Timothy Stevens kroonde zich in Hamont-Achel tot WCF-wereldkampioen in de categorie tot 40 jaar. En dat na een razendsnelle wedstrijd op een vlak parcours. De kersverse regenboogtruidrager blikt terug op de beslissende momenten in de koers en benadrukt het belang van zijn ploeg Onder De Brug. “De kameraadschap motiveert mij om het beste uit zichzelf te halen.”


Jan-Willem van Schip
De openingsfase van de kampioenschapsstrijd zorgde meteen voor nervositeit in het peloton. “In de 1e ronde was er meteen wat paniek, want er ontstond een ontsnapping van 9 renners met onder andere Sprangers en Pirard die al snel 30 seconden namen”, aldus Stevens. “Met de ploeg hebben we onmiddellijk geprobeerd het peloton op gang te trekken, waarbij vooral Michael Koopmans en Gilles Borgers enorm veel werk hebben verricht. Al liep de achterstand ondanks onze inspanningen toch verder op tot ongeveer 50 seconden.”
Een versnelling van enkele favorieten dwong de Limburger om razendsnel te reageren. “Toen Jan-Willem van Schip en Jules de Cock stevig begonnen door te trekken, wist ik meteen dat ik mee moest en uiteindelijk kwamen we met 7 renners in de achtervolging terecht. Met onder andere Bjorn De Decker, Jérôme Baugnies en mijn ploegmaat Nathan Van Daal”, klinkt het. “Zelfs met die sterke groep verloren we aanvankelijk nog terrein en 2 ronden later bedroeg onze achterstand op de koplopers zelfs ruim een minuut en 10 seconden.”
De daaropvolgende inhaalrace vergde het uiterste van de latere winnaar, die indrukwekkende waarden liet optekenen. “Vanaf dat moment hebben we echt bijzonder hard gereden en persoonlijk reed ik gedurende ongeveer 90 minuten mijn allerbeste waardes van het hele jaar”, legt hij uit. “Vooraan begonnen ondertussen enkele renners weg te vallen en met nog 5 ronden te gaan konden we uiteindelijk aansluiten. Waarna ik door mijn ervaring onmiddellijk wist dat dit een cruciaal moment in de wedstrijd was.”

Tactisch steekspel
Toen de favorieten naar elkaar begonnen te kijken, besloot de oud-prof zelf het initiatief te nemen. “Er zou in die fase vooral naar renners als De Cock, Baugnies en De Decker gekeken worden, en daarom besloot ik bij het ingaan van de laatste 4 ronden zelf vol door te gaan”, vertelt Stevens. “Ik kreeg De Decker mee, samen met nog een jonge renner. We beseften heel goed dat dit wel eens de beslissende ontsnapping kon zijn als we vol bleven doorrijden, wat achteraf ook zo bleek te zijn.”
Een mechanisch defect dreigde even roet in het eten te gooien in de slotfase. “Met nog 2 ronden te gaan kreeg ik echter af te rekenen met materiaalpech, want mijn ketting liep er vooraan af en ik kreeg ze niet meteen terug op het kettingblad”, zucht hij. “Uiteindelijk moest ik noodgedwongen stoppen om ze met de hand terug te leggen, maar gelukkig kon ik na enkele kilometers opnieuw aansluiten.”
In de slotkilometers smolt alles weer samen en ontspon zich een tactisch steekspel. “Bij het ingaan van de laatste ronde zagen we Baugnies, Sprangers en De Cock bijzonder snel dichterbij komen en met nog ongeveer 6 km te gaan sloten ze bij ons aan”, herinnert hij zich. “Ik wilde het gat op een late uitval van Baugnies en De Decker bewust niet zelf dichtrijden om mijn sprint niet op te offeren. Waarna Rino Sprangers als 1e de laatste rechte lijn opdraaide en ik mijn sprint ondanks de resterende 400 meter meteen volledig heb ingezet. Ik kon het volhouden tot op de meet.”

7 jaar ODB
De wereldtitel krijgt een extra dimensie dankzij de unieke sfeer binnen zijn wielerformatie ODB. “ODB is eigenlijk tijdens de coronaperiode ontstaan in Kanne en de zetel van de club heeft sindsdien altijd bij mij in Rijkel gezeten”, verklaart hij. “Samen met Peter Neyens en Simon Bessemans trekken we ondertussen al 7 jaar de kar van deze ploeg. Als je daar even bij stilstaat, is het eigenlijk absurd om te zien hoe snel die afgelopen jaren voorbijgevlogen zijn.”
De structuur van de ploeg wijkt af van een traditionele wieleromgeving. “ODB is niet echt een klassieke wielerploeg, want we hebben natuurlijk onze Elite 3- en Masters-renners die wedstrijden rijden. Maar evengoed hebben we wielertoeristen die op zaterdag samen hun rit doen en nadien gezellig een pint drinken”, glimlacht de Limburger. “Dat heeft voor mij persoonlijk minstens evenveel charme en geloof het of niet, maar soms doe ik dat stiekem zelfs liever dan naar een wedstrijd gaan.”
De oprechte vreugde bij zijn ploegmaats na de overwinning illustreert de hechte band binnen de ploeg. “Toen ik zag hoe blij de jongens in de groep waren dat die wereldtitel binnen was, deed me dat echt enorm veel deugd”, besluit Stevens trots. “Op zo’n moment besef je dat het voor hen ook echt iets betekent en dat maakt het behalen van deze trui alleen maar mooier. We zijn enorm fier op wat we samen hebben opgebouwd en wie weet komt er binnenkort misschien wel een feestje aan.”