
Finn Notebaert uit Zwalm heeft de Chrono Challenge in Borlo op zijn naam geschreven. De nieuweling van de R.EV Brussels Cycling Academy zette een scherpe tijd neer en bevestigde daarmee het goede gevoel dat hij al sinds de start van het seizoen meedraagt. Met de komst van Rik Verbrugghe bij de R.EV Brussels Cycling Academy hebben de tijdrijders duidelijk de vlucht vooruit genomen. “We hebben zelfs al eens een volledige wedstrijddag gesimuleerd op training.”


Bevestiging
Voor Notebaert is de overwinning in de tijdrit een welkome bevestiging na een seizoensbegin met wisselend succes. Ondanks zijn constante hoog niveau. “Ik begon het seizoen met wegwedstrijden in Staden en Lierde, nam ook deel aan een mountainbikewedstrijd in Genk en reed vorige zondag 22 maart de Guido Reybrouck Classic in Damme. Pech speelde me wel enkele keren parten. In Staden heb ik meermaals proberen aanvallen maar ging mijn ketting eraf in de sprint. In Lierde had ik ook een supergoed gevoel en werd ik 8e. In Damme had ik misschien wel de beste benen tot nu toe, maar daar reed ik al na 2 ronden lek.”
De frustratie van die lekke band in Damme is nu weggespoeld door de zege in Borlo. De goede benen waren er al die tijd, maar nu kon hij ze ook omzetten in een concreet resultaat. “Ik ben wel blij dat ik dat goede gevoel nu kan bevestigen”, stelt hij opgelucht. Hij was 22 tellen sneller dan zijn ploegmaat Ward Maillard. “De overwinning is des te zoeter omdat het in een discipline is die me nauw aan het hart ligt. Ik schat het tijdrijden hoog in en zie het als een cruciaal onderdeel van het moderne wielrennen.”



Stap professioneler
De overstap van Onder Ons Parike naar de R.EV Brussels Cycling Academy afgelopen winter heeft Notebaert duidelijk deugd gedaan. Hij voelt zich goed omkaderd en merkt op alle vlakken een verschil met het verleden. “Ik heb al van alles bijgeleerd. Het is veel professioneler, alles is perfect en goed voorbereid. Al wil ik echt geen slecht woord kwijt over Onder Ons Parike, laat dat duidelijk zijn.” Die professionaliteit vertaalt zich niet alleen in materiaal, zoals zijn nieuwe S-Works, maar vooral in de begeleiding en voorbereiding op wedstrijden.
Tijdens het weekend in Damme werkten de junioren een tijdrit af. De nieuwelingen van de ploeg mochten die voorbereiding mee volgen. “We hebben een hele tijdritsimulatie gedaan, waarbij we de tijdrit eigenlijk al eens volledig gereden hadden in ons hoofd. Al was het voor ons nieuwelingen dus vooral een kennismaking, gezien we er zelf geen tijdrit moesten afwerken.” Die aanpak was nieuw voor Notebaert en bleek van onschatbare waarde. De ploeg bootste zelfs een volledige wedstrijddag na, van het losrijden tot de opwarming volgens een specifiek schema, tot het moment van de start.
Het doel van die simulatie was vooral om de processen en handelingen te automatiseren. Het effect was voor Notebaert meteen voelbaar op de dag van de wedstrijd in Borlo. “Het maakte dat ik met minder stress naar hier kwam, ik wist wat allemaal moest doen. Ik had het zo de randzaken voor mezelf al eens beleefd, op training eigenlijk. Dat was echt een goed idee.”



Ambitie voor de klassiekers en het rondewerk
Met deze overwinning op zak kijkt Notebaert vol vertrouwen naar de rest van zijn seizoen. De lat ligt hoog, zijn ambities zijn divers. De goede prestatie tegen de klok smaakt naar meer. “Ik merk dat het tijdrijden beter dan verwacht gaat. De grote kampioenschappen en klassiekers stonden sowieso al met rood omcirkeld in mijn agenda. Koersen als het Belgisch kampioenschap en de Ronde van Vlaanderen zijn wedstrijden waar ik naar uitkijk. Misschien komen er nog enkele belangrijke TT-afspraken bij.”
Dat gebeurt nog zonder tijdritfiets, wat nog niet is toegelaten bij de nieuwelingen. Dus komt er toch een kannttekening. “Daarom weet ik nog niet echt of ik het tijdrijden verkies boven de wegkoersen. Ik kijk er in elk geval wel naar uit om eens op zo’n echte racemachine te mogen rijden. Het spreekt me zoals gezegd enorm aan.”
Dankzij zijn sterke tijdrit ziet Notebaert ook mogelijkheden in het rittenkoerswerk. Vorig jaar bewees hij al dat hij een meerdaagse wedstrijd aankan. “Ik heb vorig jaar de Ronde van West-Vlaanderen gewonnen”, merkt hij op. Die ervaring geeft hem het vertrouwen dat hij ook in de toekomst kan scoren in het algemeen klassement van kortere etappekoersen. “Zo’n 4 dagen koersen, dat ligt me momenteel wel.”

