Na 20 jaar hangt z’n koersfiets aan de spreekwoordelijke haak. Maxime Farazijn kapt met competitie. Hij blijft wel fietsen. Af en toe vanuit z’n woonplaats Roeselare naar z’n werk in Ieper. En met het Bevers Turbo Team, een toeristenclub uit Roeselare-Beveren. Een voltijdse job in het wielrennen ziet hij niet zitten. VIP-chauffeur in Dwars door Vlaanderen, dat wel.


Moeilijk opladen
Farazijn is een naam in het wielrennen. Niet als Merckx, maar toch. Vader Peter Farazijn was een meer dan degelijke knecht van onder meer wijlen Frank Vandenbroucke en van Andrei Tchmil. In 1997 eindigde Peter Farazijn in de Tour als beste Belg. In een periode dat België het moest doen zonder echte Grote Ronderenners werd hij 39e op 1u47 van Jan Ullrich. Jawel, die tijd!
“Toch niet eenvoudig om als ‘zoon van’ de verwachtingen in te lossen”, geeft Maxime Farazijn toe. “In totaal hield ik het 20 seizoenen vol. Nu is het genoeg geweest. Afgelopen voorjaar had ik het steeds moeilijker om me op te laden en naar de koers te gaan. Voltijds werken, 2 kindjes, daarnaast trainen: het werd lastig. Mijn laatste wedstrijd reed ik in augustus in eigen Roeselare. Zonder specifieke trainingen nog best goed. In de koers heb ik het bijna allemaal gezien. En ik heb niets meer te bewijzen.”
Het was Farazijns laatste optreden in het shirt van Wielerteam Decock-Van Eyck-Van Mossel Devos-Capoen. Hij verdedigde de voorbije 3 jaar de kleuren van dit West-Vlaamse clubteam. Van 2016 tot en met 2018 was hij prof bij Topsport Vlaanderen-Baloise. Eind 2018 werd zijn contract bij de Vlaamse opleidingsploeg niet verlengd. Een harde noot om kraken.



Harde wereld
“Zoals iedereen kende ik een carrière met hoogtes en laagtes”, begint de West-Vlaming z’n analyse. “Het was niet door de lange arm van mijn vader dat ik prof werd. Die stap heb ik zelf afgedwongen, daar ben ik enorm fier over. Mijn debuutseizoen bij de profs was goed. Daarna ging het wat op en neer. M’n 3e jaar was zeker niet slecht. Ik voerde ook altijd de opdrachten uit die de ploeg had opgelegd. Dat ik eind 2018 heel laat wist dat ik niet kon blijven, was heel vervelend. Gelukkig kon ik het jaar nadien bij een Franse ploeg voltijds als prof aan de slag.”
“Bij Villeneuve Saint-Germain reed ik een sterk seizoen”, blikt Farazijn terug. “Toen had ik weer prof moeten kunnen worden. Met Joona Lauka had ik een manager. Jammer genoeg brak ik in de zomer bij een val mijn sleutelbeen en kon ik dat jaar niet meer koersen. Voordien had ik 2 opties: Roubaix en Saint-Michel. Plots hoorde ik mijn manager niet meer. En bij die ploegen kregen mannen die zelf een centje meebrachten voorrang. Dat zag ik niet zitten.”
Daarna reed hij nog 2 seizoenen bij Duinkerke. “De opleidingsploeg van Cofidis”, gaat Farazijn verder. “Toen dook plots het coronaspook op. De koers is een harde wereld. Dat werd mij nog maar eens duidelijk. Zoals ze in de Westhoek zeggen ‘het is elk voor z’n schelle’.”



Brussel-Opwijk 2015
Farazijn begon fietsen te combineren met werken in een fietsenwinkel. Tot ex-renner Nico Lefever hem tijdens een training op een idee bracht. “Er waren vacatures aan de Arbeidsrechtbank in Brugge”, aldus Farazijn. “Voor mij een onbekende wereld. Ik slaagde in de noodzakelijke examens en ging in Brugge aan de slag. Eens je daar zit leer je snel en kan je nieuwe examens afleggen om hogerop te geraken. Intussen ben ik vastbenoemd aan de rechtbank van 1e aanleg in West-Vlaanderen sectie onderzoek. Vorige week kreeg ik te horen dat ik geslaagd ben voor het examen van griffier.”
Met andere woorden: de nieuwe carrière van Maxime Farazijn is gelanceerd. Als het weer dat toelaat, rijdt hij met de fiets naar het werk. En tijdens de weekends kan hij op pad met het Bevers Turbo Team. “Mijn schoonbroers Jason en Jordy Decottignies koersen, maar hun 4 andere broers rijden bij het Bevers Turbo Team”, glundert Farazijn. “Er staan wel wat projectjes op het programma. In Dwars door Vlaanderen 2025 zal ik weer VIP-chauffeur zijn. Maar een voltijdse job in de koers, dat ambieer ik niet.”
Logisch, want als ambtenaar zit Farazijn gebeiteld. Uiteraard heeft ook hij in z’n loopbaan een gloriemoment dat hij boven alle andere zet. “Brussel-Opwijk in mijn 3e jaar als belofte”, hoeft hij niet lang na te denken over het antwoord op onze vraag. “Toen haalde ik het van Nathan Van Hooydonck en Loïc Vliegen. Ook Piet Allegaert, mijn ploegmaat, en Frederik Frison zaten toen voorin.”


