
Een jaar geleden kreeg de toen 20-jarige Yuli van der Molen te horen dat ze leed aan lymfeklierkanker. Daarmee werd bewaarheid wat ze vreesde. Minder dan een jaar later maakte de Nederlandse renster haar rentree op de fiets. Op trainingskamp in Calpe kijkt ze terug op die onverkwikkelijke periode én vooruit naar hopelijk een herlancering van haar wielercarrière.


Hard verdict
“Ik was al een tijdje ziek en toen ik hier in december 2023 in Calpe zat, kreeg ik een bult op de schouder, wat mij helaas het ergste deed vrezen. Niet veel later, begin januari, volgde dan de diagnose dat ik lymfeklierkanker had. Niet dat dat als een donderslag bij heldere hemel kwam, want ik was al een hele tijd ziek. Ik herstelde niet meer, de trainingen liepen totaal niet zoals het hoorde. Ik moest lossen bij meiden die me normaliter nooit in de problemen konden brengen. Bovendien zat die ziekte ook wat in de familie: m’n moeder is 2 keer behandeld voor dezelfde aandoening. Even werd zelfs nog erger gevreesd, want ik had een vervelende plek in m’n bekken. Gelukkig was het ‘maar’ lymfeklierkanker en geen botkanker.”
Yuli – spreek uit als Julie op z’n Engels – kijkt mijmerend voor zich uit. “Als ik nu foto’s van toen zie, dan vind ik zelf dat ik er ziek uit zag. Het was een onzekere tijd van voortdurend in angst leven en niet goed weten wat er aan de hand was. Ik was een jaar lang niet mezelf, ik was prikkelbaar, verzon constant excuses terwijl ik normaal gezien niet zo ben. Ik had geen plezier meer in fietsen, geen motivatie, in niks meer zin.”
Ze kreeg een aangepaste behandeling: een intensieve kuur die in Nederland niet standaard is, maar wel in Duitsland al met succes was geprobeerd. Ze slikte heel veel medicatie, maar de remediëring hield ook rekening met het eventueel later kunnen verder zetten van haar wielercarrière. Iets wat ze zelf heel graag wilde.


Niki Terpstra
“Na de kuur – mijn laatste chemo was 19 april 2024 – viel ik eigenlijk een beetje in een zwart gat. Ik was voldoende genezen om de kuur te stoppen, maar totaal onvoldoende om m’n leven, het fietsen, terug op te pakken. Het gevolg daarvan was dat ik te snel terug begon te fietsen. Dat lukte aanvankelijk nog vrij aardig, maar al snel legde ik de lat te hoog. Hoger dan wat ik aankon. Toen ging ik eind augustus op vakantie met m’n neef Niki Terpstra en die wist me ervan te overtuigen dat ik het even rustiger aan moest doen. Nou, dat deed ik dan nogal drastisch. Ik raakte geen fiets meer aan tot ik er weer zin in kreeg. Ik nam een nieuwe trainer, Bjorn Bakker, en na 2 à 3 maanden trainen begon ik me weer goed te voelen. Zowel op als naast de fiets.”
Begin december 2024 startte ze zonder ambitie in de Zesdaagse van Rotterdam. Maar tot haar eigen verbazing won ze 2 nummers Ze eindigde bovendien 5e in de eindstand, wat totaal onverhoopt was. Dat gaf haar een flinke vertrouwensboost en bande de gedachte dat ze mogelijks nooit meer haar oude niveau zou halen. Op de nationale baankampioenschappen deed ze nog niet mee voor de medailles. Daarvoor is het niveau in Nederland echt te hoog. Maar ze werd ook niet weggefietst.


EK U23
Intussen heeft Van der Molen ook al wat meer duurtrainingen en blokken gedaan, maar waar ze precies staat weet ze zelf niet. “Ik moet zeker nog veel duurtraining doen”, beseft de Amsterdamse van Velopro-Alpha Motorhomes. “Die resultaten op de wielerbaan waren wel bemoedigend, maar dat zijn telkens korte inspanningen. Ik zit nu een maand in Spanje: eerst met een paar vriendinnen, dan 2 weken met de ploeg en aansluitend nog effe alleen.”
“Dan ga ik een week naar huis en dan kom ik nog eens 3 weken terug om hier verder te trainen”, klinkt het. “Ik heb nog geen zicht op m’n programma. Ik wil zo snel als het kan op de weg gaan koersen, maar heb ook nog ambitie voor de baan. Vooral het EK U23 is een doel. Ik hoop dat ik die kans krijg, maar dat hangt af van de selectieheren.”
“De ploeg legt me totaal geen druk op. Ik zit momenteel in het clubteam van mijn ploeg Velopro-Alpha Motorhomes maar mag zelf beslissen wanneer ik klaar ben om met het continentale team aan grotere wedstrijden deel te nemen. Ik word wel in alles betrokken en kan bijvoorbeeld mee op deze stage met de ploeg. En het gaat goed met me, dat ziet de ploeg ook. Dus als ik nu 2 maanden in Spanje ‘duur’ kan trainen, dan moet het helemaal goed komen!”

