
WielerVerhaal neemt je deze keer mee naar het middelpunt van Vlaanderen. Dat officiële middelpunt ligt in Buggenhout, zo wist destijds een slimme ‘city marketeer’ de goegemeente te vertellen om het als toeristische troef uit te spelen. Maar hun grootste attractie is toch Buggenhoutbos, een prachtig loofbos doorsneden met perfecte gravelwegen.


Perfecte grindwegen
Buggenhoutbos ligt uiteraard op het grondgebied van Buggenhout. Die gemeente bevindt zich op het 3-provinciepunt Antwerpen, Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen. Een streek die ook wel eens ‘Klein-Babant’ wordt genoemd. Het bos is in de streek een erg populair wandelgebied, al is dat mogelijks te wijten aan gebrek aan overige grote bossen in de regio. Het wordt tijdens het weekend of op zomerse dagen vrij druk bezocht door spelende kinderen, wandelaars en joggers.
We raden dan ook aan om er enkel te gaan gravelen of mountainbiken tijdens de week en bij voorkeur ook niet tijdens de zomer, om de andere bezoekers niet te hinderen. Bovendien, als je op een rustig moment komt, maak je kans om eens een reetje te zien wegschieten. Of om een zwarte specht op een boomstam te zien landen. In het bos zitten ook hazelwormen – hier in de volksmond ‘bospaling’ genoemd – maar de kans dat je die ziet terwijl je met je fiets voorbijflitst, is wel heel klein. Wist je dat een hazelworm geen slang, maar een hagedis zonder poten is?
De gravelwegen zijn er in een perfecte staat en worden zeer goed onderhouden en indien nodig heraangelegd. Dus ook na een forse regenbui kom je met een propere fiets terug. Geen putten, geen uitstekende stenen of boomwortels, geen onaangename verrassingen. Deze gravelwegen zijn van het type dat bestaat uit aangestampte, heel fijne grijze kiezel. Waaronder je banden zo heerlijk knisperen en waardoor je heerlijk ‘in the zone’ komt. Gravelaars weten wat we bedoelen.
Die perfecte staat van het wegdek maakt dat je op sommige stukken flinke snelheden kunt ontwikkelen. Tenminste, als je vrij baan hebt. Maar tegelijk zijn ze technisch totaal niet uitdagend. Een mountainbike met dikke banden heb je hier dus helemaal niet nodig. Een tip: blijf op de voor fietsers toegelaten wegen, die staan prima gemarkeerd. Want probeer je toch tersluiks een ander weggetje in te slaan, dan zal je verderop rechtsomkeert moeten maken door 1 of andere blokkade. Als je al niet door een wandelaar wordt afgesnauwd!




Klein maar fijn
Het bos bestaat uit loofbomen van vooral eik, beuk, berk en els en bevindt zich aan de zuidzijde van het dorp. Het loofbos wordt doormidden gesneden door de Kasteelstraat. Daar zijn enkele parkings voorzien en er zijn ook een aantal leuke horecazaken waar je na de rit kunt nagenieten bij een streekbier. Buggenhout heeft er een paar goeie: Kwak, Tripel Karmeliet en Malheur.
Het bos is slechts een kleine 200 hectare groot, al probeert de overheid aanpalende stukken aan te kopen om deze ook te bebossen. De pas aangeplante stroken zijn voorlopig niet toegankelijk om het jonge aanplant alle kansen op groei te gunnen.
200 ha, dat zegt je wellicht niet zoveel. Om het te schetsen via een referentiepunt: het Zoniënwoud is 4.400 ha groot. Nee, in Buggenhoutbos kan je niet verloren rijden. Of toch: de grindwegen lopen dermate kriskras door elkaar zonder herkenbaar patroon, dat je je er toch een uurtje mee kunt zoethouden. Wellicht kom je dan meerdere keren op dezelfde plek, maar van een andere kant. Waardoor je niet eens herkent dat je er daarnet al gepasseerd bent. Wij nemen meerdere keren de proef op de som en slagen zomaar wat paden in. Dan links, dan rechts, nog eens rechts, dan weer links. Na een paar bochten zijn we geheel het noorden kwijt. En een paar bochten verder ook het zuiden. Wanneer we na een uurtje op onze Strava-kaart kijken, blijkt dat we meermaals hetzelfde traject hebben afgelegd. Zonder het te beseffen.



Klein-Brabant MTB-netwerk
Na een uurtje heb je het dus wel gezien. Dat is wat weinig voor de geoefende gravelaar. Geen nood, Buggenhoutbos is perfect te combineren met andere mooie stukjes in de buurt. Fiets naar Opwijk, neem daar de Leirekensroute in westelijke richting en je passeert langs Baardegem en Moorsel, waar je het Kravaalbos vindt. Of verlaat Buggenhoutbos aan de zuidelijke kant richting Peizegem, deelgemeente van Merchtem, en je zal de groene mountainbikelus vinden. Die is 34 km lang en leidt je onder meer naar Londerzeel. Met daarbij ook Lippelobos, Boske Kruisheide en natuurgebied De Marselaer.
Deze MTB-route – ook wel ‘Lundersellaroute’ genoemd, naar de Latijnse naam van Londerzeel – maakt deel uit van het Klein-Brabant MTB-netwerk. Wie de 3 lussen combineert, zal dan net geen 100 km op de teller hebben. Dat is toch al een flinke uitdaging. Deze combinatie is evenwel ten stelligste af te raden na een regenachtige periode, want dan is er met een gravelbike geen doorkomen aan. En zelfs met de mountainbike wordt het dan op sommige plekken gegarandeerd door de modder ploeteren.
