
Mattia Agostinacchio werd in Liévin 2025 voor het eerst in zijn nog prille carrière wereldkampioen veldrijden. De goedlachse Italiaan liet na zijn triomf zijn emoties de vrije loop. Met de regenboogtrui zag de Aostaan zijn topseizoen bekroond worden nadat hij ook al de Europese sterrentrui had gepakt. 13 overwinningen later fietste de 17-jarige zich in een rijtje van illustere voorgangers die in hetzelfde seizoen wereld- en Europees kampioen werden.


Ciclistica Trevigliese
Mattia Agostinacchio (17) is 1 van dé ontdekkingen van dit crossseizoen. Het jonge talent komt uit Aosta, een stad in de Aostavallei, vlakbij de Zwitserse grens. De veldritmicrobe zit duidelijk in de familie, want ook zijn oudere broer Filippo (21) is een crosser. Het lijkt er echter op dat het talent vooral naar de benjamin van de 2 gegaan is.
Afgelopen seizoen was de 17-jarige juniorenwereldkampioen niet alleen actief in het veldrijden, ook op de weg vindt hij goed zijn draai. In 2024 kwam Agostinacchio uit voor het team Ciclistica Trevigliese, waarvoor hij ook een aantal dichte ereplaatsen pakte. Een 2e en 9e plaats in de eerste 2 ritten van de Grand Prix Rüebliland in Zwitserland steken daar zonder meer bovenuit. In de 1e rit moest de Italiaan na een massasprint zijn meerdere erkennen in de Tsjech Kryštof Král, die toen nog uitkwam bij Auto Eder, de opleidingsploeg van BORA. Intussen staat hij al op de loonlijst van Tudor. Die 2 top 10-plaatsen leverden Agostinacchio ook nog een 6e plaats op in het puntenklassement.
De 1e categorie die op de koude zondagochtend nabij de Frans-Belgische grens mocht starten in het zonnige Liévin waren de junioren mannen. Er werden vooraf al een aantal kanshebbers getipt voor de wereldtitel waaronder de Brit Oscar Amey, de Fransman Soren Bruyère Joumard, de Italiaan Mattia Agostinacchio en de Belg Arthur Van den Boer, al moest die laatste in extremis nog forfait geven door ziekte.


Filippo Grigolini
In het begin van de race was er eerst nog een grote valpartij, maar de grote namen, waaronder Agostinacchio, bleven voorlopig van pech gespaard. Met een aantal favorieten trokken ze naar de slotfase. In de laatste 2 rondes reed de Fransman Bruyère Joumard nog voor de groep met onder meer Europees juniorenkampioen Agostinacchio en Giel Lejeune. De laatste ronde ging de Italiaan op en over de thuisrijder. Het vat leek af bij de Fransman en die kon het hoge tempo niet meer volgen. Zo snelde Agostinacchio naar zijn 1e wereldtitel bij de junioren.
Het is nog maar de 3e Italiaan in de geschiedenis die de regenboogtrui pakt in die jeugdcategorie. Vorig jaar 2024 won Stefano Viezzi, maar de allereerste was Davide Malacarne in 2005, die in een ver verleden nog ploegmaat was van Tom Boonen bij Quick-Step. Met zijn Europese en wereldtitel bij de junioren fietst de Aostaan zich in een illuster rijtje van namen die in hetzelfde seizoen het EK en WK bij de junioren wonnen. Enkele van zijn voorgangers: Niels Albert (2003-’04), Mathieu van der Poel (2011-’12 en 2012-’13), Tom Pidcock (2016-’17) en Thibau Nys (2019-’20). Een lijst om u tegen te zeggen.
“De laatste ronde was zeer lastig, ik moest alles geven wat er in me zat. En kijk nu, ik ben wereldkampioen. Ik heb geen woorden om te beschrijven hoe ik me nu voel. Dit is de mooiste overwinning van dit seizoen. Van mijn hele carrière zelfs.”


Wereldbeker
Na een vrij matig veldritseizoen 2023-2024 waarin hij veel verre ereplaatsen pakte, is Mattia Agostinacchio dit seizoen helemaal opengebloeid. Als je kijkt naar zijn palmares pronken er niets anders dan 1e en 2e plekken in de belangrijke crossen. Hier en daar eens een uitschuiver maar alsnog mag de Italiaan terecht spreken van een boerenjaar.
13 (!) keer mocht de pas 17-jarige veldrijder dit seizoen zijn handen in de lucht steken. Niemand deed beter deze winter 2024-2025. In het verleden zijn er niet veel renners die hem dat voordeden. Maar zo’n stunt lukte Niels Albert en Mathieu van der Poel op die leeftijd wel.
In 2 Wereldbekers was Agostinacchio de sterkste, namelijk in Benidorm en Zonhoven. Ook in Hulst stond hij op het podium. Ondanks die resultaten zag de wereldkampioen een goed resultaat door zijn neus geboord door enkele offdays. “. 19e worden in Hoogerheide vond ik zo slecht dat dat tot nu toe 1 van mijn slechtste dagen ooit was. Ik werd daardoor nog 2e in het klassement. Om dan zo je leidersplaats te verliezen, dat was best wel zuur. Daarom wilde ik revanche nemen voor dat resultaat.”

