Na 15 seizoenen in het profpeloton hing Corné van Kessel anderhalf jaar geleden zijn fiets aan de wilgen. De Nederlander, die jarenlang een vast gezicht was in de top van de internationale veldritten, vond na zijn carrière een nieuw ritme in een fietsenwinkel en bereidt zich voor op een toekomst bij de brandweer. Ondanks het begin van een nieuw hoofdstuk volgt hij de sport nog van dichtbij, met scherpe inzichten over talentontwikkeling en aandacht voor de breedte van de sport.


Brandweerman
Meer dan een decennium lang was Corné van Kessel een veelgeziene renner in de voorste gelederen van de de grootste crossen. Toen hij begin 2025 afscheid van de topsport nam, bleef hij toch in de sector. “Ik ben gaan werken bij een fietsenwinkel in Herentals”, vertelt Van Kessel. “Daarnaast probeer ik de juiste balans te vinden tussen mijn gezin, sporten en werken. Bijna 15 jaar lang was alles heel strak georganiseerd. Nu is het vooral zoeken naar een nieuwe invulling waarin alle facetten van mijn leven goed in balans zijn.”
Hoewel het werk in de winkel hem de nodige stabiliteit biedt, kriebelt het verlangen naar actie nog steeds. “Ik heb gesolliciteerd bij de brandweer in Antwerpen. De sollicitatieprocedure en de fysieke testen heb ik met succes doorlopen, maar ik sta momenteel op de reservelijst voor de opleiding. Het is dus even afwachten.”
Nu zijn laatste wedstrijd wat langer achter hem ligt, kijkt de Nederlander met nog meer trots terug op zijn loopbaan. “Destijds vond ik het haast normaal om die uitslagen te rijden. Ik nam het bijna voor lief, wat achteraf gezien bizar is. De momenten die je bijblijven zijn natuurlijk de resultaten. Mijn podiumplaats in de ijskoude Wereldbeker van Namen, of mijn 1e Wereldbekerpodium in Valkenburg. Maar ook mijn overwinning in Hasselt, waar ik in de 1e bocht viel en vanuit de laatste positie naar de winst reed. De dag erna werd ik in Overijse na een vergelijkbare inhaalrace 2e achter Mathieu van der Poel. Dat zijn fantastische herinneringen. Maar als je het me nu vraagt, vind ik het hele avontuur als geheel eigenlijk nog het mooist.”


Koersinstinct overbrengen
Ook in zijn leven na de profsport is Van Kessel allesbehalve losgekoppeld van de modder. Begin augustus 2026 gaf hij een week training op een Amerikaans zomerkamp. “Het was een hele mooie uitnodiging van Geoff Proctor om hiervoor naar de VS te komen”, zegt hij. “Ik wilde ontdekken of het coachen mij zou liggen en het is een ontzettend leuke en leerzame week geworden. Ik hoop dat de atleten die hier aanwezig waren iets aan mijn uitleg hebben gehad. Een goede renner zijn is echt heel iets anders dan een goede coach zijn. Ik heb zo lang op puur instinct gekoerst; het was een mooie uitdaging om na te denken over hoe je vaardigheden uitlegt die voor jezelf als vanzelfsprekend aanvoelen.”
De liefde voor het veldrijden is bij de ex-prof overduidelijk nog intact. Afgelopen winter volgde hij de crossen dan ook intensief vanuit de zetel. “Ik heb het seizoen op de voet gevolgd. De absolute top was er zoals altijd, maar de groep daar vlak achter is gigantisch breed geworden. Op een topdag doe je mee voor de eerste 5, maar op een mindere dag vecht je voor een 20e plaats.”
Volgens Van Kessel moet de sport dringend anders gaan kijken naar die brede groep achter de absolute winnaars. “Het moet interessanter worden om ook de renners te belonen die 8e, 14e of 20e worden. De winnaar verdient natuurlijk alle aandacht, maar zonder die 20e man is er ook geen cross. Ze hebben tv-tijd, media-aandacht en prijzengeld nodig om waardevol te blijven voor hun sponsoren. Als de camera’s alleen op de koploper gericht staan, zie je de strijd erachter niet, terwijl die vaak veel boeiender is.”


Strijd om talent
Ook de huidige scoutingstrijd om de beste junioren ligt hem nauw aan het hart, deels vanwege zijn eigen juniorencarrière. “Als junior werd ik pas als laatste man geselecteerd voor het WK in Hoogerheide”, vertelt Van Kessel. “Alle anderen reden voor grote ploegen, ik voor de lokale wielervereniging Het Snelle Wiel. Mijn beste Wereldbekerresultaat was een 7e plek, maar toch won ik op dat WK zilver. Dat was het échte begin van mijn carrière.”
Vandaag de dag ziet hij dat jonge talenten al op hele vroege leeftijd worden ingelijfd door professionele opleidingsstructuren. Een zorgwekkende ontwikkeling, vindt hij. “Het is een lastig spagaat. Ploegen dwingen jonge renners bijna om al heel vroeg in zo’n structuur te stappen. Doe je dat niet, dan sta je als clubrenner al snel op een achterstand qua materiaal en begeleiding. Maar al die grote, strakke teamstructuren werken lang niet voor iedereen. Zeker niet voor offroad-renners in een weggeoriënteerde ploeg. Het is ontzettend belangrijk om je eigen identiteit te behouden. Dat brengt je op de lange termijn vaak verder.”
Tot slot heeft de 30’er nog een belangrijk advies voor de aanstormende jeugd die droomt van een profbestaan. “Laat je niet demotiveren als leeftijdgenoten al vroeg grote contracten tekenen. Zorg dat je je eigen team om je heen bouwt. Zoek neutrale mensen met veel kennis van zaken, een mentor bij wie je terechtkunt met je twijfels. Zeker bij de jeugd zijn de fysieke verschillen enorm. Sommige renners maken pas bij de beloften hun groeispurt, kijk maar naar Gerben Kuypers. Er leiden meer wegen naar Rome. Kijk in de spiegel, werk zo hard als je kunt en focus op je eigen proces in plaats van jezelf continu met anderen te vergelijken.”