
Na een droomstart vorig jaar 2025 kent het Citymesh-Customm Pro Cycling Team een seizoen met 2 gezichten. De resultaten waren tot dusver degelijk en de ploeg stond in de grote klassiekers dankzij wildcards. Maar er deden ook geruchten de ronde. Ploegmanager Stijn Peelman zag de teamgeest wegebben. Crisisberaad en teambuilding bracht de neuzen weer in dezelfde richting en zette de ploeg terug op de rails. Nu staat de ploeg op een kruispunt: nog een jaar rijpen als continentaal team of de sprong wagen naar het proconti-niveau?

Verbetenheid was zoek
Het contrast met het debuutjaar 2025 was voelbaar, vertelt Peelman. “Sportief denk ik wel dat we een goed voorjaar kenden, maar vorig jaar was het beter. Toen wonnen we al in Kroatië. Het nieuwe is altijd leuk, hé. Als er iets nieuws is en dat lukt, geeft dat een andere dimensie.” Dit seizoen was anders. De ploeg reed zich in de kijker in grote koersen, wat goed was voor de sponsors. Maar er ontbrak iets. “Ik voelde dat er in de koers soms te weinig voor elkaar gereden werd. Soms voelde ik die verbetenheid van vorig jaar niet meer bij de rensters.”
De oorzaak van die tanende teamgeest lag volgens Peelman in de onzekerheid over de toekomst. “Er kwamen wat verhalen bij mij terecht. In het peloton ging rond dat ik zou stoppen met de ploeg.” Die geruchten kwamen voort uit een eerdere uitspraak van hem. “Ik heb een keer gezegd: als we niet procontinentaal kunnen worden, dan stopt het. Maar niet dat de ploeg stopt, wel dat we die grote koersen niet meer zouden kunnen rijden.” Die nuance ging verloren en creëerde onrust. “Vandaar waren de rensters vooral bezorgd. “Als de ploeg stopt, wat moeten we dan doen? Waar moeten we naartoe?”
De gevolgen waren zichtbaar in de wedstrijden. De focus verschoof van het collectief naar het individu. “Onbewust rijden ze dan soms toch eens voor zichzelf om een uitslag te halen. Ik voelde dat die eenheid wat wegviel om als team te rijden.” Voor Peelman was dat het signaal om in te grijpen. De situatie was onhoudbaar geworden. Een open gesprek was de enige uitweg om de negatieve spiraal te doorbreken en de rangen opnieuw te sluiten.


Noodzakelijke reset
De ploegmanager riep zijn rensters en staf samen voor een openhartig gesprek. “Ik heb vorige week samen met hen alles aangekaart. Ze hebben mij al hun vragen mogen stellen.” De rensters moesten zich voorbereiden met positieve en negatieve punten, feedback en een evaluatie. “Daar zijn heel goede zaken uitgekomen en dan hebben we hen allemaal gerustgesteld. Ik heb ook uitgesproken wat mijn plannen zijn en wat de opties voor volgend jaar zijn.”
De impact van die bijeenkomst was onmiddellijk voelbaar. De sfeer kantelde volledig. “’s Avonds zijn we gaan koersen in Puivelde en dan zie je een heel andere ploeg. Voor de koers, tijdens en na de koers was er een warme, samenhangende sfeer.” Die positieve lijn werd doorgetrokken in het daaropvolgende weekend. Ondanks de nodige pech veroverde de ploeg een mooie ereplaats de Grote Prijs Steenbergen, manche van de Women’s Cycling Series.
De bekroning volgde op zondag. “We rijden er in de Trofee Maarten Wynants met Julie Stockman onze 1e top 10-plaats in een UCI-wedstrijd dit seizoen. De ploeg heeft echt goed samengereden.” Voor Peelman is het een duidelijk teken dat de reset zijn vruchten heeft afgeworpen. De focus ligt nu weer op het collectief en de ploeg wil zich distantiëren van de afgunst die soms in het vrouwenpeloton heerst. “Ik heb goede gesprekken gehad, we zitten in ene goeie flow en ik weet wat ik ga doen volgend jaar.”


Moeilijke keuze
De toekomstplannen van Peelman draaien rond 1 centrale vraag: de stap naar een procontinentale licentie nu al zetten, of niet? “Er liggen 2 opties op tafel”, duidt hij. “Enerzijds is er de ambitie om te groeien en de zekerheid te hebben van deelname aan grote wedstrijden, anderzijds is er het besef dat de ploeg op logistiek en sportief vlak misschien nog niet klaar is voor die stap. Ik voel dat we nog werk hebben om de omkadering te verbeteren.”
De financiële en sportieve realiteit is hard. Een procontinentale licentie vergt een aanzienlijk hoger budget. “Dat is toch gemakkelijk 250.000 euro meer dat je nodig hebt. De grootste kost zijn de lonen en de salarissen die verplicht zijn voor de rensters. Bovendien zou een promotie betekenen dat een groot deel van de huidige kern moet vertrekken. Daar moeten we realistisch in zijn. Ik denk dat op dit moment van onze eigen ploeg de rensters op 1 hand te tellen zijn die echt wel op procontinentaal niveau meekunnen.”
Daarom helt de balans momenteel over naar een consolidatiejaar. “Ik heb mij nu al 2 stappen voorbijgelopen. Als we proconti worden, moet ik zien dat dat niet de doodsteek is van de ploeg, omdat ik het dan maar half ga kunnen doen.” De meest waarschijnlijke optie is om nog een jaar continentaal te blijven. “Ik denk dat dat het beste plan is als groeiproces, om dan in 2028 pas de stap te zetten. Zo was het ook origineel voorzien in mijn plan. Die duidelijkheid heeft de rust in de ploeg teruggebracht en de basis gelegd om verder te bouwen.”
