monseré – ook al ter gelegenheid van de Ronde van Lombardije. Gerben Karstens had altijd gevonden dat het afstaan van de trofee neerkwam op een schuldbekentenis. Na zijn overlijden vond z’n broer dat het tijd was voor een verzoening, tijd om de plooien in deze geschiedenis glad te strijken. Maar hij hield wel Gerben zijn onschuld staande.


