Downhiller Briek Van Duyse is pas 18 geworden, maar reist nu al de wereld rond in het Wereldbekercircuit. De Waaslander combineert loodzware wedstrijden met thuisonderwijs en een leven in de mobilhome. Vanuit een bloedheet Frankrijk blikt het talent terug op een pittige polsbreuk en zijn drang naar de perfecte afdaling.


Terugkeer na valpartij
Van Duyse zit momenteel in Frankrijk. Hij kijkt tevreden terug op zijn prestatie tijdens de Wereldbeker in het Zwitserse Lenzerheide. “Mijn weekend daar is best goed gegaan”, vertelt Van Duyse. “Het ging terug beter, zoals het voor mijn blessure was. De eerste 2 wedstrijden na mijn polsbreuk gingen niet echt goed en ik had ook wat pech. Nu zat het gevoel weer goed. Het is nog niet helemaal hoe ik had gehoopt, maar ik zie veel progressie.”
Die vooruitgang volgt na een valse seizoensstart. Eind april sloeg het noodlot toe. “Ik brak mijn pols tijdens een testwedstrijd in Portugal, het laatste weekend van april”, legt hij uit. “Ik ben vrijwel direct geopereerd. Het 1e weekend van mei was er de Wereldbeker in Zuid-Korea. Die heb ik dus helaas gemist, maar door de snelle operatie kon de revalidatie wel meteen beginnen.”
Vorig jaar liep hij al een hersenschudding op, maar dit was ernstiger. “Dit was de 1e keer dat ik echt iets gebroken had en voor langere tijd out was”, bekent Van Duyse. “Het bot zelf zat niet op de juiste plaats en het gewricht was onstabieler. Daarom moest ik een operatie ondergaan. De timing was redelijk krap, want na 6 of 7 weken stond de eerstvolgende Wereldbeker alweer op het programma. Het was erg lastig om op tijd klaar te geraken.”


Van bmx naar de bergen
De basis voor zijn fietscarrière werd vroeg gelegd. “Ik ben op mijn 4e begonnen met BMX”, herinnert hij zich. “Daarna heb ik van alles gedaan. Ik heb met een mountainbike gereden, op de weg gekoerst en lange tijd aan cyclocross gedaan.” De omschakeling naar downhill volgde pas later. “Op mijn 12e kwam ik eens in een bikepark. Tijdens vakanties gingen we vaak naar de bergen en ging ik daar steeds meer naartoe. Al snel vond ik dit echt het tofste.”
De overstap naar pure competitie in de bergen gebeurde in 2020. “Rond mijn 13e kreeg ik mijn 1e echte enduro fiets”, vertelt Van Duyse. “Ik ben daar toen intensief mee beginnen rijden. In het begin kwam er nog geen echte competitie bij kijken. Maar hij had de smaak echter definitief te pakken en ruilde het vlakke land in voor de steile afdalingen.
De aantrekkingskracht van downhill zit hem in de intensiteit. “Het is de adrenaline”, verklaart hij resoluut. “Ik vind het heel speciaal omdat je een vrij korte track hebt. De wedstrijden duren vaak maar 3 of 4 minuten. Het is de kunst om alles eruit te halen om zo snel mogelijk te rijden en de limiet op te zoeken.” Ook de sfeer trekt hem aan. “De snelheid is enorm, maar er is ook een heel leuke sfeer in de scene. Iedereen is bevriend met elkaar, er hangt geen kil competitief sfeertje.”


Wereldbekerdromen
Om zijn topsport te beoefenen, is Van Duyse overgestapt op een flexibel leertraject. “In het begin ging ik niet zo vaak naar het buitenland, toen kon ik gewoon naar school”, legt hij uit. “Maar omdat ik dit jaar alle Wereldbekers doe, heb ik besloten om thuisonderwijs te volgen. Ik leer al mijn vakken zelf en plan mijn examens in op de dagen dat ik thuis ben. Binnenkort moet ik nog een paar examens doen en dan ben ik klaar.”
Het buitenlandse avontuur vergt wel wat inspanningen. “Mijn ouders betalen een groot deel zelf, en ik heb ook zelf wat geld gespaard”, zegt hij. “Mijn fietsen en al mijn materiaal krijg ik wel van sponsors.” Hij reist rond met een compact team. “Koen sponsort de veringen en is ook mijn mechanic en teammanager. Hij gaat mee naar alle Wereldbekers. We reizen samen met de mobilhome rond. Je ziet veel van de wereld, leert je eigen plan trekken en wordt er echt zelfstandig van.”
Van Duyse is ambitieus, ondanks het gebrek aan bergen in België. “Mijn droom is om ooit een Wereldbeker te winnen of een podium te halen”, klinkt het. “Dat is moeilijk, zeker in Vlaanderen. Hier zijn weinig mogelijkheden om te trainen. Maar dit jaar wil ik proberen om consistent goede resultaten te rijden bij de junioren. Ik mik op een vaste plek in de top 10 en wil ergens eens een podiumplaats proberen te halen. Dat zou redelijk ongezien zijn voor een Belg. Je hebt natuurlijk wel Martin Maes die al jaren meedraait, maar voorts zijn er weinig Belgen in deze discipline.”
