De kritiek op het Amerikaanse selectiebeleid zwol de afgelopen weken aan. Starre criteria, lege plekken op de deelnemerslijst en een gebrek aan klinkende resultaten. Maar voor bondscoach Grant Holicky is de realiteit complexer dan een Excelbestand met uitslagen. Hij schetst een beeld van een strijd tegen eenzaamheid, financiële beperkingen en zware wedstrijden. Zijn weerwoord op het vermeende gebrek aan visie? Een pleidooi voor menselijkheid: “Voordat we over wattages praten, moeten we zorgen dat deze jongens en meiden niet vereenzamen.”


Eenzaamheid
Het rijden van een veldritseizoen in Europa wordt aan de andere kant van de oceaan vaak geromantiseerd, maar volgens de Amerikaanse bondscoach Grant Holicky is de realiteit allesbehalve een sprookje. “Crossen in Europa kan voor Noord-Amerikanen heel eenzaam zijn. Het is heel Europees om meteen naar resultaten, cijfers en selecties te kijken”, pareert Holicky de kritiek op zijn teamstructuur. “Voordat wij over wattages praten, moeten we zorgen dat deze jongens en meiden niet vereenzamen. Het teamaspect in een individuele sport wordt enorm onderschat. We putten energie uit de mensen om ons heen.”
Holicky benadrukt dat de prestaties, of het gebrek daaraan, direct gelinkt zijn aan hoe een renner zich voelt. “Hoe meer we hier een familie creëren, hoe makkelijker het is om gemotiveerd te blijven. Het maakt het makkelijker om goed te trainen”, legt de bondscoach uit. “Alles hier is moeilijk. De reisafstand, het eten, geen mensen om je heen hebben die Engels spreken, het is heel makkelijk om je alleen te voelen. Door een hechte band te vormen wordt dit minder, en crossen we beter.”
Toch is de coach eerlijk over de fysieke kloof, iets wat niet alleen met selectiecriteria op te lossen is. “We kunnen in Noord-Amerika heel goed meedoen. Eric Brunner en Andrew Strohmeyer hebben allebei top 10 gereden in de VS. In Europa zijn er te veel factoren waardoor ze dat niveau niet kunnen halen”, aldus Holicky. “In de VS is het simpelweg makkelijker. Hier worden de zwakke plekken direct blootgelegd, je kan je niet verstoppen.”


Zwaardere parcoursen
Een veelgehoord kritiekpunt is dat de Amerikanen technisch en fysiek tekortkomen op de zware Europese omlopen. Holicky erkent dit, maar wijst de oorzaak niet toe aan de renners. “Onze parcoursen in de VS moeten zwaarder worden”, stelt hij. “Technisch doen we niet onder voor de Europese crossers, kijk maar naar de resultaten. Natuurlijk is de modder een uitdaging, want het regent in de VS bijna niet meer op de cross. Zand is ook een uitdaging, want dat hebben we niet, maar verder staan we er gewoon.”
Het grootste probleem zit hem volgens Holicky in de intensiteit van de omlopen. “Je komt op een parcours als Tábor, maar wij hebben zulke hoogtemeters gewoon niet op onze parcoursen. Je zag het zelfs op de nationale kampioenschappen in Fayetteville dit jaar, waar ze de grote heuvel uit het parcours haalden. Daar ben ik het niet mee eens”, analyseert hij scherp. “We moeten het uitdagender maken als we hier willen meedoen.”
Daarnaast ziet hij een structureel probleem in de voorbereiding. “Je ziet dat veel renners opteren voor de mountainbike-cross combinatie. Bij de vrouwen werkt dat, maar bij de mannen weet ik dat niet”, twijfelt Holicky. “Alle Europeanen rijden op de weg, en dat zie je terug in hun vermogen. Onze renners zouden daar van kunnen leren.”


Visie
De felste kritiek richt zich op het gebrek aan visie bij de federatie. Holicky draait dit om: zijn visie is overleven. “We verliezen crossers aan mountainbike en weg, soms omdat ze de mogelijkheid niet hebben om te blijven crossen”, zegt hij. “Ontwikkeling van het veldrijden in Amerika gaat over het behoud van renners. Kunnen we ze in de sport houden? Als we Vida Lopez de San Roman of Henry Coote op de crossfiets kunnen houden, komen de resultaten vanzelf.”
Dat niet elke plek op het WK is ingevuld en dat er keuzes worden gemaakt die voor buitenstaanders onlogisch lijken, heeft vaak een banale reden: geld. “Ik weet niet of mensen begrijpen hoezeer we hiervan afhankelijk zijn. Cross is enorm intensief. We hebben 21 renners op het WK die hun eigen vlucht betalen, maar we laten wel 9 mecaniciens overkomen. Dat kost handen vol geld.”
Ondanks de financiële en logistieke horden kijkt Holicky niet ontevreden terug op het WK in Hulst. “Het is vechten tegen de bierkaai, maar we deden gewoon mee”, besluit hij. “Voor Van der Poel en Van Aert keken we bijna naar de dood van de internationale cross. Nu hebben onze 1e jaars junioren fantastisch gepresteerd. We staan met 3 in de top 10 bij de U23-vrouwen. Niet slecht, toch?”