
Het ging hard voor de Grote Prijs Jean-Pierre Monseré. Een decennium geleden was dit nog een kermiskoers in de zomer. In 2026 krijgen ze een plekje vlak voor de Vlaamse Heilige Wielerweek. De wedstrijd eert zijn wereldkampioen én evolueert tegelijk mee met zijn tijd.


.Pro-wedstrijd
“Het mooiste eerbetoon aan Jean-Pierre Monseré is uiteindelijk onze koers opwaarderen”, weet Stijn De Zaeytijd. Na de editie van 2027 neemt hij het stokje als voorzitter van de organisatie over van Rino Vandromme. “We grepen onze kans om een betere datum op de kalender te versieren eind maart.”
Het toont dat deze jonge wedstrijd zijn plaats toch al wist te veroveren. Vanaf dit jaar 2026 is die nog prominenter, aan de vooravond van de ‘Vlaamse Wielerweek’. 1 week voor Gent-Wevelgem en 2 dagen na de Bredene-Koksijde Classic denderen de renners meerdere keren door hartje Roeselare. De GP Monseré wil zich duidelijk toekomstbestendig maken. “Onze mooie traditie willen we natuurlijk niet kwijtraken. We zullen Jempi blijven eren en tegelijk mee evolueren met de hedendaagse koers.” Dat doen ze onder meer met een mooie nieuwelingenwedstrijd.
Op vandaag is de GP Monseré een 1.1 koers, maar de organisatie hoopt door te groeien naar een .Pro-wedstrijd. “We dienden daarvoor een dossier in bij de UCI”, vernemen we. “Die reageerden zeker enthousiast, maar het aantal plekken van wedstrijden op dat niveau is gelimiteerd per land. Op dit moment is er dus geen ruimte voor een extra koers op .Pro-niveau.”



Onderhandelen
Wat niet is, kan nog komen. Binnen de organisatie zullen ze die wens duidelijk niet opgeven. De meerjarige samenwerking met Ichtegem als startplaats en Roeselare als aankomstplaats zorgt alvast voor de nodige stabiliteit. “Samen met onze sponsors geeft dat toch een zekerheid. Daardoor moeten we niet elk jaar skarten, om het op zijn Lampaerts te zeggen”, lacht De Zaeytijd.
Dankzij een gemoderniseerde Raad van Bestuur en dito werking is de wedstrijd in goede handen. “We werken met cellen die deelverantwoordelijkheden opnemen”, legt De Zaeytijd uit. “Dat is nodig, gezien de complexiteit die steeds groter wordt. Gelukkig kunnen we ook op veel vrijwilligers rekenen. We merken dat de naam Monseré mensen wel warm maakt. Ook al draag je iets kleins bij, elke inzet is welkom. Mensen nemen er dan vaak geleidelijk verantwoordelijkheden bij, waardoor ze doorgroeien binnen onze organisatie. ”
Elk jaar heeft zo wel zijn uitdagingen. Doordat de Lotto Cycling Cup wegviel, moest de organisatie voor 2026 zelf onderhandelen over de TV-rechten. De belangrijkste zoektocht blijft echter het verzekeren van de veiligheid. “We moeten daarin verschillende belangen verzoenen”, deelt De Zaeytijd. “Een partner als Stad Roeselare wil natuurlijk beleving creëren. Tegelijk ligt er heel wat vast verkeersmeubilair in de stad en op de wegen daarnaartoe. De veiligheid van de renners staat natuurlijk voorop.”



Aangepaste aankomststrook
Het parcours voor 2026 bleef grotendeels behouden, maar net om die veiligheidsredenen werd de aankomststrook wel aangepakt. “We creëerden een rechte lijn van 1,2 km, zodat er veilig gesprint kan worden. Daarnaast werken we ook samen met Boplan en rijdt onze veiligheidsmanager het parcours nog eens helemaal af met een camera.”
Op papier lijkt de GP Jean-Pierre Monseré een sprintklassieker, maar daar dacht Alexys Brunel in 2025 anders over. Hij bewees dat de aanval soms loont, dankzij de kronkelige finale in Roeselare. Voor de toekomstig voorzitter hoeft dat niet elk jaar. “Het was leuk om te zien dat het peloton zich misrekende, maar we zijn heel tevreden met ons parcours. Het zorgt voor een sprint met een gereduceerd peloton, dat heeft voor ons zijn plaats op de kalender.”
“We kiezen er bewust voor om onze eigenheid te bewaren”, wijst hij op de sterkte van de koers. “De wegen hier in Midden-West-Vlaanderen kleuren onze wedstrijd. Draaien, keren en wind maken er een unieke koers van. Voor de profs én U17-renners.”
De organisatie klinkt terecht tevreden over de huidige stand van zaken. “Vroeger moesten we zelf al eens ploegen aanspreken. Dankzij de nieuwe plek op de kalender krijgen we meer spontane aanmeldingen. De teams zijn hier in de buurt en willen daarom koersen.” Bovendien matcht het profiel als lastige sprintkoers perfect met die andere naburige wedstrijden. Dat heeft zo ook zijn effect, want op de voorlopige deelnemerslijst verschijnen een pak interessante namen. Wie naar Roeselare afzakt, zal dan ook schoon volk te zien krijgen.

