
Tussen de passages van de profs door kregen de U17-renners in de GP Jean-Pierre Monseré dezelfde wind, smalle wegen en kasseien voor de kiezen. Stan Jammaer stond met hoge ambities aan de start, dat bleek ook meer dan terecht. De zoon van voormalig triatleet Bert Jammaer was misschien wel de snelste van het pak. Maar hij misrekende zich aan de finish.


Te vroeg juichen
Een podiumplek in een wedstrijd opgedragen aan een wereldkampioen, dat is niet mis. Toch lezen we de ontgoocheling in de ogen van Stan Jammaer vlak na de finish. “Ik reed een heel sterke wedstrijd. De ploeg heeft ook echt alles gedaan om mij daarbij te helpen. Dat ik het dan niet…”, valt de nieuweling stil.
Het doet duidelijk pijn om het werk van zijn Crabbé-ploegmakkers niet af te maken. Nochtans had hij nog genoeg in de benen om de zege te pakken. “De sprint was heel hectisch”, doet hij het verhaal. “Het zag er heel goed uit, ik bleef sprinten en ik zag een lijn. Ik stak mijn handen omhoog, maar… de aankomst lag een lijn verder.”
De U17-renner zal zichzelf nog een aantal keer vervloeken. “Heel jammer en dom van me om zo te verliezen. Ik kwam hier om te winnen, dus ben ik erg teleurgesteld”, baalt hij. Hij kan zich troosten met de gedachte dat hij zich in een rijtje toppers nestelt die te vroeg juichten. Denk aan Wout van Aert of Lorena Wiebes, waarbij die laatste zelfs de Amstel Gold Race verloor. Beter je nu misrekenen, dan op latere leeftijd.



Allrounder
Dat de ontgoocheling diep zit, is niet verwonderlijk. “Dit is in 2026 al de 3e keer dat ik 2e word, op de 3 wedstrijden die ik dit seizoen reed”, zucht hij. “Zowel in Vlamertinge als Sint-Maria-Lierde was het ook van dat.” Aan zijn snelle benen zal het alvast niet liggen. “Die vorige wedstrijden won ik 2 keer de massasprint, maar wist iemand uit de greep van het peloton te blijven.” Deze keer glipte er niemand van tussenuit, maar wist hij jammer genoeg zijn kans niet te grijpen. “Nu kan ik het nog niet plaatsen, maar de ontgoocheling zal wel zakken.”
Hoewel Jammaer dit jaar dus al indruk maakte in de sprint, heeft hij meer in zijn mars dan een sterk eindschot. “Ik kan zo beetje alles. Het echte klimwerk ligt me het minst, maar dat kan ik eigenlijk ook wel goed.” Wie hem volgt, weet dat het geen grootspraak is. Jammaer rekent niet altijd op zijn snelle benen, maar durft ook koers te maken en verzamelt zo de sterke uitslagen. Dat hij geregeld meespringt met de juiste groepjes, toont ook een zekere koersintelligentie. Inhoud gekoppeld met sprintvermogen en koersinzicht, dat zijn kwaliteiten waar hij wellicht nog veel plezier aan zal beleven.
Dat hij een allrounder is, stond in de sterren geschreven. Op jonge leeftijd begon hij met triatlon – niet toevallig als zoon van ex-triatleet Bart Jammaer. Dat deed hij net als zijn vader met succes, want in 2022 en 2023 werd hij Belgisch kampioen. Toen hij wielerwedstrijden reed in functie van zijn voorbereiding op het triatlon, bleek hij ook uit te blinken in het wielrennen als geïsoleerde discipline.



Marc Herremans
Via zijn vader kwam Jammaer terecht bij een andere ex-triatleet en zo nam Marc Herremans hem onder zijn vleugels. Op diens aanraden nam hij het veldrijden erbij, zeker geen verkeerd advies met het oog op de toekomst. Alle specialisering ten spijt, weten we immers al langer dat je van een brede ontwikkeling op jonge leeftijd de vruchten plukt in je latere carrière.
“Ik rij nog steeds bij Marc, maar alleen nog in de cross”, blijft Jammaer zijn mentor trouw. Als 2e jaars nieuweling verdedigt hij op de weg voor het 2e jaar op een rij de kleuren van Crabbé-Dstny. “De ambitie is om zo veel mogelijk voor de ploeg te winnen”, windt hij er geen doekjes om. Daarin voelt hij zich gesteund door zijn team, dat zijn stempel op de koers kan drukken met een sterk collectief. “We zijn echt een superploeg, met veel sterke renners. We werken ook heel goed samen.”
Ondanks de ontgoocheling richt het jonge talent zijn blik al op een volgend doel. “Volgende week rij ik een tijdrit in Borlo. Daar ga ik ook naar toe om mee te spelen voor winst. Wat er daarna op het programma staat, weet ik niet zo goed.” De jongeling probeert zijn doelen dus 1 voor 1 af te vinken, geen verkeerde instelling als je het ons vraagt.

