
Na 3 mooie jaren bij Acrog-Tormans stapt Limburger Emile Beertens (18) over naar de beloften en kiest voor clubteam Stageco. Daarmee sluit hij een periode af waarin hij veel leerde, maar ook een lastig seizoen kende. Bovendien heeft de jonge renner een uitgesproken mening over de evolutie van het jeugdwielrennen. Vooral de toenemende invloed van devo-teams baart hem zorgen. “Jonge talenten komen veel te vroeg onder druk te staan”, neemt hij het op voor zijn leeftijdsgenoten.


Ander voorakkoord
De voorbije 3 seizoenen reed Beertens bij de jeugdopleiding van Jef Robert. “Ik heb fantastische jaren gehad bij Acrog-Tormans”, vertelt hij. “Ik heb er enorm veel geleerd en kijk met een heel goed gevoel terug op die periode. Alleen kende ik aan het begin van dit seizoen 2026 een moeilijke start. Ik heb lange tijd gesukkeld met een knieblessure. Daardoor duurde het even voordat ik opnieuw een goede basis had om mooie resultaten te rijden.”
Naarmate het seizoen vorderde, vond Beertens opnieuw zijn draai. “Het heeft behoorlijk lang geduurd voordat ik opnieuw echt kon koersen. Je mist natuurlijk een belangrijk deel van je voorbereiding wanneer je met een blessure zit. Toch heb ik uiteindelijk nog een paar mooie resultaten kunnen neerzetten. Bovendien heb ik opnieuw echt kunnen koersen. Dat was voor mij belangrijk na die moeilijke maanden.”
De overstap naar de beloften betekent nu een belangrijke volgende stap. Beertens kiest daarbij voor Stageco Cycling Team, een Belgische clubploeg met een sterke reputatie. Die keuze kwam er echter niet zonder hindernissen. “Ik had lange tijd een voorakkoord met een andere ploeg”, bekent hij. “Toen puntje bij paaltje kwam en we zelf contact opnamen, bleek dat ze mij aan het lijntje hadden gehouden. Dan moet je in september plots op zoek naar een andere ploeg. Dat is natuurlijk geen gemakkelijke situatie. Gelukkig kwam Stageco vrij snel op mijn pad.”



Vertrouwen en ambitie
De 1e kennismaking met Stageco verliep bijzonder positief. De ploegleiding kwam bij Beertens thuis langs. Dat gesprek overtuigde hem meteen. “De ploegleiding is bij ons thuis op bezoek geweest. De omkadering zit prima en bovendien is het een heel familiale ploeg. Dat vind ik belangrijk. Je moet je ergens goed voelen en vertrouwen hebben in de mensen met wie je samenwerkt. Bij Stageco had ik dat gevoel onmiddellijk.”
Ook sportief ziet Beertens voldoende mogelijkheden. Stageco behoort al enkele jaren tot de sterkste Belgische clubteams. De resultaten in de Beker van België bevestigen die reputatie. De ploeg staat inmiddels voor het 3e opeenvolgende jaar bovenaan het klassement. “De resultaten liegen er inderdaad niet om. Dat bewijst dat dit een ploeg met niveau is. Tegelijk blijft het een aangename omgeving om te koersen. Er is natuurlijk gezonde druk, maar dat mag ook. Ik wil mezelf verder ontwikkelen en hier krijg ik daarvoor een mooie kans.”
De overgang naar de beloften brengt ongetwijfeld nieuwe uitdagingen met zich mee. Beertens beseft dat hij opnieuw stappen moet zetten. “Maar ik kijk er vooral naar uit om aan dit nieuwe avontuur te beginnen. Je komt in een andere categorie terecht en alles wordt opnieuw een beetje anders. Ik wil vooral veel bijleren, mezelf verbeteren en ervaring opdoen. Stageco lijkt mij daarvoor de ideale omgeving. Ik heb vertrouwen in mijn keuze.”
Naast zijn eigen sportieve toekomst heeft Beertens ook een duidelijke visie op de structuur van het jeugdwielrennen. Vooral de toenemende invloed van devo-teams vindt hij problematisch. “Stageco is geen devo-team maar daarom zeker niet minderwaardig. Zulke clubploegen heb je absoluut nodig. De komst van alle devo-teams is volgens mij catastrofaal voor het wielrennen. De grote budgetten waar kleinere ploegen niet over beschikken, zorgen voor enorme verschillen. Daardoor gaan veel talenten veel te vroeg verloren. Niet iedereen is op zijn 18e klaar om prof te worden. Sommige renners hebben gewoon tijd nodig en ontwikkelen zich pas tegen hun 23e.”


[ONTDEK ONZE PAGINA FIETSVACATURES]

“Devo-teams zijn catastrofaal voor het wielrennen”
Vooral bij de junioren vindt Beertens de huidige evolutie problematisch. Hij ziet dat jonge renners steeds vroeger worden gescout en beoordeeld. Traditionele jeugdopleidingen dreigen daardoor hun beste talenten te verliezen voordat ze de kans krijgen om hen verder te begeleiden. “Bij de beloften kan ik mij sneller vinden in het bestaan van devo-teams”, nuanceert hij zijn visie. “Maar bij de junioren zal ik nooit van mening veranderen. Kijk naar Acrog-Tormans. Wij rijden een even groot, soms zelfs groter programma dan de meeste devo-ploegen. Toch dreigen we binnenkort niet meer voldoende renners te hebben om aan zo’n prestigieuze wedstrijden deel te nemen. Jongens rijden eerst bij clubploegen, maar worden als nieuweling al weggehaald om later bij devo-teams te rijden.”
Dat probleem beperkt zich volgens Beertens niet tot Acrog-Tormans. Ook andere gerenommeerde jeugdploegen voelen de gevolgen. Hij verwijst daarbij naar Crabbé, Avia en Onder Ons Parike. “Die ploegen ervaren dezelfde problemen. Het mooie van de wielersport gaat hier verloren. Jongens van 14 of 15 jaar moeten vooral kunnen genieten van de koers. Ze moeten niet onmiddellijk getest en beoordeeld worden. Jeugdrenners moeten zich kunnen ontwikkelen op hun eigen tempo. Niet iedereen heeft dezelfde fysieke ontwikkeling of dezelfde groeicurve.”
Daarnaast stoort Beertens zich aan de manier waarop sommige scouts jonge renners beoordelen. “Veel scouts komen kijken, vragen je waardes op en kijken vervolgens naar je Compound Score. Haal je geen 3.000 punten, dan kijken sommigen blijkbaar niet meer verder. Maar misschien is die renner niet de sterkste aan het begin van de wedstrijd. Misschien presteert hij juist bijzonder goed na 5 uur koers. Dat verschil moet je ook kunnen zien.”
Om zijn standpunt kracht bij te zetten, verwijst Beertens naar een voorbeeld uit de carrière van Jasper Stuyven. Zijn eigen trainer Danny Stevens werkte eerder met de Soudal-prof. Volgens Beertens toont dat aan waarom talent niet uitsluitend op basis van cijfers beoordeeld mag worden. “Jasper haalde vroeger nooit een topscore. Meer moet ik daar eigenlijk niet bij zeggen.”

