
Diep in de bergen van Montana legden 37 jonge Noord-Amerikaanse veldrijders eind juli 2025 de basis voor hun nieuwe seizoen. Ver weg van de Tour de France werden niet Tadej Pogačar of Quinn Simmons als helden genoemd, maar namen als Puck Pieterse, Mathieu van der Poel en Andrew Strohmeyer.


DNA Nys
Helena is een slaperig stadje van zo’n 35.000 inwoners, gelegen in een smalle vallei tussen de Elkhorn en Big Belt Mountains. Als hoofdstad van Montana draait het dagelijks leven er vooral om het Capitool. In het weekend trekken de inwoners graag de omliggende natuur in. Voor de gemiddelde Amerikaan is Helena nauwelijks een bekende naam, maar onder veldrijders staat het stadje al jaren op de kaart. Elke zomer organiseert de EuroCross Academy hier een intensief trainingskamp.
De deelnemers komen uit het hele land. Een autorit van 8 uur of 2 keer overstappen op het vliegveld is eerder regel dan uitzondering. Met 37 crossers, een recordaantal, is de ambitie duidelijk: allen hopen op termijn de oversteek naar Europa te maken, om in Diegem of Baal aan het vertrek te staan. De begeleiding is in handen van een mix van Amerikaanse coaches. Katie Clouse, Emma Swartz, Lance Haidet en Jules van Kempen. Én voormalig junioren- en beloftenwereldkampioen Arnaud Jouffroy.
Het woord ‘Euro’ in EuroCross Academy verwijst echter niet alleen naar Europese wedstrijden of coaches, maar naar een mentaliteit. Op de 1e avond laat oprichter Geoff Proctor er geen twijfel over bestaan. In het klaslokaal draait hij VRT-reportages over Sven Nys, van trainingen in het bos van Lichtaart tot fragmenten uit Sven, het laatste jaar en DNA Nys.








Gold Rush
Helena begint eind 19e eeuw te groeien dankzij Europese immigranten die tijdens de Gold Rush hun geluk komen beproeven. Gewapend met scheppen trekken ze de bergen in om sediment te zeven in de hoop goud te vinden. De EuroCross Academy doet iets soortgelijks: het kamp fungeert als filter om uit een grote groep talenten de gouden klompjes te selecteren die in de winter in België kunnen schitteren.
De hele week staat in het teken van metingen, met kleine competities verspreid over de dagen. Om 6u30 begint de 1e van 4 dagelijkse sessies: een 45 minuten durende work-out gericht op loopvermogen. Daarin verwerkt: trappenlopen in het American Football-stadion van de campus. De 60 treden moeten per ronde 4 keer worden genomen. Terwijl de aanmoedigingen van de crossers en footballspelers door elkaar heen galmen, worden de tijden bijgehouden voor de ‘Bleachers GC’.
De duurtrainingen in de middag geven inzicht in de klimcapaciteiten. Tussen de adembenemende vergezichten vinden diverse KOM- en QOM-sprints plaats. De uitslagen worden ’s avonds besproken in het klaslokaal, waar de coaches gedurende de week presentaties geven over onderwerpen die hen na aan het hart liggen.








Techniek
Het belangrijkste punt van de week is echter de crossspecifieke training. Voor veel Amerikaanse crossers is techniek hun heikele punt. Nationale wedstrijden vinden vaak plaats op brede, snelle en droge parcoursen zonder al te veel bochten. Om crossers voor te bereiden op de Belgische parcoursen, wordt er gebruik gemaakt van een model dat wij kennen van de gymlessen: circuittraining, waarbij je van onderdeel naar onderdeel gaat. Elke coach beheert een station, vernoemd naar een iconisch Europees parcours. Zo staat Tábor voor de balkentechniek, Ruddervoorde voor bochten, en Hulst voor korte klimmetjes.
Op beide dagen verzorgt Jouffroy een clinic over bochtentechniek, vooral waardevol voor de mountainbikers. Hoewel mountainbiken in de VS populairder is dan wegwielrennen, hebben veel bikers moeite met de vlakke, technische bochten die typisch zijn voor de Belgische cross. Aan het eind van de week worden alle vaardigheden getest. Op donderdag staat de Svenhill-competitie op het programma: vanuit stilstand een steile helling oprijden. Daarna volgen een tijdrit over 1 ronde en een estafettewedstrijd.
Hoewel deze competities inzicht geven in wie dit jaar kans maakt om in België te crossen, is dat niet het hoofddoel van de week. In tegenstelling tot bij goudzoeken wordt hier geen sediment weggegooid. Elke deelnemer vertrekt na afloop als een betere renner, met verfijndere techniek, sterkere benen, en een hernieuwde motivatie voor het seizoen.


