Mathias Vanoverberghe is een gevestigde waarde in het Elite 2-peloton. De renner van Decock-Mannavital-Van Mossel mocht dit seizoen al 8 keer de handen in de lucht steken en veroverde de provinciale titel. Met 39 zeges op zijn palmares blikt de West-Vlaming uit Zwevegem terug op een opmerkelijk parcours. Waar hij in de jeugdreeksen moeite had om het peloton te volgen, ontpopte hij zich tot een tactisch meesterbrein. In een openhartig gesprek vertelt Vanoverberghe over zijn winnaarsmentaliteit, de dynamiek binnen zijn ploeg en de enige grote leemte op zijn erelijst.


Kip zonder kop
De carrièreteller van Mathias Vanoverberghe staat na zijn zege in Gistel van woensdag op 39 overwinningen. 1 daarvan behaalde hij bij de junioren, de overige 38 verzamelde hij bij de elite zonder contract. Dit seizoen was hij al 7 keer de beste én kroonde hij zich tot provinciaal kampioen. Een dergelijk palmares had hij bij de start van zijn carrière nooit voorspeld. “Toen ik begon te koersen, had ik me dat niet kunnen inbeelden, nee”, stelt Vanoverberghe nuchter. “Het kwam ook niet vanzelf.”
Een breekpunt was de kennismaking met Jens Vandenbogaerde. Vanoverberghe had de fysieke capaciteiten om mee te schuiven, maar miste de koelbloedigheid om succesvol mee te spelen in de finale. “Ik heb moeten leren winnen”, legt hij uit. “Ik was wel iemand die mee was in de kopgroep, maar het was altijd net niet. Dat afmaken lukte me niet. Toevallig heb ik in die periode dan het geluk gehad Jens te leren kennen. Wij hebben veel samen gefietst en dat is uitgegroeid tot een goede vriendschap. Voor mij is hij intussen zelfs mijn broer.”
De invloed van Vandenbogaerde bleek van onschatbare waarde. Het onbezonnen rijgedrag maakte plaats voor efficiëntie. “Jens heeft mij geleerd hoe ik het in de finale moest aanpakken”, klinkt het. “Hij leerde me minder te koersen als een kip zonder kop. Ik moest vooral veel rustiger blijven in de finale en vertrouwen in wat ik goed kan.” Gevraagd naar zijn mooiste zege, aarzelt hij niet. “De Omloop van de Grensstreek 3 jaar geleden, een interclub in de Beker van België. Een grote koers met de Kemmelberg, de Montenberg en al die hellingen daar in de Ieperse regio. Ook de wedstrijden waar je solo aankomt, betekenen veel. Alleen finishen is altijd wel plezant.”


De kracht van het collectief
Het succes is onlosmakelijk verbonden met zijn team Decock-Mannavital-Van Mossel. “Ik ben hier aan mijn 4e seizoen bezig, na een tussenstop bij Wagner Bazin”, vertelt hij. Binnen de ploeg heerst een constructieve sfeer. “Ik rijd hier eigenlijk al 4 jaar altijd met goede coureurs in de ploeg”, analyseert hij. “Wij zijn redelijk sterk in de breedte en we zitten met een aantal winnaars. Iedereen trekt elkaar een beetje naar een hoger niveau. Vaak zitten we in de finale met meerdere pionnen en dat is lastiger voor de concurrentie. Als bijvoorbeeld ook Kobe Vanoverschelde en Niels De Rooze mee zijn, dan weet de rest moeilijker hoe ze moeten anticiperen.”
Numeriek overwicht geeft altijd tactisch voordeel. “Iedereen zit naar ons te kijken, maar het is moeilijker voor de rest om te weten wie er nu zal demarreren of wie voor de sprint gaat. Het brengt soms wel wat extra druk met zich mee. Ik zou niet zeggen dat ze op ons wiel rijden, maar er wordt wel naar ons gekeken. Bij de Elite 2 kan ik gemakkelijk 20 of 30 goede coureurs opnoemen. Het is normaal dat iedereen elkaar in de gaten houdt. Zeker nu met mijn kampioenstrui voel ik wel dat ze nog iets meer rekening met mij houden dan voorheen.”
Ondanks de successen kende het seizoen ook een mindere periode. Eind mei reeg Vanoverberghe de zeges aaneen met 4 overwinningen uit 5 wedstrijden, tot het noodlot toesloeg. “Daarna heb ik de zona gekregen”, vertelt hij. “Ik ben 3 weken van de fiets geweest en moest helemaal opnieuw heropbouwen. Toen ik weer in competitie kwam, liep dat niet direct zoals ik het wilde. Ik was altijd mee, maar ik had niet meer de benen om het verschil te maken. Dan kruipt het wel snel in het kopje: kom ik wel nog weer op het niveau van voordat ik ziek was? Lastig. Maar nu begint het stapje per stapje terug te komen.”


De volksjongen die jaagt op de Belgische titel
De tegenslagen hebben zijn motivatie niet aangetast, integendeel. We vragen hem of hij ooit herinnerd wil worden als veelwinnaar. “Dat kan soms misschien een beetje egoïstisch overkomen en zo ben ik helemaal niet. Ik wil gezien worden als iemand die graag koers maakt, geen sleper of wat dan ook. Ik ben ook een volksjongen, kan met iedereen goed overweg. Voor mij is iedereen gelijk. Ik ben iemand die graag lacht, die met iedereen een praatje doet. Bij de jeugd was ik gewend om 2 rondjes te rijden en dan mocht ik naar huis. Soms denken mensen nu van ‘amai, dat gaat makkelijk, dat moet plezant zijn’. Maar ik heb ook de andere kant van de medaille gezien.”
Met een goedgevuld palmares rest er nog slechts 1 doel. Vanoverberghe won in zijn loopbaan nagenoeg alles wat er op zijn niveau te winnen valt. “Ik heb alles meegemaakt”, klinkt het trots. “Ik heb een kermiskoers gewonnen, een interclub en nu een provinciale kampioenstrui. En ik heb een jaar bij de profs gereden. Er is nog 1 ding dat ik tekort heb op mijn lijstje en dat is een Belgische titel. Maar ik besef dat dat moeilijk wordt om af te vinken. Je staat daar met 30 hele goede coureurs. Misschien sta ik bij die 30 op dat lijstje, maar dan moet op die dag ook alles een keer samenvallen. Fingers crossed.”