Komende winter 2026-2027 keert de Wereldbeker Veldrijden eindelijk terug naar de UK, voor de 1e keer sinds Milton Keynes 2014. Voor het spektakel in Kelvingrove Park in Glasgow zijn zelfs al enkele duizenden kaarten verkocht, maar op lager niveau is er weinig reden tot feesten. De rest van de Britse kalender telt komend seizoen slechts 1 andere internationale UCI-cross. De toekomst van de Hope Supercross Series is onzeker en meerdere manches uit de National Trophy worden nationale wedstrijden door een nijpend geldgebrek.


Tweedeling
De komst van de Wereldbeker naar Glasgow is een opsteker voor de Britse crossfans, die al jaren wachten om hun helden in eigen land aan het werk te zien. Hoewel een Belgische cross bezoeken makkelijk is voor de vele fans in het zuiden van Engeland, wordt er met Schotland een 2e veldritgekke streek aangeboord. Cameron Mason zal in zijn thuisland luid aangemoedigd worden door de vele duizenden fans die nu al een kaartje gekocht hebben. Het zal zonder twijfel het hoogtepunt van het Britse crossseizoen worden.
Buiten dit evenement droogt het aanbod aan crossen op topniveau echter razendsnel op. Het gebrek aan financiële middelen hakt zwaar in op de UCI-kalender. De Hope Supercross Series staat momenteel niet op de kalender, en het is hoogst onzeker of deze wedstrijden door kunnen gaan. De serie was nochtans opgericht om het voor Britse renners goedkoper te maken om aan UCI-punten te komen.
Ook het belangrijkste Britse regelmatigheidscriterium, de National Trophy, deelt in de klappen. Van de 6 wedstrijden behoudt alleen de openingsmanche in Derby zijn C2-status. Hierdoor wordt het voor Britse renners moeilijker om aan UCI-punten te komen. Én neemt de kwaliteit van de deelnemersvelden af. Vooral de Hope Supercross werd goed gevonden door Belgen.

Financiële strop
In een reactie op de kalender erkent Joe Malik van de Britse wielerbond dat de financiële situatie ingewikkeld is. “Dit jaar moesten we als National Trophy-cross een UCI-status afschaffen. Dat was echt noodzakelijk om de financiële druk op de lokale organisatoren te verlichten.”
Toch wil Malik zich niet alleen op het negatieve richten. “We zijn er trots op dat we de komende winter op 5 van onze mooiste en moeilijkste locaties 6 wedstrijden organiseren. Zo keert Wales terug met een cross in Pontypool”, klinkt het positief. “Door elke maand 1 competitieweekeinde te plannen en af te sluiten met een dubbel weekend, geven we regionale competities ruimte en beperken we de reiskosten. We staan continu in contact met renners en clubs om het format zo goed mogelijk te maken.”
Dat die financiële druk op organisatoren immens is, bevestigen ook Alan en Hannah van Cyclocross Irvine. Zij organiseerden in januari nog een manche van de National Trophy, maar besloten zich voor komend seizoen geen kandidaat te stellen. “Ondanks de lofzang dat we de best georganiseerde manche van het seizoen hadden, draaiden de 2 dagen in Irvine een verlies van ongeveer 2.500 pond. Zonder de extra gulheid van sponsors en vrijwilligers was dat verlies nog veel groter geweest. Voor een keer kan je zo’n verlies nog dragen uit de reserves, maar anders worden wij zelf aansprakelijk voor het verlies. Dan denk je wel 2 keer na.”

Eigen lot in handen
De organisatie voelt zich aan zijn lot overgelaten door de bonden. “Hoewel de verplichte UCI-status is afgeschaft, blijft het financiële risico voor individuele organisatoren te hoog”, klinkt het vanuit Irvine. “We hebben subsidies aangevraagd, waaronder het duurzaamheidsfonds van British Cycling, maar ontvingen 0 euro. De harde werkelijkheid is dat door de teruglopende inschrijvingen de barista met zijn koffiekraam vaak de enige is die nog geld verdient aan een cross in dit land.”
Het wegvallen van de wedstrijd in Irvine heeft gevolgen voor de Schotse jeugd. Over mogelijke jeugdwedstrijden in Glasgow is nog niets bekend, dus ligt de meest noordelijke cross voor hen nu in Bradford. “Onze regio heeft veel talent voortgebracht. Natuurlijk Cameron Mason, maar wat te denken van hoe Zoe Roche vorige winter reed! Hun mogelijke opvolgers moeten nu tussen de 4 en 8 uur enkele rit rijden om bij de dichtstbijzijnde National Trophy te komen. We zouden juist dit soort obstakels moeten wegnemen voor onze talentvolle renners. De bond is verantwoordelijk voor heel Groot-Brittannië. Maar als we geen steun krijgen, moeten we naar onszelf kijken.”
Als oplossing kijkt de organisatie naar het opzetten van een eigen noodfonds, door een kleine toeslag toe te voegen aan de regionale Schotse inschrijfgelden. “Dit fonds moet de meest talentvolle jonge renners helpen met de reiskosten en een financieel vangnet bieden voor organisatoren. De ironie is dat een grote commerciële bank de National Trophy sponsort, maar de organisatoren die het risico lopen zien daar niets van. Het is tijd dat de Schotse crossgemeenschap zijn eigen lot in handen neemt”, besluiten Alan en Hannah.