Olivia Vercruysse reed een opvallend BK 2026 in Brasschaat. De devo-renster bij de Fenix-ploeg pakte verrassend de zilveren medaille bij de U23 en stond zo samen met haar ploeggenote Anna Vanderaerden, die 4e werd, op het podium. Vercruysse koerst nog niet erg lang en combineert haar prille sportcarrière met universitaire studies in Gent. Haar taak was om de vroege ontsnappingen te controleren, maar ze hield voldoende energie over voor de finale. “Ik had dit absoluut niet verwacht.”


Anna Vanderaerden
De wedstrijd draaide voor Vercruysse heel anders uit dan ze vooraf had ingeschat. Vooraf leek de koers geen spektakelstuk te worden, maar die perceptie veranderde al gauw. De snelheid lag hoog en het parcours bood voldoende uitdaging. “Ik dacht dat het een saaie wedstrijd zou worden, maar het was nog leuk met die kasseien erin”, vertelt Vercruysse. “Het was ook wel een redelijk snelle wedstrijd.”
Binnen de ploeg had Vercruysse een duidelijke opdracht meegekregen voor deze titelstrijd. Ze moest alert reageren op aanvallen van concurrentes. Die rol voerde ze succesvol uit. Tegen het einde van de wedstrijd merkte ze dat haar benen nog goed voelden. “Ik moest eigenlijk meer controleren en in het begin alles geven om niemand te laten wegrijden”, legt ze uit. “Dat heb ik goed kunnen doen en toen had ik nog over. Op die manier heb ik toch nog een beetje kunnen sprinten.”
In de eindsprint zat Vercruysse plots samen met haar ploeggenote Anna Vanderaerden voorin. Die pakte de U23-overwinning, Vercruysse werd knap 2e in haar leeftijdsgroep. Een ongewone situatie, aangezien de rollen normaal anders verdeeld zijn. “Meestal moest ik voor Anna de lead-out doen, maar nu kon ze zelf haar weg vinden. Ik wilde proberen volgen in de sprint en dat lukte nog goed”, klinkt het. “Ik ben superblij dat ik met haar op het podium stond. Ze is 1 van mijn beste vriendinnen in de ploeg, ik kijk echt naar haar op en gun het haar van harte.”


Michiel Stockman
De wielercarrière van Vercruysse staat eigenlijk nog in de kinderschoenen. Ze finishte net na Kelly Druyts, een renster die bijna dubbel zo oud is. Vercruysse begon destijds bij Gaverzicht, trok bij de junioren voor 1 jaar naar Van Moer en ging vervolgens naar NextG. “Zij is totaal iemand anders, natuurlijk. Ik moet zeggen dat ik zelf nog niet zo heel lang koers en ik weet ook nog niet zo heel veel van de koers en kijk er ook nog niet zo lang naar”, geeft ze eerlijk toe.
Ondanks haar relatieve onervarenheid, maakt ze een duidelijke progressie door. Het grotere uithoudingsvermogen speelt in haar kaart. “Bij de junioren werd er minder gekoerst. Ik vind het nu leuker”, zegt Vercruysse. “De koersen zijn nu heel wat langer en dat ligt mij wel. Vorig jaar had ik Michiel Stockman als trainer. Die liet mij echt al lange trainingen doen om me hierop voor te bereiden.”
Naast haar uren op de fiets brengt Vercruysse veel tijd door in de boeken. Ze wil ontdekken hoever ze kan geraken in het wielrennen, maar weigert haar academische toekomst op te geven. “Graag zou ik wel een carrière in het fietsen willen maken, maar ik studeer ook nog Rechten aan de Universiteit van Gent”, vertelt ze. “Het is met een topsportstatuut, dus ik kan het wel wat meer splitsen. Ik zal wel zien waar het fietsen mij brengt. Ik heb er gewoon superveel plezier in en dan komen die prestaties vanzelf.”


Draaien en keren
Qua parcourskennis begint Vercruysse stilaan te ontdekken wat haar het beste ligt. Eerder dit seizoen 2026 noteerde ze al knappe uitslagen in kermiskoersen, en ook in Dwars door het Hageland werd ze knap 10e in zeer warme omstandigheden. Het technische aspect schrikt haar niet af. “Draaien en keren zoals op die typische kermiskoersparcoursen, dat vind ik leuk”, analyseert ze haar eigen voorkeuren. “Vlakke wedstrijden vind ik ook wel leuk, zeker als er zo’n korte klimmetjes in zitten. De langere beklimmingen zijn momenteel minder aan mij besteed.”
1 van haar grootste wapens is de sprint, al plaatst ze daar direct een nuance bij. Ze mengt zich zonder angst in het gewring van het peloton, een vaardigheid die ze oppikte door vroeger al vaak in groepen te rijden. “Ik ben geen pure sprintster. Na een zware koers of in een klein groepje kan dat wel in mijn voordeel spelen”, denkt de Rechtenstudente. “Echt een massaspurt winnen is minder mijn ding. Maar ik heb geen schrik op het einde om me te positioneren.”
Om haar tactische kennis en koersdoorzicht te vergroten, leunt Vercruysse sterk op de ervaren rensters binnen haar team. Wat de toekomst precies brengt qua specialisatie, laat ze voorlopig nog in het midden. Ze geniet van eendagswedstrijden, maar een rittenkoers in Tsjechië beviel haar evengoed. “Vaak moeten wij samen rijden met de profs van onze ploeg. Die geven echt goede tips en hebben veel ervaring”, besluit ze. “Ik weet nog niet goed wat ik wil. Ik weet alleen dat tijdrijden niet echt mijn ding is. Voor de rest wil ik gewoon alles proberen.”
