Waarom ondernemen ultrafietsers in godsnaam hun monsterritten? Zijn het helden of gewoon gekken? Zo keek ook David Millar (48) ernaar. Tot voor kort althans. Want plots stond hij aan de start van de Traka 560, een monsteronderneming van 560 km met 9.500 hoogtemeters die op de koop toe over gravelwegen leidt. In weinig woorden vat hij haarscherp waar het om draait.


Terug de 18-jarige versie
David Millar start meteen met een bekentenis. “Ik had een dergelijke afstand nog nooit overwogen. Als ik eerlijk ben, oordeelde ik eigenlijk over ultrafietsers. Ik vond ze een beetje zielig.”
En toch stond hij plots aan de start van de Traka 560. Zelfs voor een renner die meerdere Grote Rondes uitreed én in elke Grote Ronde minstens 1 rit won, blijft het een enorme tocht die schrik aanjaagt. Denk aan bijna 3 bergetappes in de Tour, maar dan in 1 dag en over gravelwegen. Zijn deelname kwam haast per ongeluk tot stand. “Gerald, de organisator, kwam naar mij thuis om me uit te nodigen. Ik was in shock, want ik wist meteen dat ik het zou doen. Ik voelde me terug dat kleine jongetje dat niet kon weigeren aan een vriend.”
Millar heeft misschien veel over voor zijn vrienden, maar uiteraard zit er ook een persoonlijke uitdaging achter zijn onderneming. “De 560 is beangstigend, schrikwekkend. Veel dergelijke dingen doe ik niet meer. Als we ouder worden, gaan we minder nieuwe ervaringen aan. We stappen niet meer in zaken met een beginnersmindset. Dit voelt zoals toen ik op mijn 18e in Frankrijk aankwam, nog nooit meer dan 150 km had gereden en plots elke keer een race van die afstand moest betwisten”, blikt de Brit terug. “Ik was toen ook doodsbang én erg opgewonden tegelijk. Het draait om ontdekken wat er gebeurt als je het aandurft. Volledig in het onbekende stappen en zien hoe ver je kan gaan.”



Alcohol
Niet iedereen voelt die drive om zijn grenzen te ontdekken, dus gaan we op zoek naar de wortels die Millar daartoe drijven. We hoeven niet meer te vertellen dat hij door het duister fietste. Meer zelfs: dat was de titel van het schitterende boek waarin hij schoon schip wilde maken met zijn dopingverleden en een nieuwe start voor de wielersport wilde forceren. Toch volstond dat niet om met zichzelf in het reine te komen.
“Ze zeggen dat atleten 2 keer sterven. De 1e keer wanneer je stopt met je sport. Voor mij persoonlijk was het in elk geval zo. Er bleven zaken hangen. Ik kampte met schuldgevoel, burn-out, spijt. Ik gaf mezelf eigenlijk nooit de ruimte om te genezen en bleef gewoon doorduwen”, stelt hij zich kwetsbaar op. “Daardoor belandde ik 2 jaar terug op het dieptepunt van mijn leven. Ik worstelde met alcoholisme en vond geen zin meer. Nooit was ik zo ongelukkig. Elke ochtend moest ik me uit bed slepen. Mijn familie en vrienden trokken me uit de put. Terug fietsen was 1 van de belangrijkste aspecten van mijn herstelproces.”
Daarmee doelt Millar dan wel op een compleet andere verhouding met de fiets dan tijdens zijn wielercarrière. Hij vond een manier om het 2e leven aan te vatten waar hij eerder op hintte. Zijn resultaat in de Traka komt dan ook niet-toevallig geen enkele keer ter sprake. “Geen schema’s meer. Niet meer vergelijken. Geen einddoel. Gewoon fietsen om te fietsen.”



Zwaarste rit ooit
De YouTube-reportage over zijn tocht toont dat de starters al snel op zichzelf teruggeworpen worden. Op de beelden zien we Millar steeds alleen rijden. Na 230 km verteerde hij al meer dan 6.000 hoogtemeters en staat zijn familie hem op te wachten. De inspanning en eenzaamheid krijgt zijn geest dan al stilaan in zijn greep. “Je begint aan alles te twijfelen. Al die wegen. Ben ik zelfs op weg naar de juiste plaats?”
120 km verder dwaalt hij gedesoriënteerd door de straatjes van Llança, vlak voor de beklimming van de Cap de Creus. We pikken terug in na 450 km. Het is koud en pikkedonker. Na die inspanning verdien je al eens een privilege. Zijn filmploeg regelde een koffiestop, waarvoor de zaakhouder om 5u ’s ochtends speciaal opendoet. Het fragment illustreert prachtig de innerlijke strijd van de ultrafietser. Het ene moment raakt hij amper van zijn fiets en ligt hij uitgestrekt op de grond. Het volgende moment krabbelt hij overeind en wil hij heel snel die koffie nemen om onder de 30u te finishen.
Aan de aankomststreep krijgt hij meteen de vraag voor de voeten geworpen wat hij verkiest: de Tour de France of de Traka? “Dit was mijn zwaarste dag op de fiets ooit. Ik had mijn inspanning wel onder controle, maar het was heel zwaar.” Net daardoor werd het een geslaagde dag voor Millar. “De Traka 560 bracht me in herinnering hoe het is om te worstelen, moed te vinden en simpelweg in het moment te leven. Het herinnerde me waarom ik fiets.”

