Hannes Fabri (31) is aan een bevredigend seizoen bezig in het felbevochten Elite 2-circuit. Na een gebroken hand in het voorjaar bewijst de Oost-Vlaming dat hij nog lang niet versleten is. Bij de intussen succesformatie Kriekepot-Doltcini schat hij het belang in van ploegenspel, zijn ambities in het tijdrijden, de generatiekloof in het peloton en de veeleisende combinatie met zijn job bij Cyclobility.


Blessureleed
Fabri kende een uiterst moeizame start dit seizoen door een ongelukkige valpartij in koers, maar keerde veel weer terug op niveau. “Ik heb begin mei mijn hand gebroken in Merchtem. Dus ik had eigenlijk niet verwacht dat ik hier nu al zou staan met 2 overwinningen (na Moorslede won hij medio juli ook in Borsbeek, red). Ik pak pook geregeld eens een mooie uitslag mee, al liggen de zeges niet voor het rapen. Ik ben tevreden.”
Binnen Kriekepot-Doltcini draait het voor de Fabri absoluut niet enkel om persoonlijk succes, hij haalt ook veel voldoening uit het ploegenspel. “Ik ben niet te beroerd om me op kop te zetten”, benadrukt hij. “We trainen veel samen en het is altijd plezant als we samen in de finale zitten. Als ik weet dat een ploegmaat de rapste is, zet ik mij met heel veel plezier op kop. Winnen mag altijd, maar iemand anders kunnen helpen aan de overwinning doet mij zeker evenveel plezier.”
Zijn blessure hakte er mentaal behoorlijk in, vooral omdat het zijn allereerste zware blessure was tijdens een wedstrijd. “Ik heb al een aantal zware blessures gehad, maar meestal buiten koers door bijvoorbeeld een aanrijding door een auto. Nu was het de 1e keer in wedstrijd en dat was wel mentaal andere koek. Ik heb heel veel binnen moeten trainen. Als je dan door zoiets superdom valt, besef je wel nog een keer extra hoe plezant het is als je gewoon je ding kunt doen en je in bochten kunt wringen.”


Zilveren medailles
De Oost-Vlaming is ook een uitstekende hardrijder tegen de klok, wat voor een groot stuk te danken is aan zijn trainingsaanpak. “Mijn tijdritfiets staat in de winter standaard op mijn rollen, dus alle trainingen binnen doe ik sowieso op die fiets. Dat zorgt ervoor dat ik weinig aanpassingsperiode nodig heb qua positie. Na mijn handbreuk was het PK Tijdrijden mijn 1e wedstrijd, dus zonder wedstrijdritme en nog niet helemaal comfortabel op de fiets was ik zeker tevreden met die 2e plaats.”
De cruciale aanloop naar de belangrijkste kampioenschappen van het jaar verliep echter allesbehalve vlekkeloos. “Het was de slechtste week van het jaar om ziek te worden”, schuddebolt hij. “Dinsdag had ik buikpijn en diarree en woensdag lichte koorts, waardoor ik anderhalve kilo kwijt was in amper 2 dagen. Donderdag was dan het Provinciaal kampioenschap Tijdrijden en zondag het BK op de weg in Huldenberg. Ik heb er echt het beste van moeten maken.”
Desondanks reed hij knap naar 2 zilveren medailles, al hield hij aan het missen van de felbegeerde kampioenstruien toch wat gemengde gevoelens over. “Ik was zeker teleurgesteld op het PK Tijdrijden, want ik had er echt mijn zinnen op gezet om die trui naar huis mee te pakken. Met 2,5 seconden verliezen is wel zuur, maar Thibaut Ponsaerts heeft zijn overwinning dik verdiend. Op het weg-PK in Begijnendijk pakte mijn schoonbroer Tim Coppens de trui en werd ik 2e. Het had mooi geweest dat ik ook een trui had kunnen pakken. Nu ben ik wat de Poulidor van het PK.”


Nieuwe omgeving
Na ruim een half decennium de kleuren van Vetrapo B-Close te hebben verdedigd, koos Hannes Fabri zeer bewust voor de overstap naar Kriekepot-Doltcini. “Om eens een andere sfeer op te snuiven”, bekent hij. “Ik heb mij heel goed gehad bij Vetrapo. Dat was een leuke vriendengroep, maar na 6 of 7 jaar veranderde er veel. Bij Vetrapo zat ik als dertiger met gasten van 20 jaar. Die mannen kijken anders naar de koers. Bij Kriekepot hebben we nagenoeg allemaal dezelfde leeftijd. De meesten zijn dertig plus, dat merk je wel aan de mentaliteit.”
Het zorgt ervoor dat hij met een gerust gemoed en zonder overdreven prestatiedruk kan meedraaien in het competitieve Elite 2-circuit. “Ik ben iemand die heel honkvast is, omdat dat mij gewoon vertrouwen geeft. Als ik me op mijn gemak voel en mij niet moet bewijzen, dan presteer ik meestal beter omdat ik wat meer ontspannen ben. Het is vooral plezant dat je kunt meedoen, de wedstrijd mee kleur kunt geven en dat het gewoon koers is zonder die constante druk.”
Hoewel hij onlangs een mooie promotie maakte op professioneel vlak, denkt Fabri nog lang niet aan het einde van zijn carrière. “De combinatie om te trainen en te werken bij Cyclobility blijft zeker mogelijk, want ik zit ergens tussen de 12 en 15 uur training per week. Al vraagt het wel discipline. Voor mij is koersen een soort verslaving, ik ben er nog niet klaar voor om te stoppen. Als er kindjes komen, zal dat het kantelpunt zijn, denk ik. Dan zal ik misschien stoppen met competitie.”