Na een loodzwaar EK Gravel in Houffalize mocht Michael Apers de zilveren medaille in ontvangst nemen in de categorie 19 tot 34 jaar. De leerkracht uit Bazel combineerde zijn 1e schooldag meteen met een avondlijke hersteltraining op de fiets en blikt met grote tevredenheid terug op een zomer vol sportieve hoogtepunten. Naast zijn Europese eremetaal in Houffalize veroverde hij de Belgische tricolore en mocht hij het podium delen met absolute wielerlegendes in Frankrijk.


Overleven
De wedstrijd op het Ardense onverhard bleek een ware uitputtingsslag te zijn voor het peloton. “Ik heb vorig jaar voor de 1e keer dat parcours gereden in de qualifier en ik vond het toen al loodzwaar”, vertelt Apers. “Vorige week ben ik er 2 keer gaan verkennen en als je daar 2 toertjes doet, dan denk je eigenlijk al dat het goed is geweest voor die dag. Op het EK moet je daar 3 rondjes doen, waardoor je bij de start van die 3e toer al door je beste krachten zit en het vooral overleven is tot aan de finish.”
Ondanks materiaalpech in de beginfase wist de kersverse Europees vicekampioen zijn tempo perfect in te delen. “Het ging eigenlijk nog verrassend goed, want als ik mijn tijden bergop bekijk, heb ik geen verval in de 3e ronde ten opzichte van de 2e ronde”, analyseert hij. “Zo ben ik in de wedstrijd in de achtergrond terug naar plaats 2 kunnen klimmen. De winnaar (Wannes Heylen, red) ken ik een beetje omdat we samen op het BK-podium stonden in Grobbendonk en we zijn ook samen gaan verkennen. Ik wist dat hij bergop enorm sterk is, daar was eigenlijk niets aan te doen. Ik had in het begin wat tijd verloren door materiaalpech, maar zelfs zonder die pech zat de winst er niet in en was deze 2e plaats het hoogst haalbare.”
Het zilver overtrof zijn eigen verwachtingen. “Ik had zelf een beetje gehoopt om top 10 te rijden op dit EK”, geeft hij toe. “Ik ben bergop sterk, maar ik ben bergaf technisch niet zo heel sterk omdat ik al wat valpartijen heb meegemaakt. Dan ben je toch altijd wat voorzichtiger. Door op voorhand een paar keer goed te gaan verkennen, had ik wel wat meer vertrouwen getankt voor de wedstrijd. Deze medaille maakt de zomer wel af, al was mijn zomer ook mooi geweest als ik hier 10e of 20e was geworden.”


Leren van de profs
De goede vorm van Apers werd eerder deze zomer al bekroond met de nationale titel, wat hem een opvallende verschijning maakt tijdens zijn dagelijkse trainingsritten. “Het is leuk, want als je ermee gaat trainen of je komt op een wedstrijd, zie je dat iedereen toch wel aan het kijken is”, lacht hij. “Het trekt wat aandacht en ik vind het ook 1 van de mooiste truien in het peloton. Ik ben fier dat ik daar nu al voor het 2e jaar op rij mee mag rondrijden. In de gravelwedstrijden heb ik hem nog maar 4 keer kunnen dragen, maar het is wel leuk om die trui elke dag op training te mogen aantrekken.”
Om zichzelf sportief te blijven uitdagen, koos hij er dit seizoen opnieuw voor om ook een keer bij de profs van start te gaan. “Ik ben bij de profs gestart in Valkenburg, een idee dat kwam van mijn ploegmaat Tijs Huygen”, legt Apers uit. “Hij had dat ooit gedaan en zei dat het een heel ander niveau is, maar dat je er wel ontzettend veel van bijleert. Dat wilde ik ook wel eens proberen, waardoor ik er vorig jaar voor de 1e keer bij de profs heb gereden en dat dit jaar gewoon opnieuw heb gedaan.”
De confrontatie met het allerhoogste niveau leverde hem nuttige inzichten op voor zijn wedstrijden in de eigen leeftijdscategorie. “Je pakt daar toch echt wel afdalingen en bochten op een heel andere snelheid”, klinkt het vol bewondering. “Na de bochten moet je op een bepaalde manier optrekken en echt tot het gaatje gaan om mee te zijn met een groep. Dat is iets wat je in de age-groups minder hebt. Daar moet je immers meer zelf de koers maken, terwijl je bij de profs de koers meer moet ondergaan. Dat zorgt er wel voor dat je net iets dieper moet gaan en die hardheid neem je mee naar andere koersen.”


Hinault en Moser
De basis voor zijn succesvolle nazomer werd in juli in Frankrijk gelegd tijdens een reeks zware bergritten. “Bij de start mijn verlof begin juli ben ik direct naar de Alpen getrokken voor 10 dagen en daar heb ik 3 wedstrijden gereden met 2 4e en 1 3e plaats in Gran Fondo’s”, blikt hij terug. “Ik kwam nog een beetje terug uit ziekte, dus ik was daar eigenlijk nog niet op mijn best. Na anderhalve week thuis ben ik terug naar Frankrijk vertrokken voor de Gran Fondo Courir Pour la Paix nabij Dijon? Die won ik. Waarna de prijsuitreiking werd verzorgd door Bernard Hinault en Francesco Moser. Een heel mooi moment om die mensen te mogen ontmoeten.”
Voor de renner van Unlimited Cycling Team Belgium draait de wielersport om veel meer dan enkel het behalen van uitslagen. “2 weken na die overwinning in Frankrijk was er al het BK, dus ik voelde toen al dat mijn vorm echt in stijgende lijn ging”, vertelt hij. “Voor mij zijn niet alleen de wedstrijden belangrijk. Het proces van het trainen en het proberen beter te worden vind ik minstens even leuk. Als je jezelf in de zomer op die manier voelt verbeteren, dan maakt dat je wielerzomer ook wel echt geslaagd.”
Volgend seizoen slaat hij een nieuwe sportieve weg in, mede doordat hij nooit de klassieke weg van de eliterenners zonder contract volgde. “Ik ben van in het begin in het Granfondo-circuit en bij de nevenbonden terechtgekomen, waardoor ik nooit als Elite 2 bij een clubteam ben geregistreerd”, besluit Apers. “Nu rijd ik nog voor Unlimited Cycling Team, maar die ploeg gaat er eind dit jaar mee stoppen. Ik ben momenteel wel bezig met een project voor volgend jaar. Het is de bedoeling om met privésponsoring een eigen ploeg op te richten.”
