Jelle Wallays en Jens Debusschere zakten af naar museum Koers voor de opening van de Expo ‘40 jaar Lotto’. In een dubbelinterview halen ze herinneringen op aan hun Lotto-tijd en ontdekken we waar ze tegenwoordig uithangen. Voor beiden eindigde hun carrière in mineur. Gelukkig vonden beide krachtpatsers een manier om het koersloopbaan alsnog goed af te sluiten.


Lotto-DNA
Jelle Wallays en Jens Debusschere delen een lange geschiedenis: als jeugdrenner maakten ze elkaar het leven al zuur. Door zijn gebrek aan sprint moest Wallays vaak het onderspit delven. “Dat heeft hij doorheen de jaren goedgemaakt door keihard te werken”, beseft Debusschere. “Ik kan alleen maar mijn hoed afdoen voor alle overwinningen die hij wist te behalen. Zonder sprint in de benen is het heel moeilijk om wedstrijden te winnen, maar het is hem toch gelukt.”
We merken geen rivaliteit meer tijdens het interview. Ze reden de beste jaren uit hun carrière dan ook samen bij Lotto. De passages bij andere teams bleken een minder succes, zeker voor Debusschere, die zijn laatste 2 teams op de fles zag gaan. Wat vormt nu volgens hen het DNA van Lotto? Hun antwoorden wisselen elkaar in sneltempo af, Debusschere bijt de spits af.
“Het was er vooral op zijn Vlaams, hoewel Lotto natuurlijk een Belgische sponsor is. We gingen heel familiair en amicaal met elkaar om. Dat zit er nog steeds in, hoor ik van gasten die er nu nog rijden.”
Wallays: “Je kon toen nog Nederlands babbelen.”
Debusschere : “Voeten op de grond en vooruit.”
Wallays: “Een groep werkers samen.”
Debusschere: “Het contrast met Katusha, waar quasi geen Belgen waren, nadien was erg groot.”
Wallays: “Bij Cofidis hadden we nog een Belgische enclave. Noem het gerust de Franse Lotto-ploeg: het familiaire zat er ook in. Maar het was toch anders. In Vlaanderen leeft de koers, dat is in Noord-Frankrijk toch veel minder.”



Puzzelstukjes
Als we vragen naar hun mooiste Lotto-herinnering, zegt hun korte onderlinge blik ons genoeg. De mooiste herinneringen zijn te rapen buiten de wedstrijden, maar dat boekje besluiten ze dicht te houden. Wallays koestert zijn overwinning in Parijs-Tours en de Vueltarit die berucht werd omwille van het steekspel met Quick-Step achteraf. Toch haalt hij een andere wedstrijd aan.
“Toen Jens Dwars Door Vlaanderen won, kwamen de omstandigheden zo mooi samen. Ik zat in de ontsnapping maar viel terug door een lekke band. Tiesj Benoot was daar ook bij. Op het laatst kregen we alles samen. Alle puzzelstukjes pasten ineen zodat we konden sprinten met Jens.”
Debusschere verlaat even het gesprek als André Greipel voorbijkomt. Als de kopman roept, dan moet er geluisterd worden. Zijn mooiste herinnering blijft dus een mysterie. Hoe typeren ze Greipel eigenlijk als leider?
Wallays: “Ik zou hem niet als een leider omschrijven. Hij was gewoon deel van de familie.”
Debusschere: “Ik ervaarde hem nooit als de kopman waar we naar moesten luisteren. Hij heeft nooit echt iets opgeëist. Enkel door zijn prestaties. Je deed het automatisch omwille van wie hij was. André deed altijd mee met de sfeer in de ploeg. Hij stond voor iedereen klaar en was dankbaar.”



Carrière afronden
Beiden behaalden mooie zeges en haalden het maximum uit hun carrière. Helaas moesten ze noodgedwongen stoppen toen ze geen ploeg meer vonden. Doordat de keuze hen werd opgedrongen, konden ze het rennerschap niet goed afsluiten. Gelukkig vonden beiden een manier om dat alsnog te doen. Voor we daarover doorvragen, zijn we benieuwd waar ze tegenwoordig uithangen. Debusschere vinden we sinds een jaar in zijn bakkerij terug, Wallays zoekt het binnen de sportwereld.
“Ik werk als regulator in de koers bij Flanders Classic”, vertelt hij. “Vanaf 2026 wil ik me daar volledig op concentreren. Samen met Frank Hoste, als het ware als zijn rechterhand.”
Debusschere laadde zich in 2023 nog 1 keer op om met zijn 1-mansploeg aan de start van het BK in Izegem te staan. Het bleek een helend proces dat hij intens met zijn naaste omgeving beleefde. “Ik had nog een contract maar op 2e Kerst werd ik ingelicht over het faillissement van mijn ploeg. Jens Adams zat toen met een privésponsor in de koers, dat gaf me het idee om hetzelfde te doen. Ik mocht niet veel koersen rijden en deed een beperkte voorbereiding die ik opvulde met gravel- en mountainbikewedstrijden. Die sponsors schonken me een mooi afscheid. Ik heb dat prachtig beleefd met mijn familie en vrienden.”
Jelle Wallays haalt binnenkort zijn laatste krachttoer op de fiets uit – tegelijk een eerbetoon aan zijn nonkel aan wie hij zijn carrière aan te danken heeft. Dat kon je hier al lezen in zijn column voor WielerVerhaal.