Na de euforie van Roubaix botst Wout van Aert tijdens de Tour Auvergne-Rhône-Alpes op een pijnlijke realiteit. De Belg beleeft niet zijn beste week op de fiets – zowel fysiek als mentaal. Deze keer maakt hij geen indruk met de benen, maar met zijn eerlijkheid na afloop van de ploegentijdrit. Zo biedt hij een unieke inkijk in het hoofd van de topper.


Sputterende locomotief
Als een open boek. Na de ploegentijdrit van de Tour Auvergne-Rhône-Alpes lagen de emoties bloot bij Wout van Aert. Hij verborg niet dat de benen snel volliepen. Hij verborg niet dat hij het moeilijk had en even geen plezier meer beleefde aan de koers. Zijn kwetsbaarheid biedt een zeldzame inkijk in de geest van de topper. Weinig disciplines leggen het mentale aspect zo bloot als een ploegentijdrit. In een bergrit kan je terugschroeven naar je eigen tempo, in een individuele tijdrit strijd je alleen tegen de klok. In een ploegentijdrit wordt een individueel moment van zwakte onmiddellijk een collectief probleem.
Iedereen weet hoe graag WvA zich inzet voor zijn ploeggenoten. Het beeld van de groene locomotief die Jonas Vingegaard en Tadej Pogačar ment, zien we nog zo voor ons. Dat kan verklaren waarom de ontgoocheling na de ploegentijdrit zichtbaar nog groter was dan na de voorgaande ritten. In een ploegentijdrit ben je tegelijk verantwoordelijk voor je eigen prestatie én die van de groep. Boven de angst om jezelf teleur te stellen, komt de angst om anderen teleur te stellen. Daardoor ontstaat een unieke mentale druk die vaak onderschat wordt.
Van Aert beschreef eerlijk hoe zijn benen snel volliepen. Dat mag dan wel een fysieke vaststelling zijn, toch ontstaat vermoeidheid niet alleen in de spieren. Ons brein geeft voortdurend betekenis aan lichamelijke signalen. Een renner vraagt zich af hoe lang hij de pijn nog kan verdragen en hoe lang hij het wiel nog kan houden. Dat vreet mentale kracht. In een ploegentijdrit komt daar een extra sociale laag bij. ‘Kan ik het wiel nog houden’ verandert in ‘Ben ik diegene die de ploeg vertraagt’? Of erger nog: ‘Ik stel mijn ploegmaats teleur.’

Identiteit
Zelfevaluatie kost mentale energie en sociale vergelijking verhoogt die spanning. Dat is een dubbel probleem, want stress zorgt ervoor dat we een inspanning als zwaarder ervaren. Een gespannen renner heeft daardoor sneller het gevoel zijn limiet te bereiken. Renners vechten zo niet alleen tegen de verzuring, maar ook tegen de betekenis die ze aan die verzuring geven.
Voor elke renner is een moment waarop je moet lossen lastig, maar voor een kampioen ligt dat vaak nog gevoeliger. Toprenners zoals Van Aert zijn gewoon om te excelleren. Hun omgeving verwacht topprestaties, maar ze verwachten die nog meer van zichzelf. We noemen iemand niet voor niets een winnaar: het wordt deel van zijn identiteit. Hoe sterker iemand zich identificeert met winnen, hoe groter de impact van de momenten waarop dat niet lukt. Plots verander je van dragende kracht in een tijdrit, naar diegene die moet afhaken. Gelukkig is Wout niet alleen renner, maar ook vader.
Zijn prestatiedrang bracht WvA naar de top. Net diezelfde drang kan echter extra druk creëren wanneer het minder loopt. Daarom was het meest interessante misschien niet dat de benen volliepen. Wel dat Van Aert dat openlijk benoemde en zijn ontgoocheling niet verstopte. Dat toont dat het met de Roubaix-winnaar wel goed komt: er was geen frustratie, gewoon eerlijkheid.

Eerlijkheid als bescherming
Topsport draait niet alleen om fysieke superioriteit, maar ook om de moed om moeilijke momenten onder ogen te zien. Van Aert lijkt te aanvaarden dat het minder loopt, daar kom je een stuk verder mee dan tegen die moeilijke periode te vechten. Op tijd terugschroeven, de verwachtingen bijstellen en het vertrouwen terug opbouwen met haalbare doelen. Dat was precies wat Van Aert de dag nadien deed. Met een klein hartje vroeg hij het vertrouwen van de ploeg om zijn kaart te trekken, om op het einde van de dag de pelotonsprint te winnen. Hij sprintte daarbij misschien niet voor de overwinning, maar het bood hem wel een tastbaar bewijs dat het vertrouwen herstelde.
De Visma-kopman kan de jeugd inspireren, niet enkel met zijn prestaties, maar ook met zijn mentale openheid. Hij illustreert als geen ander dat een carrière niet in een rechte lijn verloopt. Dat perspectief kan motivatie bieden, bij een zeer zware blessure, of bij een relatief klein hobbeltje zoals tijdens deze Tour Auvergne-Rhône-Alpes. Misschien ligt precies daarin de grootste waarde van Van Aerts reactie. Niet dat hij toonde hoe een kampioen wint, maar hoe een kampioen omgaat met momenten waarop winnen even niet lukt.