
Jonas Meulemeester van de R.EV Brussels Cycling Academy beleeft een boerenjaar. De 2e jaars junior pakte afgelopen weekend met De Moeren Classic zijn 3e seizoenszege en tevens de provinciale titel in West-Vlaanderen. Het is de revanche voor de pech die hij vorig jaar in Kuurne kende, iets wat hem lang achtervolgde.

Vruchtbare lente
Het seizoen van Meulemeester kent een stijgende lijn. “Ik ben blij met hoe 2026 nu verloopt”, vertelt hij. “In het begin was het in het peloton wat zoeken naar het goede gevoel voor die eerste wedstrijden, maar nu begin ik toch de vruchten te plukken van deze winter goed te trainen.” Een specifieke piekperiode was niet gepland, al had hij zijn zinnen gezet op Kuurne-Brussel-Kuurne. Een valpartij vorig jaar in die wedstrijd resulteerde in een half seizoen vol blessures. “Mijn seizoen was daardoor naar de vaantjes”, blikt hij terug. Op revanche was het wel even wachten.
De voorbije weken komt de motor pas echt op toerental. Met 3 overwinningen op korte tijd overtreft Meulemeester zijn eigen verwachtingen. “Vorig jaar mocht ik ook al eens mijn handen in de lucht steken. Als 1e jaars is dat niet slecht, maar in je 2e seizoen als junior hoop je natuurlijk op meer. Nu 3 keer winnen op zo’n korte tijd te kunnen winnen, dat is toch iets waar je niet durft over te dromen.
Zijn overwinningen in Nieuwrode, op heuvelachtig terrein, toont aan dat hij meer is dan een sprinter. “Ik moet het vooral hebben van zware wedstrijden, waar het beste er bij iedereen vanaf is. Dat mag gerust met wat hoogtemeters.” Meulemeester verwijst naar Luik-Bastenaken-Luik, waar hij naar eigen zeggen echt goeie benen had, maar door materiaalpech een goed resultaat misliep.


Allrounder met een punch
Jonas Meulemeester ziet zichzelf voorlopig als een allrounder. “Het is nog wat vroeg om te zeggen welk type ik specifiek ben. Ik heb wel een beetje punch in de benen, maar bergop kan ik ook mijn mannetje staan.” Gevraagd naar voorbeelden uit het profpeloton, is hij duidelijk. “Ik vergelijk mezelf meestal een beetje met Van der Poel en Alaphilippe, een beetje een mix van die 2. Omdat Alaphilippe ook wel goed was in het voorjaar en bergop ook wel weg kan. En de punch die Van der Poel heeft, die heb ik ook.”
Hij voelt zich duidelijk in zijn sas bij de R.EV Brussels Cycling Academy, het project van Remco Evenepoel. “We doen het inderdaad goed en er is ook een mooie sfeer binnen de ploeg. We krijgen alle materiaal, wat natuurlijk ook helpt voor de prestaties. Samen met de professionele begeleiding werpt dat zijn vruchten af. We hopen nu nog op een mooie UCI-zege of een mooi klassement.” Voor Meulemeester zelf staan de Ronde van Vlaanderen en het Belgisch kampioenschap op het programma.
Zijn team heeft als doel om wielrennen toegankelijk te maken voor jongeren in Brussel. De ploeg biedt een professionele omkadering die renners als Meulemeester de kans geeft om te groeien. De focus ligt niet enkel op prestaties, maar ook op de ontwikkeling van de jonge renners.


De Moeren als scherprechter
De provinciale titel in De Moeren is een orgelpunt. De wedstrijd was een aaneenschakeling van demarrages. “Ik had wel zoiets verwacht in de Moeren. Het ging er stevig aan toe met veel aanvallen en veel wind.” Meulemeester was van bij de start attent en sprong mee met een vroege vlucht. “Ik vond het zelf nog een beetje vroeg om vol te gaan. Wilde nog wat overhouden voor later in de wedstrijd.”
Het teamplan was duidelijk. “Het was vooral de bedoeling om als team te rijden en te zorgen dat we altijd mee waren. Maar toen ik zag dat er 3 renners wegreden en er niemand mee was van de ploeg, wist ik dat we dit niet konden laten gaan en dat ik mee moest.” Na verschillende hergroeperingen en een harde koers, reed Meulemeester in de absolute finale het gat dicht op de beslissende ontsnapping. “Op 2 km van de meet viel René Messely van Soudal Quick-Step U19 aan. Ik zag dat er niemand anders reageerde, dus dat het wel eens de beslissende aanval kon zijn.”
Na een tijdrit van meer dan een kilometer sloot hij op zo’n 750 meter van de streep aan. De benen zaten vol, maar de sprint moest nog komen. “Ik wist dat het een kwestie van timing ging zijn, want het was tegenwind. Ik posteerde mij in 3e positie. Een late uitval van een andere renner verraste me wel. Ik dacht, dit kunnen we niet laten gaan. Ik sprong meteen op zijn wiel en ging erop en erover. Ik had niet echt verwacht dat ik zelf nog zo’n punch in de benen had. De ontlading was immens. Ik kon het amper geloven na zo’n zware wedstrijd.” Het moment waarop hij de trui kreeg van zijn ex-ploegleider Kristof Vercouillie noemt hij een moment dat hij “altijd zal onthouden”.