
Wie in België op zoek gaat naar een parcours met flink wat hoogtemeters moet niet noodzakelijk diep de Ardennen in. Philippeville ligt zo’n 100 km ten zuiden van Brussel en is de poort tot de Gambonstreek (in oostelijke richting) en de Viroinvallei (in zuidelijke richting). Beide streken zijn dunbevolkt, hebben geen industrie en zijn weinig toeristisch geëxploiteerd. En dus zéér rustig: op onze tocht van 100 km kwamen we geen 20 wagens tegen.

Gambon
We parkeren de wagen op het plein van Villers-le-Gambon, dat aan de lijnmarkering te zien als kaatsplein wordt gebruikt. Kaatsen is in deze regio blijkbaar een geliefde sport, zullen we verderop nog merken. We nemen een klein weggetje dat de slingerende loop van een beekje volgt. Wat eerst een prima asfaltbaantje lijkt, wordt wat verder een dermate verweerd wegdek dat we even twijfelen om rechtsomkeer te maken. Gelukkig hebben we sterke tubeless banden met beperkte druk en valt het nog wel mee. Na een paar kilometer zien we rechts een prachtig kasteel op een rotswand. Het geitenpad klimt uit het dal tot deze Chateau de Merlemont, waar we scherp links moeten en een afdaling inzetten. Intussen is de weg trouwens in een onberispelijke staat. De rest van onze rit verloopt verder over uitstekende wegen.
We vervolgen onze weg via Villers-en-Fagne. ‘Fagne’ slaat op ‘veengebied’ en dat merken we rondom ons aan de vegetatie. We steken een riviertje over en lezen op het bord dat dit de ‘Molignée’ is. Die zullen we verder op onze tocht nog een paar keer kruisen. Na Villers moet er flink geklommen worden en twijfelen we tussen binnen- en buitenblad. Op de top van de klim passeren we een verlaten industrieel pand: de ‘Poudrerie de Doische’, een oude buskruitfabriek! We dalen af naar Matagne-la-Grande en verwonderen ons over die naam, want groot is het dorp absoluut niet. We volgen de groene bordjes die ons richting Dourbes leiden en verlaten Matagne.
Meteen krijgen we een flukse klim onder de wielen geschoven La Sablonnière: 1,2 km aan 7,8% gemiddeld, met een opener van 100 meter aan 14%. Hier moeten we niet meer twijfelen: de ketting gaat meteen op het binnenblad. Na eerst een linkse en dan een rechtse bocht krijgen we een goed zicht op de gewonnen hoogtemeters. Na een lange uitloper mogen we afdalen richting Dourbes. Maar opgelet: niet helemaal tot dat dorp fietsen maar aan een kruispunt scherp rechts, richting Olloy. Er volgt meteen een onregelmatige klim. La Haute Roche voert ons het bos in. Na 3 km min of meer bergop bereiken we de top.


Viroinval
Met een rotvaart scheuren we naar het dal van de Viroin en gaan bijna rechtdoor in een scherpe haarspeldbocht. In Olloy steken we de Viroin over. Die rivier gaf haar naam aan deze streek. Ze is het resultaat van de samenvloeiing van de Eau Blanche en de Eau Noire en mondt in de Maas uit ter hoogte van het Franse Vireux-Molhain.
We volgen verder de groene bordjes voor fietsers, de gekende RAVeL’s. Deze is een fietsostrade op een oude spoorlijn die richting Oignies gaat. Een 8 km lange klim aan een gemodereerde 3% waarop je kan poweren. Het pad slingert zich door het woud langs de flank van een helling en biedt ons een prachtig panorama op een feeëriek dal. Boven bereiken we het dorp Oignies-en-Thiérache. We gaan rechtdoor en nemen de N998 naar Le Mesnil. Tot onze verbazing moeten we hier een korte maar steile (10%) klim in kasseien op. Dat doet pijn! Ook net voor Le Mesnil moeten we een flinke kuitenbijter van 14% over. De uitstekende brede asfaltweg blijft nu een tijdje op het 300 meter hoge plateau golven om dan terug naar de Viroin af te dalen. 13% lezen we op een bord.
We laten ons vallen als een slechtvalk en lezen 81 km/u op onze Garmin. Beneden gaan we flink in de remmen en kijken voorzichtig links en rechts, want we moeten een wat drukkere weg oversteken om licht klimmend Mazée te bereiken. We flirten nu al een hele tijd met de Franse grens, maar zullen toch altijd in Belgenland blijven. In Mazée moeten we rechts richting Vaucelles, een pittoresk dorpje gelegen aan een prachtige rotswand. Rechts zien we de rookpluim van de kerncentrale van Chooz die hier net over de grens ligt.
Via een prachtige slingerende weg fietsen we naar Doische. Intussen geven we onze ogen goed de kost, want aan fauna en flora ontbreekt het hier niet. We zien gaaien, spechten, wouwen, buizerds en in de herfst schieten hier regelmatig reeën en everzwijnen de weg over. Net na Doische gaan we rechts de RAVeL op die we een goeie 15 km volgen tot in Hermeton. Jawel, dat dorp is genoemd naar de rivier die hier in de Maas uitmondt.


Chateau de Fontaine
We blijven gewoon rechtdoor fietsen en komen in Hastière aan de Maas. Daar gaan we links, richting Anthée. De weg helt gedurende 6 km. Niet steil, alleen de laatste hectometers lopen flink op. Intussen hadden we ons in het gehucht Miavoye – waar Paul Van Ostayen zijn laatste dagen sleet – vergaapt aan een nog steeds bewoond ‘Chateau de Fontaine’. In Anthée moeten we heel even links de wat drukkere N97 op maar na 1 km mogen we opnieuw links naar Morville. Eens dat dorp door fietsen we weer op compleet verlaten wegen door het bos. De weg gaat hier flink op en af, het is moeilijk om een goed ritme te vinden.
Om de haverklap schakelend, fietsen we langs Soulme, naar eigen zeggen 1 van de mooiste dorpjes van Wallonië. Wij vinden er niet zoveel van en zetten verder koers naar Surice, waar we rechts via Omezée in Lautenne arriveren. We zijn intussen terug in de Gambon-streek en weten dat we stilaan de finale induiken. Die bestaat uit nog een laatste forse knik om in het dorp Franchimont uit te komen. Daar steeds rechtdoor en we zien Villers-le-Gambon liggen. Na 100 km arriveren we terug aan onze startplaats, 1.362 hoogtemeters en evenveel impressies rijker.